Tips voor een geslaagde evacuatieoefening

Bij ernstig en onmiddellijk gevaar, en in het bijzonder in geval van brand, moet alles heel snel gaan. Dat is allesbehalve evident. Je moet inspelen op soms extreme reacties van mensen in een stresssituatie. In noodsituaties verliest de mens een groot deel van zijn denkvermogen. Het is dus zaak uw medewerkers de juiste reflexen aan te leren.

Dankzij de oefeningen worden de medewerkers ook bewust van het belang ervan en zullen ze meer begrip hebben voor de opgelegde preventiemaatregelen. Om een fiasco te voorkomen is een goede voorbereiding van de oefening van essentieel belang.

Ook de leidinggevende personeelsleden kunnen lessen trekken uit de oefening: ze kunnen te weten komen wat de zwakke punten van de procedures zijn en nadenken over bijkomende preventiemaatregelen (opleiding, onderhoud,…).

Het noodplan

Een evacuatieoefening is niets anders dan een evaluatie van het interne noodplan. Er moet dus eerst een intern noodplan worden opgesteld, met een beschrijving van de toe te passen procedures in geval van nood.

Het komt er met andere woorden op neer de juiste vragen te stellen. Centraal daarbij staat de vraag WIE doet WAT? De werkgever is verplicht noodprocedures op te stellen (koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk). Daarnaast voorziet artikel 52.10.6 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming in de verplichting elk jaar een alarm- en evacuatieoefening op het getouw te zetten.

Eerst moet je bepalen wat binnen het bedrijf als een ernstig en onmiddellijk gevaar wordt beschouwd. (brand, ontploffing,…). Je kan van die gelegenheid gebruik maken om na te gaan welke situaties belangrijke economische schade aanrichten (stroomonderbreking, besmetting van het product,…).
Aan crisisbeheer is dus ook een economisch aspect verbonden. Een goede voorbereiding kan de menselijke en economische gevolgen van een ongewenste gebeurtenis beperken.

Nadien moet je de rollen verdelen. In geval van nood zijn alle helpende handen welkom. De werknemers moeten dan wel precies weten wat van hen wordt verwacht. Hier volgen, bij wijze van voorbeeld, enkele vragen waarop een gezamenlijk antwoord moet worden gevonden. Een intern noodplan stel je immers niet snel eventjes op een hoek van het bureau van de preventieadviseur. Alle verantwoordelijke personen moeten erbij betrokken worden.
  • Hoe kan bij brand iemand alarm slaan (drukknop, uniek nummer,…)?
  • Wie moet bij brand worden gewaarschuwd (de bedrijfsleider, de veiligheidsdienst, de brandweer,…)? 
  • Is er een eerste interventieploeg? 
  • Hoe voorkom je dat de leden van de eerste interventieploeg hun leven in gevaar brengen (beperking van hun taken)? 
  • Is het gebouw toegankelijk voor niet-medewerkers? 
  • Wie waarschuwt en onthaalt de hulpdiensten? 
  • Hoe wordt de informatie beheerd (telling van de medewerkers, contact met de pers, …)?

De voorbereiding

Tijdens informatiesessies enkele weken vóór de oefening is het belangrijk de procedures nog eens te overlopen. Bedoeling van een oefening is immers niet de slecht geïnformeerde werknemers in moeilijkheden te brengen maar wel reflexen aan te leren en de procedures te toetsen aan de realiteit. Als de oefening opeens op iets anders overgaat omdat het personeel slecht geïnformeerd is, is ze haar doel voorbijgeschoten.

De oefening moet worden voorbereid met de directie, de preventieadviseur en een lid van het interventieteam, die samen een draaiboek opstellen en de observatieparameters bepalen (timing, naleving van de instructies, plaats en aard van de observatoren, …

De oefening

Wie denkt dat een evacuatieoefening voldoende is om het noodplan te testen, slaat de bal mis. Het is interessanter alle aspecten van de interventie (houding van de eerste getuigen, organisatie van de eerste interventieteams, informatiestroom, beslissingen nemen, evacuatie, telling) te testen.

Na de evacuatie controleert de preventieadviseur een laatste keer het gebouw (volledige evacuatie, sluiting van de deuren, …). Nadien verklaart de persoon die belast is met de coördinatie van de evacuatie de oefening voor beëindigd en mag het personeel weer naar binnen. Er volgt een debriefing en er wordt een verslag opgesteld met de resultaten van de oefening en de punten die moeten worden verbeterd. Het CPBW, als er een is, moet worden ingelicht over de resultaten van die oefeningen en de daaruit voortvloeiende correctiemaatregelen.

De betrokken personen

Een evacuatieoefening is dus meer dan gewoon het alarm in werking zetten en wachten tot iedereen buiten is. Een doeltreffende oefening vereist nauw overleg tussen de diensthoofden en de deskundigen op het vlak van risicobeheer (preventieadviseurs, brandweer).

Het team van ingenieurs-preventieadviseurs van AristA helpt regelmatig bedrijven en instellingen een noodplan en instructies op te stellen.

-->

2 februari 2010

Opgelet: wordt in een nieuw venster geopend. AfdrukkenE-mail