Vanaf 1 januari 2010 geldt een nieuwe functieclassificatie in het PC 218 (aanvullende nationaal paritair comité voor de bedienden)

Vanaf 1 januari 2010 wijzigt de functieclassificatie voor bedienden van het PC 218.
Deze functieclassificatie is van belang voor het bepalen van het minimumloon van deze bedienden. Over de ervaringsgebonden barema’s, die van toepassing zijn sinds 1 oktober 2009, informeerden wij reeds enkele weken geleden.
Hieronder kan u lezen wat de nieuwe functieclassificatie inhoudt en wat de gevolgen zijn voor bedienden die reeds voor 1 januari 2010 bij u in dienst zijn.

1. Wat betekent de nieuwe functieclassificatie concreet?

Voor ondernemingen die een eigen functieclassificatie uitgewerkt hebben wijzigt er niets. Hun bestaande functieclassificatie kan behouden blijven.

Voor ondernemingen die geen eigen functieclassificatie uitgewerkt hebben, moet iedere bediende een functieklasse toegewezen krijgen. De functies worden in vier klassen opgedeeld: A, B, C en D.

In welke klasse de bediende ingedeeld wordt, wordt bepaald op basis van volgende criteria:
  • De bediende beantwoordt aan een voorbeeldfunctie.
    De lijst en specifieke inhoud van deze voorbeeldfuncties kan u raadplegen via volgende link: www.hdp-arista.be/voorbeeldfuncties
  • De bediende beantwoordt aan één of meerdere niveau-onderscheidende criteria.
    Zo wordt er tussen de klassen A, B, C en D een onderscheid gemaakt naargelang de complexiteit van de te behandelen problemen, de graad van autonomie van de bediende, de impact van de eventuele fouten gemaakt door de bedienden, …

Bij het inschalen van de concrete ondernemingsfunctie van de bediende in één van de vier klassen, kunnen zich volgende situaties voordoen:
  • De functie in de onderneming stemt volledig overeen met of wijkt minimaal af van de functie-inhoud van een voorbeeldfunctie of de niveau-onderscheidende criteria uit de sectorale functieclassificatie.
    De bediende wordt ingeschaald in de sectoraal voorziene klasse.
  • De functie in de onderneming wijkt in ernstige mate af van de functie-inhoud van de voorbeeldfunctie of de niveau-onderscheidende criteria uit de sectorale functieclassificatie.
    De werkgever moet dan de functie, zoals uitgeoefend in de onderneming, vergelijken met de inhoud van een voorbeeldfunctie in een andere klasse of met de niveau-onderscheidende criteria uit de verschillende klassen. De bediende wordt dan ingeschaald in de klasse waarmee zijn functie op basis van bovenstaande vergelijking het meest overeenstemt.
  • De functie in de onderneming staat niet in de sectorale functieclassificatie.
De werkgever kan een voorbeeldfunctie zoeken in de verschillende klassen die ongeveer dezelfde waarde heeft als de functie in de onderneming en de bediende op basis daarvan inschalen. De werkgever kan de bediende ook inschalen door zich louter op de niveau-onderscheidende criteria te baseren.

2. Wat met bedienden die op 31 december in dienst zijn?

De werkgever bepaalt aan de hand van de nieuwe functieclassificatie in welke klasse de reële functie van de bediende moet worden ondergebracht:
  • De reële functie wordt voortaan in een hogere klasse ingeschaald dan oorspronkelijk. Dit kan gevolgen hebben op het loon van de bediende die voortaan minimum het baremaloon moet krijgen van de hogere klasse.
  • De reële functie wordt in dezelfde klasse ingeschaald als oorspronkelijk. Het loon blijft onveranderd.
  • De reële functie wordt in een lagere klasse ingeschaald dan oorspronkelijk. De bediende behoudt zijn bestaande loon en de voorziene baremastappen van de vroegere loonklasse. Zijn loon mag dus niet dalen.

3. Informatieplicht van de werkgever

Werkgevers moeten hun bedienden schriftelijk informeren over de klasse waaronder zij vanaf 1 januari 2010 vallen.

-->

2 december 2009