Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen: lager maximumbedrag voor 2010!
Sinds 1 januari 2008 kan een werkgever aan zijn werknemers of een categorie ervan een resultaatsgebonden bonus toekennen, die vrijgesteld is van sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing en waarop enkel een bijzondere werkgeversbijdrage van 33% verschuldigd is. De bonus en de solidariteitsbijdrage zijn fiscaal aftrekbaar als beroepskosten. Opdat een werkgever van dit sociaal en fiscaal gunstig regime zou kunnen genieten bij het toekennen van een bonus dient hij bepaalde voorwaarden in acht te nemen:
- Zo moeten de voordelen gekoppeld worden aan de verwezenlijking van collectieve doelstellingen die tevens meetbaar, objectief verifieerbaar en onzeker moeten zijn.
- Bovendien moet het bonussysteem ingevoerd worden via een CAO of een toetredingsakte, al naargelang de betrokken werknemers al dan niet vertegenwoordigd worden door een vakbondsafvaardiging. Deze CAO of toetredingsakte wordt aangevuld met een toekenningsplan dat een aantal verplichte vermeldingen dient te bevatten.
Het maximumbedrag dat kan worden toegekend in het kader van dit bonussysteem is gekoppeld aan de gezondheidsindex en wordt jaarlijks aangepast op 1 januari. Indien het bedrag van de toegekende voordelen het plafond overschrijdt, wordt het gedeelte boven het maximumbedrag onderworpen aan belastingen en gewone sociale zekerheidsbijdragen.
Voor 2010 daalt het maximumbedrag van 2314 EUR naar 2299 EUR. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat bepaalde bonussen die toegekend worden in het kader van een plan dat uitgewerkt werd in 2009, maar waarvan de betaling pas plaatsvindt in (het eerste kwartaal van) 2010 gedeeltelijk geherkwalificeerd worden, met name indien de nieuwe grens van 2299 EUR overschreden wordt. De RSZ en de FOD Financiën hebben echter meegedeeld rekening te zullen houden met de hogere grens van 2009 indien de doelstellingen hoofdzakelijk verwezenlijkt werden op basis van prestaties in 2009.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
-->
4 februari 2010



