Het Koninklijk Besluit over de 'aanvullende vakantie' is verschenen!
Het Koninklijk Besluit dat de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten bepaalt van de regels voor de aanvullende vakantie (of 'Europese vakantie') werd onlangs gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Ter herinnering, de wet van 29 maart 2012 houdende diverse bepalingen heeft een nieuw artikel ingevoegd in de gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers. Die bepaling geeft de werknemer de mogelijkheid om dagen 'aanvullende vakantie' te nemen aan het begin of bij de hervatting van de activiteit. Voor de uitvoering hiervan moest echter nog een Koninklijk Besluit worden genomen. Dat is ondertussen gebeurd!
Deze maatregel vormt een antwoord op een ingebrekestelling van België door de Europese Commissie omwille van de non-conformiteit van onze regelgeving met een Europese richtlijn. Die richtlijn bepaalt dat elke werknemer recht heeft op minstens 4 weken vakantie per jaar en op het bijhorende vakantiegeld.
Opgelet! Deze nieuwe regelgeving roept heel wat vragen op waarop we momenteel niet kunnen antwoorden omdat de instructies van de bevoegde instellingen ontbreken. Zodra we meer weten verneemt u dat van ons.
Context
Tot voor kort werd volgens de Belgische wetgeving het recht op vakantiedagen en vakantiegeld uitsluitend toegekend aan de werknemers die in de loop van het vakantiedienstjaar (het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van de vakantie) arbeidsprestaties rechtvaardigden die aangegeven werden bij het Belgische socialezekerheidsstelsel voor werknemers. Met andere woorden, het effectieve recht op vakantie was afhankelijk van de arbeidsprestaties die geleverd werden tijdens het voorgaande kalenderjaar (tijdens het vakantiedienstjaar dus).
Het gevolg hiervan was dat werknemers die een activiteit aanvatten (of hervatten), geen recht hadden op vakantiedagen en vakantiegeld gedurende het eerste jaar waarin ze werkten (of het jaar van werkhervatting).
De nieuwe regelgeving betreffende de aanvullende vakantie wil een einde maken aan die situatie door aan de werknemers die een activiteit beginnen of hervatten het recht op vakantiedagen toe te kennen vanaf het eerste jaar van het aanvatten of hervatten van een activiteit.
Opmerking: de werknemer is niet verplicht de dagen aanvullende vakantie op te nemen waarop hij recht heeft (in tegenstelling tot de dagen wettelijke vakantie).
Algemene voorwaarden
Om dagen aanvullende vakantie te genieten tijdens het jaar van het aanvatten of hervatten van een activiteit moet de werknemer (arbeider of bediende) tegelijkertijd voldoen aan volgende voorwaarden:
- Een activiteit in dienst van een of meer werkgevers beginnen of hervatten
- Onder 'aanvatten van een activiteit' moet worden verstaan, iedere activiteit van een werknemer die nooit geheel of gedeeltelijk onderworpen is geweest aan de gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers tijdens het vakantiedienstjaar (= kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie normaal moet worden toegekend). Het betreft de werknemer die:
- een beroepsactiviteit als loontrekker aanvat,
- een activiteit als loontrekker uitoefent na een periode van activiteit in het buitenland,
- overgaat van het statuut van zelfstandige naar het statuut van loontrekker of
- overgaat van de overheidssector naar de privésector.
- Onder 'hervatten van een activiteit' moet worden verstaan, iedere activiteit van een werknemer die, vóór het hervatten van de activiteit:
- Volledig werkloos was,
- Langdurig ziek was (werknemer die door het ziekenfonds vergoed wordt voor de dagen ongeschiktheid die niet gelijkgesteld worden met normale effectief gewerkte dagen, dit wil zeggen na 12 maanden ongeschiktheid),
- Met volledige loopbaanonderbreking was,
- Met verlof zonder wedde was.
- Onder 'aanvatten van een activiteit' moet worden verstaan, iedere activiteit van een werknemer die nooit geheel of gedeeltelijk onderworpen is geweest aan de gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers tijdens het vakantiedienstjaar (= kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie normaal moet worden toegekend). Het betreft de werknemer die:
- Werkelijke arbeidsprestaties hebben verricht of een met arbeid gelijkgestelde onderbreking hebben gehad tijdens ten minste drie maanden al dan niet doorlopend gedurende eenzelfde kalenderjaar, bij een of meerdere werkgevers (= aanloopperiode);
- De wettelijke vakantiedagen desgevallend hebben opgebruikt.
