Verboden werkzaamheden voor jongeren

Bij de tewerkstelling van een jobstudent moet de werkgever rekening houden met verbodsbepalingen die in de wet zijn opgenomen. Anderzijds zijn een aantal werkzaamheden enkel toegestaan mits aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt of passende maatregelen worden genomen. Kortom, in de praktijk is het niet altijd duidelijk wanneer bepaalde werkzaamheden verboden zijn voor de jongere. Een overzicht.

Algemeen genomen geldt voor de jongeren het verbod om werkzaamheden uit te voeren die:

  • zij objectief gezien, lichamelijk of fysiek niet aankunnen
  • hen blootstelt aan giftige of kankerverwekkende stoffen
  • hen blootstelt aan ioniserende stralingen
  • risico's voor ongevallen inhouden waarvan vermoed kan worden dat een jongere ze, door gebrek aan ervaring of opleiding, niet beseffen of kunnen voorkomen
  • een blootstelling inhoudt aan extreme koude of hitte, of aan lawaai en trillingen"

Er bestaan op het verbod van deze tewerkstellingen echter uitzonderingen. Belangrijk is het onderscheid tussen de categorie ‘jobstudenten” en de categorie ‘de andere jongeren”.

Wat betreft jobstudenten: zij kunnen toch een verboden activiteit uitvoeren

  • indien ze ouder zijn dan 18 EN hun studierichting overeenstemt met het uit te voeren werk (bvb een ingenieur die laswerk doet).
  • De werkgever moet ook het advies aan het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk hebben gevraagd.
  • Normaal gezien mag een jobstudent geen gemotoriseerd transportwerktuig besturen. Hier bestaan vervolgens echter weer volgende uitzonderingen op:
    • studenten-werknemers ouder dan 18 mogen “niet-stapelende gemotoriseerde transportwerktuigen met geringe hefhoogte” onder bepaalde voorwaarden besturen. Het gaat hier over een platformtruck of palettruck of platformheftruck (voor definities hiervan zie artikel 11 van het koninklijk besluit rond jongeren op het werk)
    • studenten-werknemers tussen de 16 en de 18 mogen “niet-stapelende gemotoriseerde werktuigen met geringe hefhoogte en meelopende bestuurder” bedienen (tegen maximum 6km per uur waar de bestuurder meeloopt, en 16 km per uur waar een bestuurder meerijdt);
    • Alleen die toestellen waar permanente actie van de bestuurder vereist is mogen gebruikt worden: dit wil zeggen geen cruise control.
    • Het toestel moet automatisch terugkeren naar de neutrale stand wanneer het toestel aan zichzelf wordt overgelaten.
    • De werkgever moet maatregelen nemen die zich ervan verzekeren dat studenten-werknemers die deze machines besturen voldoende verantwoordelijk zijn.
    • Ten slotte moet er een formeel akkoord zijn van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.

Wat betreft de andere categorieën jongere werknemers

  • mogen verboden werkzaamheden verricht worden waar dit voor de beroepsopleiding onontbeerlijk is;
  • de werkgever en hiërarchische lijn moeten controleren dat de noodzakelijke preventiemaatregelen worden toegepast, en
  • er moet steeds een ervaren werknemer toezicht houden op de jongere.

Bron: Koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende bescherming van jongeren op het werk.

Dit artikel maakt deel uit van de Actuascan Thema van 20 oktober 2011 met als centraal thema “Jongeren op het werk”. Lees zeker ook onderstaande artikels uit dit dossier

Geschreven door Ivo Debrabandere

19 oktober 2011