De bedrijfsfiets: hoe wordt dit fiscaal en sociaalrechtelijk behandeld?
In de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 kwam het fiscale standpunt inzake de “bedrijfsfiets” aan bod. Het standpunt van de RSZ was echter nog niet bekend. Een recent antwoord van de RSZ brengt daar nu verandering in.
1. Fiscaal standpunt
Een werknemer die van zijn werkgever een bedrijfsfiets ter beschikking krijgt, zal geen belastingen betalen op dit voordeel.Niet alleen de fiets zelf, maar ook het bekostigen van toebehoren, zoals onderhouds-en stallingskosten, is vrijgesteld van belastingen.
Bovendien mag de werkgever de kosten aftrekken die hij gemaakt heeft om:
- onroerend goed te verwerven, te bouwen of te verbouwen om fietsen tijdens de werkuren van personeelsleden te kunnen stallen of om kleedruimtes of sanitair ter beschikking te stellen aan werknemers die met de fiets naar het werk komen.
- fietsen en toebehoren te verwerven, te onderhouden en te herstellen die ter beschikking gesteld worden van de personeelsleden.
Deze kosten zijn bovendien ten belope van 120% aftrekbaar.
2. Standpunt RSZ
In tegenstelling tot de fiscale wetgeving is er in de sociale wetgeving niets voorzien over het ter beschikking stellen van een fiets door de werkgever.De RSZ blijft het ter beschikking stellen aan werknemers van fietsen (en beschermende fietskledij) die gebruikt worden voor woon-werkverplaatsingen en/of privé-verplaatsingen
beschouwen als een voordeel in natura waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.
De sociale zekerheidsbijdragen moeten berekend worden op de reële waarde van dit voordeel. Er gelden namelijk geen forfaitaire waarderingsregels voor dit voordeel.
Indien de bedrijfsfietsen enkel worden gebruikt voor dienstverplaatsingen is er geen voordeel in natura.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geschreven door Karolien Martens
29 oktober 2009





