Kinderbijslag: hoeveel en voor wie?

De juiste berekening van de kinderbijslag is niet eenvoudig. Deze geactualiseerde tabel van gezinsbijslag helpt u verder.

Het recht op kinderbijslag is erg ruim. Zo heeft de werknemer ondermeer recht op kinderbijslag:
  • voor zijn kinderen en die van zijn echtgenoot
  • voor de kinderen van zijn ex-echtgenoot of partner, als die kinderen tot zijn gezin behoren
  • voor zijn (achter-)kleinkinderen en voor die van zijn echtenoot, ex-echtgenoot of partner, als die kinderen tot zijn gezin behoren
  • voor kinderen die de rechter of de overheid aan hem of aan zijn (huwelijks-)partner toevertrouwd heeft
  • voor zijn (half-)broers of (half-)zusters
De uitbetaling van de kinderbijslag voor kinderen van 0 tot 18 jaar is niet onderworpen aan voorwaarden. Het recht op kinderbijslag geldt tot 31 augustus van het jaar waarin ze 18 worden.

Voor de kinderbijslag van 18 tot 25 jaar moet de jongere onderwijs of een opleiding volgen. Bovendien mag de jongere maar beperkt werken of een klein inkomen hebben uit werk of een sociale uitkering.

Een kind met een handicap kan kinderbijslag krijgen tot zijn 21ste. Het kan bovendien ook recht hebben op een toeslag.

De vader vraagt de kinderbijslag aan. Maakt de moeder deel uit van het gezin, dan krijgt zij de kinderbijslag uitbetaald. Anders komt de kinderbijslag toe aan de persoon die het kind opvoedt.

Voor kinderen die in een instelling zijn geplaatst, gelden specifieke regels:
  • tweederde van de kinderbijslag gaat naar de instelling
  • één derde van de kinderbijslag gaat naar de moeder of de persoon die het kind vóór de plaatsing opvoedde, of wordt gestort op een geblokkeerde rekening op naam van het geplaatste kind
Vanaf 16 jaar kan het kind ook zelf zijn kinderbijslag krijgen als het zelfstandig woont.

Opgelet: wordt in een nieuw venster geopend. Afdrukken