Pestwet aangepast !

Het was reeds lang aangekondigd, maar eindelijk is het zo ver : na vijf jaar toepassing op het terrein is de pestwet aangepast.
  • Integratie van de pestproblematiek binnen de psychosociale belasting veroorzaakt door het werk.
  • Meer bevoegdheid voor de vertrouwenspersoon maar… aanstelling niet verplicht.
  • Meer duidelijkheid omtrent de taken van de preventieadviseur.

Het was reeds lang aangekondigd, maar eindelijk is het zo ver : na vijf jaar toepassing op het terrein is de pestwet aangepast!

De titel van het K.B. van 17 mei 2007 laat geen twijfel bestaan over de bedoeling van de wetgever om de pestproblematiek beter te integreren in het welzijnsdomein psychosociale belasting op het werk :

“K.B. betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel geweld op het werk.”

Er wordt dan ook ruimschoots aandacht besteed aan de preventie van psychosociale belasting en hoe deze georganiseerd moet worden volgens het dynamisch risicobeheersingssysteem door middel van risicoanalyse, preventiemaatregelen, consultatie van het comité, integratie in het globaal preventieplan…

Het aanduiden van een bevoegde preventieadviseur gebeurt zoals voorheen : de vertrouwenspersoon wordt niet meer gezien als een persoon die de preventieadviseur bijstaat maar krijgt een volwaardig statuut binnen de interne preventiedienst. Zijn aanstelling is echter niet verplicht.

Binnen het takenpakket van de preventieadviseur en de vertrouwenspersoon werden enkele nuances aangebracht :

  • Er wordt duidelijk gestipuleerd dat zij naast het geven van raad en het bieden van opvang in voorkomend geval op informele wijze deelnemen aan het zoeken naar een oplossing.
  • Daar waar de preventieadviseur voorheen regelmatig een collectief en anoniem verslag over de ‘met redenen omklede klachten’ diende op te maken, moet hij nu de gegevens verstrekken aan de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming die pertinent zijn voor het opstellen van het jaarverslag.

We merken ook op dat gegevens van persoonlijke aard die de preventieadviseur heeft vastgesteld tijdens zijn onderzoek niet meer mogen opgenomen worden in het individueel klachtendossier.

Er wordt ruime aandacht besteed aan de interne procedure die in de onderneming gevolgd moet worden wanneer een werknemer meent gepest te worden. Als belangrijkste nieuwigheden noteren we hier dat :

  • de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur de werknemer hoort binnen de acht kalenderdagen.
  • de werknemer enkel een ‘met redenen omklede klacht’ kan indienen bij (de vertrouwenspersoon of) de preventieadviseur indien hij vooraf een gesprek gehad heeft met één van beide.
  • er duidelijk gedefinieerd wordt wat begrepen wordt onder een ‘met redenen omklede klacht’. Essentieel hierbij is de nauwkeurige omschrijving van de feiten aangevuld met het ogenblik en de plaats waarop de feiten zich hebben voorgedaan.
  • de preventieadviseur de personen, getuigen en anderen hoort die hij nuttig oordeelt; m.a.w. de preventieadviseur beslist zelf wie hij wenst te spreken in het kader van het onderzoek.
  • de preventieadviseur een geschreven advies aan de werkgever bezorgt. Dit advies omvat een samenvatting van de feiten, een analyse van de oorzaken en de toe te passen preventiemaatregelen. Daarnaast brengt de preventieadviseur advies uit over de vraag of het al dan niet gaat over pesterijen voor zover de vastgestelde gegevens van de zaak het toelaten.
  • de preventieadviseur het geschreven advies aan de werkgever verstrekt binnen een termijn van drie maanden vanaf het indienen van de ‘met redenen omklede klacht’. Deze termijn kan verlengd worden tot maximum 12 maanden mits schriftelijke rechtvaardiging van de preventieadviseur.

Verder noteren we dat :

  • de werknemer zich niet meer rechtstreeks kan richten tot de arbeidsinspectie of de gerechtelijke instanties om een ‘met redenen omklede klacht’ in te dienen (wel om een ander soort van klacht in te dienen)
  • de ontslagbescherming ook van kracht is wanneer de werknemer een ander soort van klacht heeft ingediend bij de arbeidsinspectie, bij de politie of bij de gerechtelijke instanties.
  • de vertrouwenspersoon en de preventieadviseur gehouden zijn door het beroepsgeheim. De wet voorziet duidelijk in informatieverstrekking en toegang tot documenten.
  • er geen sprake meer is van ‘het slachtoffer’ maar van de persoon die meent het voorwerp te zijn van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

Geschreven door Ivo Debrabandere

13 juni 2007