Bij wie moet ik als zelfstandige mijn sociale bijdragen betalen? Hoe dient dit te gebeuren? Welke sancties worden er getroffen als ik mijn bijdragen niet op tijd betaal? Wat houdt 'niet op tijd betalen' eigenlijk in?

Sluiten

Eenmaal de aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds is gerealiseerd, zal de aangeslotene een vervaldagbericht per kwartaal toegestuurd krijgen met betrekking tot de verschuldigde bijdragen (1). De sociale bijdragen zijn inderdaad per kwartaal verschuldigd, en dit voor ieder kwartaal waarin de zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend (2).

Zo is bijvoorbeeld de bijdrage van het eerste kwartaal van 2002 in zijn geheel verschuldigd door de persoon die een zelfstandige activiteit aanvat op 3 januari 2002 als door de persoon die pas op 30 maart 2002 met een zelfstandige activiteit begint.

Deze bijdrage zal steeds tijdig moeten worden betaald, wil men de sancties voor niet of laattijdige betaling voorkomen. In principe moet iedere bijdrage daarom zijn betaald tegen het einde van het kwartaal waarop ze betrekking heeft. Dit betekent dat ze uiterlijk de laatste werkdag van het betreffende kwartaal op rekening van het sociaal verzekeringsfonds moet staan. (1)

Bij het niet naleven van deze wettelijke bepaling, is er een tweevoudige sanctie voorzien, nl. de driemaandelijkse en de jaarlijkse verhogingen.

(1) art 42, alinea 1 van het KB van 19/12/1967
(2) art 15, § 2 van het KB nr 38 van 27/07/1967

De driemaandelijkse verhogingen:
De driemaandelijkse verhogingen bestaan hierin dat alle bijdragen die onbetaald blijven, bij het verstrijken van ieder kalenderkwartaal met 3% worden vermeerderd (3). Zo moet bijvoorbeeld de betaling van de bijdrage van het eerste kwartaal van 2003 uiterlijk op 31/03/2003 op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds zijn geboekt.

Indien de betaling van deze bijdrage slechts op 1 april 2003 op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds wordt geboekt, dan zal deze bijdrage met 3% worden vermeerderd bij het verstrijken van het eerste kwartaal.

De jaarlijkse vermeerdering:
De jaarlijkse vermeerdering is verschuldigd onafhankelijk van de driemaandelijkse verhoging en bedraagt 7% (4). In tegenstelling tot de driemaandelijkse verhogingen is de jaarlijkse vermeerdering echter niet repetitief. Dit wil zeggen dat een bepaalde bijdrage slechts één keer kan worden verhoogd met de jaarlijkse vermeerdering.

Deze jaarlijkse vermeerdering is verschuldigd bij het verstrijken van ieder kalenderjaar en wordt berekend op alle bijdragen die bij het verstrijken van dat kalenderjaar onbetaald bleven en die in de loop van dat kalenderkwartaal hadden betaald moeten zijn.

In het hierboven vermelde voorbeeld waarbij de betaling van de bijdrage van het eerste kwartaal van 2003 op 1 april 2003 op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds wordt geboekt, zal dus geen jaarlijkse vermeerdering verschuldigd zijn op de bijdrage van het eerste kwartaal van 2003, daar deze bijdrage bij het verstrijken van het jaar 2003 reeds betaald bleek. Indien de betaling pas gebeurt in de loop van 2004, zal voor de onbetaalde sociale bijdragen, die verschuldigd waren in de loop van 2003, een bijkomende verhoging van 7 % worden aangerekend. Zo zal bij het niet tijdig betalen van de bijdragen voor het vierde kwartaal van een jaar, steeds deze verhoging van 7% dienen te worden aangerekend!

Naast het toepassing van de trimestriële en de jaarlijkse verhogingen, kan de niet of de laattijdige betaling van de bijdragen en van de daardoor verschuldigde vermeerderingen eveneens de schorsing van de uitbetaling van de kinderbijslag tot gevolg hebben. In dat geval zal er evenmin een bijdragenbon kunnen worden afgeleverd, waardoor de onderworpene op de duur niet meer in regel zal zijn op het gebied van de ziekte- en invaliditeitsverzekering. (zie ook 'Kinderbijslag' en 'Ziekte- en invaliditeitsverzekering').

(3) art 44 van het KB van 19/12/1967
(4) art 44bis van het KB van 19/12/1967

 

Ik begin als zelfstandige te werken. Hoe en waar dien ik mij aan te sluiten om in regel te zijn op het gebied van de sociale lasten?

Sluiten

De onderworpen zelfstandigen en help(st)ers zijn, voor de toepassing van het sociaal statuut der zelfstandigen, verplicht om :

* zich bij een sociaal verzekeringsfonds aan te sluiten
* de verschuldigde bijdragen te betalen


1. De aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds

Daar waar de aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds verplicht is (1), staat het de zelfstandige en de help(st)er uiteraard volledig vrij om zich bij het sociaal verzekeringsfonds naar zijn keuze aan te sluiten.

Deze aansluiting is van geen enkele voorwaarde afhankelijk, behalve dat het uiteraard niet toegelaten en noch mogelijk is om zich tegelijkertijd bij meer dan één sociaal verzekeringsfonds aan te sluiten.

