Werkende jongeren: impact op het recht op kinderbijslag?
Tijdens het schooljaar (1e, 2e en 4e kwartaal) mag een student niet meer dan 240 uur per kwartaal werken (eventueel als zelfstandige).
Tijdens de zomervakantie mag een student een onbeperkt aantal uren werken, op voorwaarde dat hij na de vakantie zijn studies effectief voortzet.
Als de student na de laatste schoolvakantie zijn studies niet voortzet, mag hij tijdens het 3e kwartaal niet meer dan 240 uur werken.
Het soort contract (studentencontract of gewone arbeidsovereenkomst), het aantal gewerkte uren en de inkomsten spelen geen enkele rol als de jongere voltijds naar school gaat.
De controle van het aantal gewerkte uren gebeurt aan de hand van de RSZ-aangiften (DmfA) die het kinderbijslagfonds automatisch van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid ontvangt.
Bij studenten geldt de effectieve uitoefening van een winstgevende activiteit als criterium voor de evaluatie van het recht op kinderbijslag.
Bijgevolg moeten de dagen of uren betaalde afwezigheid (o.a. betaalde feestdagen, afwezigheid gedekt door een gewaarborgd loon omwille van arbeidsongeschiktheid) niet worden verrekend in het quotum van 240 uur.
Als een DmfA met meer dan 240 uren onder code 1, dagen of uren afwezigheid bevat, moet de betaling van het kwartaal in de praktijk in debet worden geplaatst omdat het niet mogelijk die afwezigheden te bepalen. Alle arbeidstijdsgegevens die gedekt zijn door een loon met RSZ-bijdragen, met uitzondering van de wettelijke en bijkomende vakantie van arbeiders, zijn immers opgenomen onder die code 1.
Dat vermoeden is echter weerlegbaar: als de jongere aantoont in het betrokken kwartaal niet meer dan 240 uur te hebben gewerkt (vb. aan de hand van een attest van de werkgever), zal het recht in zijn voordeel kunnen worden herzien.
Als de norm van 240 uur tijdens een kwartaal wordt overschreden, verdwijnt het recht voor de 3 maanden van dat kwartaal.
Voorbeeld
Een student werkt in totaal meer dan 240 uur van 1 november tot 31 december. Aangezien de driemaandelijkse norm met betrekking tot een winstgevende activiteit is overschreden, is er geen recht voor het volledige 4e kwartaal (oktober, november en december).
Opmerking
Jongeren die deeltijds secundair onderwijs of een erkende opleiding volgen, jongeren met een leercontract en jonge werkzoekenden mogen bruto niet meer dan 499,86 EUR per maand (looninkomsten of sociale uitkeringen) verdienen (grensbedrag geldig sinds 1 mei 2011).
Dit artikel maakt deel uit van de Actuascan Thema van 20 oktober 2011 met als centraal thema “Jongeren op het werk”. Lees zeker ook onderstaande artikels uit dit dossier
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geschreven door Ivo Debrabandere
19 oktober 2011

