Sectoraal akkoord 2009-2010 in het PC 209
Op 6 juli 2009 werd in het PC 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid het sectoraal akkoord 2009-2010 gesloten. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden:
1. Koopkracht
Ondernemingen die onder het toepassingsgebied van het sectoraal aanvullend pensioen vallen, moeten aan alle bedienden ecocheques toekennen:- ter waarde van € 125, te betalen op 1 oktober 2009 (referteperiode: 1 april 2009 t/m 30 september 2009)
- ter waarde van € 250, te betalen op 1 oktober 2010 (referteperiode: 1 oktober 2009 t/m 30 september 2010)
Voor ondernemingen die niet onder het sectoraal aanvullend pensioen vallen, moet een onderscheid gemaakt worden tussen drie mogelijke situaties:
- De werkgeversbijdrage van het eigen aanvullend pensioen bedraagt 1,1%:
In dat geval geldt bovenstaande regeling. - De werkgeversbijdrage van het aanvullend pensioen bedraagt tussen de 1,1 en 1,77%:
Bovenstaande regeling geldt voor wat betreft de jaren 2009-2010. Vanaf 2011 wordt de werkgeversbijdrage opgetrokken tot 1,77% en dient het saldo van de € 250 jaarlijks in oktober toegekend te worden onder de vorm van ecocheques. - De werkgeversbijdrage van het aanvullend pensioen bedraagt reeds 1,77%:
Ondernemingen die tot deze groep behoren moeten ecocheques toekennen volgens bovenstaande regeling, tenzij er gekozen wordt voor een alternatieve invulling van de koopkrachtverhoging (verhoging van de werkgeversbijdrage voor maaltijdcheques, invoering of verbetering van een collectieve hospitalisatieverzekering of verbetering van het bestaand aanvullend pensioenplan).
Daartoe moet tegen uiterlijk 15 september 2009 een ondernemings-CAO gesloten worden.
2. Werkzekerheid
De bepalingen rond meervoudig ontslag worden verlengd tot 31 december 2010. Een onderneming kan slechts overgaan tot meervoudig ontslag indien alle tewerkstellingsbehoudende maatregelen (opleidingstrajecten, anti-crisismaatregelen, arbeidsherverdeling, deeltijdse arbeid en tijdskrediet) werden onderzocht en, in de mate van het mogelijke, toegepast. Naar aanleiding van dit onderzoek moet een overzicht van het gevoerde investeringsbeleid in de voorbije 3 jaar voorgelegd worden.3. Uitzendarbeid en tijdelijke contracten
Uitzendkrachten of bedienden met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, die minstens 1 jaar aaneensluitend bij dezelfde onderneming gewerkt hebben, hebben dezelfde rechten betreffende opleiding en vorming als bedienden met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.Vanaf 1 juli 2009 geldt bovendien dat:
- de bedienden met een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid of een tijdelijke arbeidsovereenkomst ook recht hebben op outplacementbegeleiding bij beëindiging van de overeenkomst;
- de werkgever geen nieuwe proefperiode meer kan bedingen in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur die volgt op de tijdelijke arbeidsovereenkomsten waarvan de duurtijd minstens 6 maanden bedroeg.
4. Brugpensioen
- Brugpensioen vanaf 58 jaar blijft mogelijk tot en met 30 juni 2011.
- Brugpensioen vanaf 56 jaar mits 33 jaar beroepsloopbaan, waarvan minstens 20 jaar nachtarbeid, blijft mogelijk tot en met 31 december 2010.
- Halftijds brugpensioen vanaf 55 jaar blijft mogelijk tot en met 31 december 2010.
5. Tussenkomst woon-werkverkeer
Voor verplaatsingen met het openbaar vervoer betaalt u als werkgever gemiddeld 75% van de prijs van de treinkaart voor de afgelegde afstand.Voor verplaatsingen met het eigen vervoer blijft de bestaande regeling behouden, waarbij vanaf 2010 de indexatie automatisch op 1 februari van elk kalenderjaar plaatsvindt.
Voor verplaatsingen per fiets bedraagt de tussenkomst van de werkgever vanaf 1 juli 2009 gemiddeld 60% van de prijs van de treinkaart.
Het plafond voor de tussenkomst van de werkgever in het privévervoer bedraagt vanaf 1 januari 2010 € 3.734.
Vanaf 1 juli worden de vervoerskosten van de bedienden, ingeschakeld in een tewerkstellingscel, ten laste genomen door de werkgever volgens de hierboven uiteengezette modaliteiten.
Indien een bediende op vraag van de werkgever een opleiding volgt, dient laatstgenoemde eveneens de werkelijke vervoerskosten terug te betalen.
6. Opleiding
De forfaitaire bijdrage risicogroepen en de bijdrage INOM-bedienden wordt vanaf 2010 op respectievelijk € 35,50 en € 29 gebracht.Vanaf 1 januari 2009 wordt de opleidingsinspanning van 1,20% verhoogd tot 1,30% van het geheel van de door de bedienden gepresteerde uren. Vanaf 1 januari 2010 wordt dit opnieuw verhoogd tot 1,40%.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
-->
4 augustus 2009

