PC 218 – opleidingsdagen in de periode 2006-2007
De afgelopen jaren hadden de werkgevers uit het Paritair Comité 218 de verplichting om aan hun bedienden 4 dagen opleiding aan te bieden over een periode van 2 jaar. Deze verplichting werd opnieuw verlengd voor de periode 2006-2007.
De afgelopen jaren hadden de werkgevers uit het Paritair Comité 218 de verplichting om aan hun bedienden 4 dagen opleiding aan te bieden over een periode van 2 jaar. Deze verplichting werd opnieuw verlengd voor de periode 2006-2007.
1. Aantal dagen
De werkgever dient in de periode 2006-2007, 4 dagen opleiding toe te kennen aan zijn bedienden. Deze opleidingsdagen moeten samenvallen met de werkuren.
Bovendien heeft de bediende recht op één bijkomende dag beroepsopleiding die buiten de arbeidstijd moet vallen (’s avonds of in het weekend).
De deeltijdse bediende heeft recht op een aantal opleidingsdagen in verhouding tot zijn deeltijdse prestaties.
2. Doel van de opleiding
De bedoeling van de opleiding is de beroepsbekwaamheid van de bedienden te verhogen.
3. Welke opleidingen komen in aanmerking?
3.1. Wat de 4 door de werkgever toe te kennen opleidingsdagen betreft :
- opleidingen aangeboden door CEVORA;
- opleidingen erkend door CEVORA;
- opleidingen georganiseerd door de onderneming, de sector of andere opleidingsverstrekkers;
3.2. Wat de bijkomende opleidingsdag betreft :
- een beroepsopleiding gegeven door CEVORA : de bediende wendt zich hiervoor rechtstreeks tot CEVORA;
4. Wat indien de werkgever deze opleidingsdagen niet aanbiedt?
Indien de werkgever geen opleidingsdagen heeft voorgesteld voor 31 december 2006, moet de bediende, voor 31 maart 2007, hiervoor een schriftelijke aanvraag indienen bij de werkgever. In dat geval moet de werkgever voor 30 april 2007 schriftelijk aan de werknemer meedelen hoe en wanneer hij de opleidingsdagen zal aanbieden.
Wanneer de werkgever :
- ofwel niet voor 30 april 2007 is ingegaan op de schriftelijke vraag van de werknemer,
- ofwel uiterlijk op 31 december 2007 geen of te weinig opleidingsdagen aan de werknemer heeft aangeboden,
worden de niet toegekende opleidingsdagen naar keuze van de werknemer door hem opgenomen onder de vorm van hetzij betaald verlof, hetzij opleidingsdagen binnen het opleidingsaanbod georganiseerd door CEVORA. In dit laatste geval richt de werknemer zijn verzoek om opleidingsdagen aan CEVORA. In alle gevallen worden deze dagen gelijkgesteld met gepresteerde arbeidsdagen.
5. Procedure
a. ondernemingen met vakbondsafvaardiging
a.1. de onderneming heeft reeds een opleidingsplan voor de periode 2004-2005 dat geregistreerd werd bij het Sociaal Fonds PC 218 :
- deze ondernemingen kunnen het opleidingsplan, met instemming van de ondertekenende partijen, verlengen met een eenvoudige brief (met vermelding van hun RSZ-nummer) aan het Sociaal Fonds PC 218. De verlenging moet gebeuren tussen 1 oktober 2005 en 31 maart 2006.
a.2. de onderneming heeft nog geen opleidingsplan maar wenst een opleidingsplan op te maken:
- Deze onderneming kan tussen 1 oktober 2005 en 31 maart 2006 een bedrijfseigen opleidingsplan opmaken. Om geldig te zijn, moet dat plan de instemming krijgen van de meerderheid van de leden van de vakbondsafvaardiging. In het opleidingsplan kunnen de inhoud, het tijdstip, de doelgroep en alle andere nadere regelen van de opleiding volledig autonoom worden vastgelegd. Daarenboven kan het plan bepalen dat het opleidingskrediet op bepaalde bedienden wordt overgedragen. Het opleidingsplan wordt tussen 1 oktober 2005 en 31 maart 2006 geregistreerd bij het Sociaal Fonds.
De registratie gebeurt op basis van een specifiek formulier: bijlage 3 : www.sfonds218.be
a.3. de onderneming heeft nog geen opleidingsplan en zal ook geen opleidingsplan opmaken:
- Deze onderneming kan uiterlijk op 30 juni 2006 toetreden tot het suppletief opleidingsplan. Deze bedrijven mogen het opleidingskrediet niet op bepaalde bedienden overdragen.
De toetreding tot het suppletief opleidingsplan : bijlage 4 : www.sfonds218.be
b. ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging
b.1. de onderneming is reeds toegetreden tot het suppletief opleidingsplan :
- Deze onderneming kan haar toetreding verlengen door tussen 1 oktober 2005 en 31 maart 2006 een eenvoudige brief (met vermelding van hun RSZ-nummer) te sturen naar het Sociaal Fonds van het A.N.P.C.B. Deze ondernemingen kunnen het individuele opleidingsrecht van de bedienden op andere bedienden overdragen, maar slechts ten belope van 50 pct. van het totale krediet aan opleidingsdagen.
b.2. de onderneming is nog niet toegetreden tot het suppletief opleidingsplan :
- Deze onderneming heeft de mogelijkheid om toe te treden tot een suppletief opleidingsplan uitgewerkt door CEVORA en dit tussen 1 oktober 2005 en 31 maart 2006. Deze onderneming kan het individuele opleidingsrecht van de bedienden op andere bedienden overdragen, maar slechts ten belope van 50 pct. van het totale krediet aan opleidingsdagen.
De toetreding tot het suppletief opleidingsplan : bijlage 5 : www.sfonds218.be
- Deze onderneming kan eveneens tot deze collectieve arbeidsovereenkomst toetreden door een schriftelijke verbintenis aan te gaan dat het recht op opleiding zal gerealiseerd worden via CEVORA-opleidingen. Ook deze registratie dient te gebeuren tussen 1 oktober 2005 en 31 maart 2006.
Registratie : bijlage 6 : www.sfonds218.be
6. Vergoeding
Wat de 4 door de werkgever toe te kennen opleidingsdagen betreft :
- deze dagen worden als arbeidstijd beschouwd en als dusdanig vergoed;
- de verplaatsingskosten worden betaald door de werkgever;
Wat de bijkomende opleidingsdag betreft :
- De werknemer ontvangt van CEVORA een premie van 40 € als forfaitaire tegemoetkoming in de verplaatsings- en opleidingskosten;
- Deze dag wordt echter niet als arbeidstijd beschouwd;
Indien het opleidingsplan geregistreerd werd bij het Sociaal Fonds ontvangt de werkgever bovendien een tussenkomst van Cevora :
- bediende < 45 jaar : 40 €/dag;
- bediende > 45 jaar : 80 €/dag;
- taalcursus : 7€/uur;
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geschreven door Ivo Debrabandere
4 april 2006

