10 tips om uw conflicten op te lossen

De wetgever stipuleert duidelijk de verantwoordelijkheid van de werkgever en de hiërarchische lijn om tijdig in te grijpen bij conflictsituaties op de werkvloer.

Een interventie door de preventieadviseur psychosociale aspecten kan vertrekken vanuit een vraag van de aanklager of een vraag van de werkgever.

Bij voorkeur wordt de bemiddeling aangevraagd door de werkgever. Te beschouwen als een verwachting ten aanzien van de betrokken medewerkers om op een constructieve wijze bij te dragen tot het psychosociaal welzijn op de werkvloer.

De slaagkans voor een succesvolle conflictbemiddeling is groter wanneer de bemiddeling plaatsgrijpt op initiatief (of alleszins met medeweten en toestemming) van de werkgever, dan wanneer ze louter gedreven wordt door een aanklager binnen de informele klachtenprocedure.

Wanneer de werkgever een bemiddeling wenst te organiseren, kan men zelf aan de slag gaan of opteren om bijvoorbeeld een beroep te doen op de preventieadviseur psychosociale aspecten. De rol van bemiddelaar wordt dan uitbesteed aan de preventieadviseur.

Welke voorwaarden vergroten de slaagkans van een bemiddelingstraject?

We sommen er tien op.
  1. De werkgever informeert de betrokken medewerkers over hun wettelijke verplichting om op een constructieve wijze bij te dragen tot het psychosociaal welzijnsbeleid dat in de organisatie gevoerd wordt.
  2. De werkgever stelt duidelijk dat hij in het kader van het psychosociaal welzijnsbeleid een maatregel (in de vorm van een bemiddeling) nodig acht.
  3. De werkgever vraagt van de werknemers een engagement om zich bereid te verklaren om op een constructieve wijze deel te nemen.
  4. De bemiddelaar krijgt van de werkgever een sterk mandaat om zijn opdracht uit te voeren.
  5. De bemiddelaar dient door de betrokkenen als onafhankelijk en onpartijdig beschouwd te worden.
  6. De betrokkenen erkennen dat er zich een probleem stelt op het werk en dat de interventie noodzakelijk is om een oplossing te bereiken.
  7. De betrokkenen zijn bereid om in de loop van het bemiddelingstraject ook de eigen rol en het eigen aandeel in de conflictsituatie in vraag te stellen.
  8. De bemiddeling dient in alle sereniteit en discretie te kunnen verlopen.
  9. Er dient gewaardborgd te worden dat de nodige opvolging gebeurt na het einde van het bemiddelingstraject, zodat men zich houdt aan de gemaakte afspraken.
  10. Op voorhand dient duidelijk te zijn welke gevolgen er verbonden zijn aan het niet bereid zijn tot deelname aan de bemiddeling, of in het geval men zich tijdens de bemiddeling niet constructief opstelt (bijvoorbeeld opnemen in functionerings- en evaluatiegesprekken).

-->

13 mei 2009