Het conventioneel brugpensioen: algemene reglementering
Wanneer en onder welke voorwaarden kan een werknemer aanspraak maken op brugpensioen? Hoeveel bedraagt het inkomen van een bruggepensioneerde en welk bedrag hiervan dient men als werkgever te betalen? Op deze vragen wordt een antwoord geboden in dit artikel dat handelt over de algemene reglementering van het brugpensioen.
Algemeen
Het conventioneel brugpensioen werd ingevoerd door de CAO nr. 17. Het biedt een werknemer die de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft én ontslagen werd, de mogelijkheid om te genieten van een werkloosheidsuitkering en een aanvullende vergoeding. Deze vergoedingen ontvangt hij tot aan de leeftijd waarop hij op pensioen gaat. De aanvullende vergoeding, ook wel brugpensioenvergoeding genoemd, wordt betaald door de werkgever.Om aanspraak te kunnen maken op het conventioneel brugpensioen moet de werknemer een aantal voorwaarden vervullen. De werkgever heeft in principe de verplichting om de bruggepensioneerde werknemer te vervangen.
Voorwaarden voor brugpensioen
Zoals hierboven vermeld moet de werknemer aan een aantal voorwaarden voldoen om te kunnen genieten van het conventioneel brugpensioen. Ten eerste moet hij ontslagen worden. Daarnaast moet er een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) zijn waarin de leeftijd bepaald wordt waarop een werknemer op brugpensioen kan gaan. Bovendien moet de werknemer voldoen aan een leeftijdsvoorwaarde en een loopbaanvereiste:- Ontslag van de werknemer: de werknemer moet ontslagen worden, maar dit mag geen ontslag wegens dringende reden uitmaken.
- Bestaan van een CAO: ofwel wordt gebruik gemaakt van CAO nr. 17, ofwel van een overeenkomst op sectoraal -of ondernemingsniveau, die de voorwaarden voor de toegang tot het brugpensioen bepaalt. Deze voorwaarden hebben betrekking op de leeftijd waarop brugpensioen mogelijk is, evenals op de vereiste loopbaanvoorwaarden.
- Leeftijdsvoorwaarde en loopbaanvereiste: algemeen geldt de regel dat het brugpensioen pas mogelijk is vanaf 60 jaar. Daarnaast dient de werknemer te voldoen aan een loopbaanvereiste op het moment van het ontslag. Momenteel moet een man een loopbaan van 30 jaar achter de rug hebben. Voor vrouwen bedraagt dit 26 jaar. De wil van de overheid bestaat erin om mensen zo lang mogelijk aan het werk te houden. Daarom is voorzien dat deze loopbaanvereisten de komende jaren gevoelig zullen stijgen. Uiteindelijk zullen mannen en vrouwen tot een loopbaanvereiste van 35 jaar moeten komen.
Op de leeftijdsgrens van 60 jaar bestaan een groot aantal afwijkingen. Allen hebben deze gemeen dat een werknemer slechts op een jongere leeftijd kan genieten van het conventioneel brugpensioen indien hij reeds een zeer lange loopbaan achter de rug heeft (33 tot 38 jaar).en een “zwaar” beroep of nachtwerk uitoefent. In ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering kunnen werknemers onder bepaalde voorwaarden al vanaf 50 jaar genieten van een brugpensioen.
Vervanging van de bruggepensioneerde in de onderneming
In principe is de werkgever verplicht om alle werknemers te vervangen die tot het conventioneel brugpensioenstelsel toetreden. De vervanger moet een nieuw aangeworven persoon zijn. Dergelijke vervangingsplicht geldt niet voor het brugpensioen vanaf 60 jaar.Het inkomen van de bruggepensioneerde
CAO nr. 17 stelt dat de brugpensioenvergoeding enerzijds bestaat uit een werkloosheidsuitkering ten laste van de RVA en anderzijds uit een aanvullende brugpensioenvergoeding ten laste van de werkgever:- Alle bruggepensioneerden hebben recht op werkloosheidsuitkeringen, tegen het constante percentage van 60% gedurende hun volledige brugpensioen. Dit percentage wordt berekend op het dagelijkse loon dat door de werknemer werd verdiend. Het loon wordt echter begrensd op 1921 euro per maand.
- Naast deze werkloosheidsuitkering geniet de bruggepensioneerde van een aanvullende vergoeding die in principe betaald wordt door de werkgever. Deze vergoeding bedraagt de helft van het verschil tussen het begrensde nettoloon dat de persoon verdiende en de werkloosheidsuitkering.
De bruggepensioneerde heeft recht op beide vergoedingen tot de datum waarop hij de pensioenleeftijd bereikt heeft. De partijen, de sector of de onderneming kunnen daarenboven ook nog voorzien in een buitenwettelijke aanvulling van de brugpensioenvergoeding.
Het recht op de aanvullende vergoeding is ondergeschikt aan het voordeel van werkloosheidsuitkeringen. Dit betekent dat het recht op de aanvullende brugpensioenvergoeding vervalt als de werkloosheidsuitkering wordt geschorst of opgegeven.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
-->
6 januari 2010



