Werkgelegenheidsplan oudere werknemers : de NAR werkt een regeling uit
In een vorig artikel informeerden wij u dat de NAR (Nationale Arbeidsraad) een eigen werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers heeft uitgewerkt dat in de plaats komt van de maatregelen die door de regering genomen werden.
Voor welke ondernemingen?
Ondernemingen met meer dan 20 werknemers worden verplicht om vanaf 2013 een werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers op te stellen.
Voor de berekening van het aantal werknemers moet rekening gehouden worden met het aantal werknemers in dienst op de eerste werkdag van het kalenderjaar waarin het werkgelegenheidsplan opgesteld wordt. De telling gebeurt op basis van de Dimona-aangiften en wordt uitgedrukt in voltijdse equivalenten. Daarbij moet eveneens rekening gehouden worden met de uitzendkrachten.
Het aantal werknemers wordt vastgelegd voor een periode van 4 jaar. Indien de onderneming op 2 januari 2013 meer dan 20 werknemers in dienst heeft, is de werkgever bijgevolg verplicht om een werkgelegenheidsplan op te stellen tot en met 2016.
Deze berekeningswijze kan echter betwist worden indien de onderneming op de datum waarop de telling gebeurt uitzonderlijk veel of weinig werknemers in dienst heeft. In dat geval kan het aantal werknemers berekend worden als een gemiddelde over een periode van 4 kwartalen.
Over welke maatregelen gaat het?
De cao van de NAR geeft een niet-limitatieve opsomming van maatregelen die de werkgever kan nemen, zoals:
• Maatregelen m.b.t. de selectie en aanwerving van 45-plussers;
• Maatregelen die betrekking hebben op het ontwikkelen van competenties en kwalificaties;
• Het creëren van aangepaste functies;
• Het aanpassen van de arbeidstijd en arbeidsomstandigheden;
• Enz….
Welke procedure moet er gevolgd worden?
De werkgever moet jaarlijks een werkgelegenheidsplan opstellen. Hij kan echter ook een plan opstellen dat over meerdere jaren loopt.
Vervolgens moet het plan voorgelegd worden aan de ondernemingsraad, aan het CPBW bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging bij ontstentenis van een ondernemingsraad en een CPBW of aan de werknemers indien geen enkele van deze overlegorganen aanwezig is.
De overlegorganen hebben de mogelijkheid om een advies uit te brengen over het plan zoals voorgesteld door de werkgever. In ondernemingen met minder dan 50 werknemers waar er geen vakbondsafvaardiging is, volstaat het dat de werkgever de werknemers informeert over het werkgelegenheidsplan.
Bovendien moet de werkgever de overlegorganen of de werknemers achteraf ook informeren omtrent de resultaten van de genomen maatregelen.
Het werkgelegenheidsplan moet gedurende een periode van 5 jaar bewaard worden.
De NAR heeft een model van werkgelegenheidsplan uitgewerkt.
Bron: cao nr. 104 van 27 juni 2012.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geschreven door jonas
7 augustus 2012

