Aansluitingen
Aansluiten bij een mutualiteit
Elke zelfstandige moet zich aansluiten bij een erkend ziekenfonds.
Bent u al aangesloten bij een ziekenfonds, dan moet u hen onmiddellijk op de hoogte brengen van uw gewijzigde statuut. Hiertoe stuurt u simpelweg het attest door dat HDP Sociaal Verzekeringsfonds u bezorgt.
Aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds
U sluit zich aan bij HDP Sociaal Verzekeringsfonds door een verklaring in te dienen.
Deze aansluiting moet gerealiseerd worden uiterlijk op de dag dat u uw zelfstandige activiteit aanvat.
Bij gebreke hieraan kan u een sanctie oplopen gaande van 500 tot 2.000 EUR.
Dergelijke sanctie kan eenvoudig vermeden worden als u weet dat de formaliteiten van de aansluiting reeds tot 6 maanden voor de effectieve begindatum van uw zelfstandige activiteiten kunnen vervuld worden.
Vóór u zich aansluit, moet u weten of u uw zelfstandig beroep zal uitoefenen
Zelfstandige als hoofdberoep
Meestal wordt de zelfstandige activiteit als hoofdberoep uitgeoefend, ook wanneer u daarnaast in dienstverband werkt.
De keuze voor zelfstandige als hoofdberoep kan zelfs wanneer het aantal arbeidsuren van uw andere baan kleiner is dan de helft van het normale aantal uren arbeid voor een fulltime betrekking.
Bijberoep
U oefent een zelfstandig bijberoep uit wanneer u naast uw zelfstandige activiteit gewoonlijk nog andere beroepsbezigheden uitoefent. Uitzonderlijk kan zo’n zelfstandige activiteit ook gecombineerd worden met specifieke inkomens, pensioenen of uitkeringen.
U hebt een andere hoofdbezigheid en wil zich vestigen als zelfstandige in bijberoep?
Indien u uw huidige baan wilt combineren met een activiteit als zelfstandige in bijberoep, dan gelden daarvoor strenge, ingewikkelde voorwaarden. Zo moet uw zelfstandige activiteit gepaard gaan met:
- een loontrekkende activiteit over minstens de helft van het aantal uren van een voltijds tewerkgestelde in dezelfde onderneming. Hiervoor geldt de regeling van de cao. Bestaat er geen arbeidsregeling in de onderneming, dan vertrekt de administratie van de arbeidsregeling die is afgesproken in het paritair comité van de sector.
- een statutaire betrekking die over ten minste 8 maanden of 200 dagen per jaar loopt. Het aantal arbeidsuren per maand moet minstens de helft bedragen van het aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking. Deze regeling geldt ook voor NMBS-medewerkers, maar niet voor het onderwijs.
- een betrekking in het dag- of avondonderwijs van minstens 6/10 van een volledige uurrooster.
- een beroepsbezigheid in dienst van een internationaal of supranationaal organisme waarvan België deel uitmaakt. De beroepsbezigheid moet beantwoorden aan het begrip “gewone en hoofdzakelijke beroepsbezigheid” voor de werknemer.
Let op:
Wanneer u werkt in dienstverband, dan mag u voor uw werkgever geen “gelijkaardige” prestaties leveren als zelfstandige. De wet bepaalt dat zo’n prestaties geleverd zijn op grond van de arbeidsovereenkomst. Op die inkomsten moet u dus gewone rsz-bijdragen betalen (artikel 5bis in de Arbeidsovereenkomstenwet).
U geniet van een loonvervangend inkomen, een pensioen of specifieke uitkering?
U mag zelfstandige activiteiten als bijberoep uitoefenen, wanneer u die combineert met:
- een loonvervangend inkomen (minimale omvang);
- een rust- of invaliditeitspensioen in een pensioenregeling die tot stand kwam door of krachtens een wet, provinciaal besluit of het NMBS-stelsel;
- een uitkering als slachtoffer van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte met een werkongeschiktheid van ten minste 66 %.
Het pensioen, het loonvervangend inkomen of de uitkering moet op 1 januari van het bijdragejaar minstens overeenkomen met het bedrag van het minimumpensioen voor een alleenstaande zelfstandige.
Ligt het bedrag dat u ontvangt lager dan dit minimumpensioen, dan volstaat het dat men als gewezen werknemer of ambtenaar zijn rechten op een rust- of invaliditeitspensioen vrijwaart.
Wanneer men een zelfstandige bezigheid aanvat wanneer men al een loonvervangend inkomen ontvangt of zijn rechten op pensioen vrijwaart, wordt dit nieuwe beroep eveneens als een zelfstandig bijberoep erkend.
Helpers
Een "helper" is iedereen die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt zonder door een arbeidsovereenkomst verbonden te zijn.
De wet eist niet dat er tussen de helper en de zelfstandige een familieband bestaat.
Een zelfstandige kan zich ook laten bijstaan of vervangen door een werknemer. Het sociologische criterium is dus belangrijk: zodra de hulp in een gezagsrelatie verstrekt wordt, is er sprake van een arbeidsovereenkomst.
Verder moet de hulp altijd voor rekening van de zelfstandige verstrekt worden. Wie beschikt over een eigen btw-nummer, inschrijving in het handels- of ambachtsregister, vestigingsattest, distributie-attest, enz… zal niet als helper worden beschouwd.
De hulp moet bovendien beroepsmatig zijn. Deze voorwaarde staat niet uitdrukkelijk in de wet, maar volgt uit een interpretatie van het begrip “zelfstandige” én uit de uitzonderingsbepalingen.
Volgende personen zijn niet verzekeringsplichtig als helper:
- de echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige, tenzij wanneer deze echtgenoot of echtgenote valt onder de regeling van de “echtgenoot-helper” (zie punt 3);
- helpers vóór 1 januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden. Huwt de helper voor deze datum, dan is hij wel verzekeringsplichtig vanaf het kwartaal van het huwelijk;
- toevallige helpers die niet regelmatig en minder dan 90 dagen per jaar helpen;
- studenten die recht geven op kinderbijslag, zelfs al helpen zij regelmatig.
Echtgenoten die bedrijfsinkomsten aangeven als zelfstandige, worden ook als zelfstandige beschouwd. Men mag echter het tegendeel bewijzen.
In het sociaal statuut gelden voor "zelfstandigen" en "helpers" dezelfde regels, tenzij de wet het uitdrukkelijk anders bepaalt.
Meewerkende echtgenoot
De meewerkende echtgenoot van een zelfstandige is onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandige. Deze nieuwe regeling geldt sinds 2003.
De wet “vermoedt” dat u een meewerkende echtgenoot bent wanneer:
- u gehuwd bent of wettelijk samenwoont met een zelfstandige;
- u geen eigen sociaal statuut heeft.
Let op: dit vermoeden geldt voor het sociaal statuut, maar is niet van toepassing op de partner van de bedrijfsleider in de fiscale wetgeving.
U kunt dit vermoeden weerleggen door een eenvoudige verklaring op erewoord. Wie zo’n verklaring aflegt, wordt niet als helper beschouwd. Indien deze verplichting niet wordt nageleefd kan de Koning de mogelijkheid voorzien van administratieve boetes tot € 500.
Vanaf 1 januari 2006 worden de meewerkende echtgenoten verplicht onderworpen aan het volledige sociaal statuut der zelfstandigen. Voor wie voor 1956 is geboren, blijft de onderwerping aan het stelsel echter vrijwillig. Deze uitzondering is logisch: de resterende loopbaan van deze echtgenoten is te kort om eigen pensioensrechten op te bouwen.

