De programmawet wijzigt het vaderschaps- en moederschapsverlof

Vaderschapsverlof

Een vader heeft bij de geboorte recht op 10 dagen vaderschapsverlof. Dit verlof  kan vrij opgenomen worden binnen een periode van 30 dagen vanaf de dag van de bevalling. Vanaf 1 april 2009 kunnen de dagen vaderschapsverlof worden opgenomen in de periode van 4 maanden na de bevalling. De vader beschikt hiermee over meer flexibiliteit bij het opnemen van zijn afwezigheidsdagen.

Deze nieuwe maatregel is van toepassing voor alle bevallingen vanaf 1 april 2009.

Moederschapsverlof

Met ingang van 1 april 2009 krijgen de werkneemsters de mogelijkheid om de laatste 2 weken van hun moederschapsverlof om te zetten in verlofdagen die zij kan opnemen binnen een periode van 8 weken vanaf de hervatting van hun werk.  De omzetting kan slechts gebeuren voor de laatste twee weken van de overgedragen prenatale rust.  Dit betekent dat er maar sprake zijn van een omzetting als de werkneemster de 9 weken verplichte postnatale rust met ten minste 2 weken kan verlengen.

Gedurende de periode van de zwangerschap is de werkneemster beschermd tegen ontslag.  Dit betekent dat de werkgever geen enkele handeling mag stellen waardoor hij de arbeidsovereenkomst zou beëindigen behalve om een reden die vreemd is aan de zwangerschap of bevalling.  Door de mogelijkheid om postnatale rust om te zetten in verlofdagen, wordt de periode van de ontslagbescherming verlengd met 8 weken.
Indien de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd voor of tijdens de periode van de 8 weken tijdens dewelke de werkneemster deze verlofdagen opneemt, wordt de opzeggingstermijn eveneens geschorst gedurende de ganse periode van 8 weken.

Tijdens de periode van het verlof geniet de werkneemster van een moederschapuitkering ten laste van haar ziekenfonds. 

De regeling van verlofdagen van postnatale rust treedt in werking op 1 april 2009 en is van toepassing op de bevallingen die plaatsvinden vanaf die datum.



-->

19 december 2008