Regels voor arbeiders
Duur van de aanvullende vakantie
Herinnering! Om dagen aanvullende vakantie te kunnen genieten moet de arbeider een periode van werkelijke arbeidsprestaties of van met arbeid gelijkgestelde onderbreking hebben gehad tijdens ten minste drie maanden al dan niet doorlopend gedurende eenzelfde kalenderjaar, bij één of meerdere werkgevers (= aanloopperiode).
De duur van de aanvullende vakantie voor arbeiders wordt bepaald op basis van het aantal normale werkelijke arbeidsdagen en gelijkgestelde inactiviteitsdagen tijdens het lopende jaar (en niet tijdens het vakantiedienstjaar), in overeenstemming met onderstaande tabel.
Het aantal vakantiedagen dat werd bekomen in overeenstemming met onderstaande tabel moet vervolgens worden verminderd met het aantal wettelijke vakantiedagen waarop de arbeider eventueel recht heeft op basis van zijn prestaties in de loop van het vakantiedienstjaar.
| Aantal normale werkelijke arbeidsdagen en gelijkgestelde inactiviteitsdagen | Aantal vakantiedagen (uitgedrukt in dagen in het voltijdse 5 dagen-weekstelsel) |
| 231 en meer | 20 |
| Van 221 tot 230 | 19 |
| Van 212 tot 220 | 18 |
| Van 202 tot 211 | 17 |
| Van 192 tot 201 | 16 |
| Van 182 tot 191 | 15 |
| Van 163 tot 181 | 14 |
| Van 154 tot 162 | 13 |
| Van 144 tot 153 | 12 |
| Van 135 tot 143 | 11 |
| Van 125 tot 134 | 10 |
| Van 106 tot 124 | 9 |
| Van 97 tot 105 | 8 |
| Van 87 tot 96 | 7 |
| Van 77 tot 86 | 6 |
| Van 64 tot 76 | 5 |
| Van 48 tot 63 | 4 |
| Van 39 tot 47 | 3 |
| Van 20 tot 38 | 2 |
| Van 10 tot 19 | 1 |
| Van 0 tot 9 | 0 |
Opmerking: de regels uit deze tabel zullen ook van toepassing zijn om het aantal wettelijke vakantiedagen voor arbeiders te bepalen vanaf het vakantiedienstjaar 2012 – vakantiejaar 2013.
Voor de berekening van de duur van de aanvullende vakantie worden met werkelijke arbeidsdagen gelijkgesteld:
- De schorsingsdagen van de overeenkomst die gelijkgesteld worden wat de wettelijke vakantie betreft (arbeidsongeval, ziekte, moederschapsverlof, enz.);
- De dagen wettelijke vakantie en aanvullende vakantie.
Aanvullende vakantie wordt toegekend op basis van een formulier dat door de werknemer aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) wordt overhandigd. Dit formulier is beschikbaar op de site van de RJV.
Vakantiegeld voor de dagen aanvullende vakantie
Bedrag
Het bedrag van het aanvullend vakantiegeld van de arbeider is gelijk aan 7,69% van de lonen van de periode die recht geeft op aanvullende vakantie gevraagd door de arbeider, eventueel vermeerderd met een fictief loon voor de met dagen normale werkelijke arbeid gelijkgestelde inactiviteitsdagen.
Voor de berekening van het bedrag van het aanvullend vakantiegeld worden met dagen werkelijke arbeid gelijkgesteld:
- De schorsingsdagen van de overeenkomst die gelijkgesteld worden wat de wettelijke vakantie betreft (arbeidsongeval, ziekte, moederschapsverlof, enz.);
- De dagen wettelijke vakantie en aanvullende vakantie.
Wijze van betaling
Het aanvullend vakantiegeld wordt aan de arbeider betaald door de vakantiekas waarbij de werkgever is aangesloten, uiterlijk in de loop van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het recht op de aanvullende vakantie werd uitgeoefend.
'Financiering'
Het aanvullend vakantiegeld vormt een voorschot op de betaling van het vakantiegeld van het volgende jaar.
