PC 218 (ANPCB) – vanaf 1 juli 2010 hebben meer bedienden recht op een vergoeding voor woon-werkverkeer
Er bestaat geen wettelijke verplichting om een vergoeding voor woon-werkverkeer te betalen aan werknemers die zich met een eigen vervoermiddel verplaatsen.Voor heel wat paritaire comités wordt dit echter geregeld in een sectorale CAO. Dit is onder meer het geval voor het paritair comité 218.
Werkgevers uit dit paritair comité waren tot nu toe slechts verplicht om tussen te komen in de woon-werkverplaatsingen met een eigen vervoermiddel voor bedienden met een jaarloon van maximum 19.831,48€ bruto.
Vanaf 1 juli 2010 wordt deze loongrens opgetrokken. Vanaf dan hebben alle bedienden met een jaarloon tot 24.000 € bruto recht op een vergoeding voor het woon-werkverkeer met een eigen vervoermiddel. Dit betekent dat de werkgevers voor meer bedienden zullen moeten tussenkomen.
Indien u wil weten of uw bedienden de jaarloongrens al dan niet bereiken, houdt u rekening met:
1. De vaste elementen:
De maandelijkse brutowedde, inbegrepen de eventuele bijkomende wedden, zoals onder meer de vergoeding voor de kennis en het gebruik van beide landstalen.Het jaarlijkse brutobedrag wordt bekomen door de vaste elementen, die betrekking hebben op de eerste maand waarvoor het de tussenkomst woon-werkverkeer wordt gevraagd, te vermenigvuldigen met 12, zelfs indien de bediende geen 12 maanden werkt;
2. De veranderlijke elementen:
- per maand: commissielonen, premies, overuren, enz.
Hier gelden de brutocijfers voor de laatste 12 maanden. Indien de bediende geen 12 maanden heeft gewerkt, wordt het in aanmerking te nemen bedrag bekomen door het maandgemiddelde voor de effectief gewerkte maanden te vermenigvuldigen met 12 - per jaar: commissielonen, premies, 13de maand en andere toelagen die sommige werkgevers eens of meermaals per jaar aan hun personeel toekennen, ingevolge overeenkomst of gebruik.
De brutobedragen toegekend gedurende de laatste 12 maanden moeten bij de jaarlijkse brutobedragen, waarvan sprake onder 1 en 2, eerste streepje, worden gevoegd.
- De toelagen van sociale aard, zoals: haard- en standplaatstoelage, kindergeld, vakantiegel
- De bedragen toegekend als vergoeding voor bepaalde kosten (reiskosten, representatiegelden, enz.)
- Pensioenen van allerlei aard.
11 juni 2010