Herinnering: dienstencheques - overgangsperiode voor bepaalde maatregelen afgelopen sinds januari 2010

Eerder bezorgden wij u al een overzicht van de arbeidsrechtelijke wijzigingen inzake dienstencheques. *

Voor een aantal van die wijzigingen gold, onder bepaalde voorwaarden, een overgangsperiode tot en met 31 december 2009. Wij brengen u de gevolgen van het aflopen van deze overgangsperiode nog eens in herinnering.

1. Beëindigen contracten van bepaalde duur

Voor dienstencheque-overeenkomsten van bepaalde duur bestond de mogelijkheid de overeenkomst te beëindigen mits betekening van een opzegtermijn van zeven dagen.
Sinds 1 september 2009 is deze mogelijkheid afgeschaft en gelden de algemene regels uit de Wet op de arbeidsovereenkomsten.

Voor dienstencheque-werknemers die vóór 1 september 2009 met een contract van bepaalde duur in dienst kwamen, bleef  de oude regeling echter gelden zolang u verder opeenvolgende contracten van bepaalde duur aanbood, doch maximum tot en met 31 december 2009.

Sinds 1 januari 2010 kan u dienstencheque-overeenkomsten voor bepaalde duur dus niet langer beëindigen met een opzeggingstermijn van 7 dagen.

2. Wijzigingen m.b.t. de maximale duur van opeenvolgende contracten van bepaalde duur

Sinds 1 september 2009 kan u uw dienstencheque-werknemer vanaf de eerste Dimona-aangifte gedurende maximum 3 maanden opeenvolgende contracten van bepaalde duur aanbieden, zonder dat er sprake is van een overeenkomst van onbepaalde duur.

Voor dienstencheque-werknemers die vóór 1 september 2009 in dienst kwamen, gold nog een overgangsperiode tot en met 31 december 2009.
In de praktijk betrof deze overgangsperiode enkel de dienstencheque-werknemers met een aanvullende uitkering (oude categorie A).  Aan deze werknemers kon u nog opeenvolgende contracten van bepaalde duur aanbieden gedurende maximum 6 maanden vanaf de eerste Dimona-aangifte.

Sinds 1 januari 2010 moeten die werknemers die nog steeds een contract van bepaalde duur hadden een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur krijgen.

3. Wijzigingen met betrekking tot de minimale arbeidsduur per arbeidsprestatie

Sinds 1 september 2009 moet iedere werkperiode minstens 3 uur bedragen.

Dienstencheque-werknemers zonder aanvullende uitkering (oude categorie B) die voor 1 september 2009 reeds een contract van onbepaalde duur hadden, konden tot 31 december 2009 nog werkperiodes van minder dan 3 uur hebben.

Sinds 1 januari 2010 moeten de werkperiodes van deze werknemers ook minstens 3 uur bedragen.

Moet u hierdoor de arbeidsroosters van uw medewerkers aanpassen? Dan kan u ons de wijzigingen doorgeven.

4. Wijzigingen met betrekking tot de minimale wekelijkse arbeidsduur

Sinds 1 september 2009 moeten dienstencheque-werknemers met een aanvullende uitkering vanaf de 4° maand na de eerste Dimona een arbeidsovereenkomst met een wekelijkse arbeidsduur van minstens 13 uur per week hebben.

Die werknemers konden tot en met 31 december 2009 toch nog een overeenkomst van minder dan 13u per week hebben voorzover de periode van 6 maanden na de eerste Dimona nog niet verstreken was.  De eerste Dimona moest bovendien voor 1 september 2009 gebeurd zijn.

Sinds 1 januari 2010 moet u er echter voor zorgen dat ook deze werknemers een arbeidsovereenkomst van minstens 13 uur per week hebben.

Moet u hierdoor de arbeidsroosters van uw medewerkers aanpassen? Dan kan u ons de wijzigingen doorgeven.


* Artikel: "Dienstencheques: gewijzigde reglementering - verduidelijking"

-->

12 februari 2010