In de praktijk moet een aftrek van het aanvullend vakantiegeld gebeuren op de betaling van het vakantiegeld van het jaar dat volgt op het opnemen van de aanvullende vakantie, ten belope van maximum 50% van het bedrag van het vakantiegeld van het volgende jaar. Dit bedrag is gelijk aan 15,38% van de lonen van het vakantiedienstjaar die als basis hebben gediend voor de berekening van de bijdrage die voor de samenstelling van dit vakantiegeld verschuldigd was, eventueel vermeerderd met een fictief loon voor de met dagen werkelijke arbeid gelijkgestelde inactiviteitsdagen.
Regels voor bedienden
Duur van de aanvullende vakantie
Herinnering! Om dagen aanvullende vakantie te kunnen genieten, moet de bediende werkelijke arbeidsprestaties hebben verricht of een met arbeid gelijkgestelde onderbreking hebben gehad tijdens ten minste drie maanden al dan niet doorlopend gedurende eenzelfde kalenderjaar, bij een of meerdere werkgevers (= aanloopperiode).
Vanaf de laatste week van de aanloopperiode heeft de bediende die de voorwaarden vervult om aanvullende vakantie te kunnen genieten, recht op maximum 6 vakantiedagen in een arbeidsstelsel van 6 dagen per week. Indien de bediende is tewerkgesteld volgens een ander arbeidsstelsel, heeft hij recht op vakantiedagen naar verhouding van zijn arbeidsstelsel tijdens zijn aanloopperiode.
Na de aanloopperiode wordt de vakantieduur bepaald naar rato van twee dagen per maand prestaties verricht tijdens het lopende jaar (en niet tijdens het vakantiedienstjaar) bij een of meerdere werkgevers indien de werknemer is tewerkgesteld in een arbeidsstelsel van zes dagen per week. Indien de werknemer in een ander arbeidsstelsel is tewerkgesteld, heeft hij recht op vakantiedagen naar verhouding van zijn arbeidsstelsel.
De aldus bepaalde vakantieduur moet verminderd worden met het aantal wettelijke vakantiedagen waarop de bediende recht heeft op basis van zijn prestaties tijdens het vakantiedienstjaar.
Voor de berekening van de duur van de aanvullende vakantie worden met werkelijke arbeidsdagen gelijkgesteld:
- De schorsingsdagen van de overeenkomst die gelijkgesteld worden wat de wettelijke vakantie betreft (arbeidsongeval, ziekte, moederschapsverlof, enz.);
- De dagen wettelijke vakantie en aanvullende vakantie.
Vakantiegeld voor de dagen aanvullende vakantie
Bedrag en wijze van betaling
De werkgever betaalt aan de bediende op de gewone datum voor uitbetaling van het loon een bedrag gelijk aan zijn normaal loon voor de dagen aanvullende vakantie.
Voor de berekening van het bedrag van het aanvullend vakantiegeld worden met dagen werkelijke arbeid gelijkgesteld:
- De schorsingsdagen van de overeenkomst die gelijkgesteld worden wat de wettelijke vakantie betreft (arbeidsongeval, ziekte, moederschapsverlof, enz.);
- De dagen wettelijke vakantie en aanvullende vakantie.
'Financiering'
Het aanvullend vakantiegeld vormt een voorschot op de betaling van het dubbel vakantiegeld van het volgende jaar.
In de praktijk moet een aftrek van het aanvullend vakantiegeld gebeuren op de latere uitbetalingen van het dubbel vakantiegeld of, desgevallend, van het vertrekvakantiegeld.
Vakantieattest
Het vakantieattest moet met volgende vermeldingen worden aangevuld:
- De brutobedragen van het aanvullend vakantiegeld dat werd uitbetaald;
- Het aantal dagen aanvullende vakantie dat al is genomen door de bediende en het arbeidsstelsel waarin deze vakantiedagen werden genomen.
Inwerkingtreding
Het Koninklijk Besluit treedt in werking op 1 april 2012 en is voor de eerste keer van toepassing op de aanvullende vakantie die in 2012 wordt opgenomen (behalve de tabel die in werking treedt vanaf het vakantiedienstjaar 2012 - vakantiejaar 2013 wat betreft de wettelijke vakantiedagen).
Bron: wet van 29 maart 2012 houdende diverse bepalingen (I), BS 30 maart 2012; Koninklijk Besluit van 19 juni 2012 tot uitvoering van artikel 17bis van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971, BS 28 juni 2012.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geschreven door Ivo Debrabandere
4 juli 2012