De aansluiting is aan regels onderworpen. Zo moet er enerzijds een termijn worden nageleefd en anderzijds moet de aansluiting gebeuren met een officieel document. (2).

De termijn van aansluiting

De aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds moet binnen de 90 dagen gebeuren te rekenen vanaf de aanvang van de zelfstandige activiteit (3). Zij kan slechts ten vroegste zes maanden vóór de aanvang van de activiteit gebeuren (4).

Op zich is er geen sanctie voorzien voor het niet naleven van de termijn van 90 dagen te rekenen vanaf de aanvang van de activiteit. In dat geval zullen onmiddellijk vermeerderingen voor laattijdige betalingen moeten worden aangerekend op de wettelijke voorlopige bijdragen (5).

De zelfstandige of de help(st)er die nalaat zich vrijwillig bij een sociaal verzekeringsfonds van zijn of haar keuze aan te sluiten zal uiteindelijk ambtshalve bij de Nationale Hulpkas worden aangesloten.

(1) art 10, § 1 van het KB nr 38 van 27/07/1967
(2) art 6, alinea 1 van het KB van 19/12/1967
(3) art 9, alinea 1 van het KB van 19/12/1967
(4) art 6, laatste alinea van het KB van 19/12/1967
(5) art 9, alinéa 1 et 2 de l'A.R. du 19/12/1967

Het formulier voor aansluiting

Het formulier aan de hand waarvan uw aansluiting bij ons fonds kan worden gerealiseerd, wordt op uw eerste verzoek toegestuurd.

De aansluiting kan eveneens worden gedaan via de kantoren van het Sociaal Secretariaat HDP.

Indien u al bij een ander sociaal verzekeringsfonds bent aangesloten (6)

Indien u al bij een ander sociaal verzekeringsfonds bent aangesloten, dan staat het u desalniettemin vrij om te veranderen en u bij ons fonds aan te sluiten. Indien dit het geval is, dient u naast het gewone aansluitingsformulier, eveneens een 'verklaring van ontslag' in te vullen. Dit formulier wordt u eveneens op uw eerste verzoek toegestuurd of is eveneens beschikbaar in de kantoren van het hierboven vermelde Sociaal Secretariaat HDP.

Beide formulieren moeten aan onze diensten worden overgemaakt en daarna zorgen wij voor de nodige formaliteiten bij het sociaal verzekeringsfonds waarbij u momenteel bent aangesloten.

De verandering van sociaal verzekeringsfonds is van enkele voorwaarden afhankelijk.

  • Zo moet u ten minste vier jaar ononderbroken bij een sociaal verzekeringsfonds zijn aangesloten alvorens u het kunt verlaten.
  • Een verandering van fonds gebeurt steeds op een 1ste januari en moet uiterlijk zes maanden vóór de verandering kan plaatsvinden door onze diensten aan het huidig sociaal verzekeringsfonds worden betekend.
  • Een verandering van sociaal verzekeringsfonds kan echter niet meer gebeuren indien deze na uw 64ste verjaardag moet worden doorgevoerd. Indien u bijvoorbeeld reeds van vóór 1 januari 2000 bij uw huidig sociaal verzekeringsfonds bent aangesloten en u dit jaar geen 64 jaar wordt, dan kan uw verandering naar ons fonds reeds ingaan op 01/01/2004. U moet dan wel uw verklaring van aansluiting bij ons organisme en uw verklaring van ontslag bij uw huidig sociaal verzekeringsfonds uiterlijk half juni 2003 bij onze diensten indienen. Zij moeten immers uw ontslag ten laatste op 30/06/2003 aan uw huidig sociaal verzekeringsfonds betekenen.
  • Tenslotte kan de verandering van sociaal verzekeringsfonds ook slechts effectief doorgang vinden indien u, op het moment dat de verandering zou moeten doorgaan, volledig in regel bent met uw sociale bijdragen bij het sociaal verzekeringsfonds dat u wenst te verlaten.

(6) art 10 van het KB van 19/12/1967


2. De betaling van de verschuldigde bijdragen

Eenmaal de aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds is gerealiseerd, zal de aangeslotene een vervaldagbericht per kwartaal toegestuurd krijgen met betrekking tot de verschuldigde bijdragen (1). De sociale bijdragen zijn inderdaad per kwartaal verschuldigd, en dit voor ieder kwartaal waarin de zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend (2).

Zo is bijvoorbeeld de bijdrage van het eerste kwartaal van 2002 in zijn geheel verschuldigd door de persoon die een zelfstandige activiteit aanvat op 3 januari 2002 als door de persoon die pas op 30 maart 2002 met een zelfstandige activiteit begint.

Deze bijdrage zal steeds tijdig moeten worden betaald, wil men de sancties voor niet of laattijdige betaling voorkomen. In principe moet iedere bijdrage daarom zijn betaald tegen het einde van het kwartaal waarop ze betrekking heeft. Dit betekent dat ze uiterlijk de laatste werkdag van het betreffende kwartaal op rekening van het sociaal verzekeringsfonds moet staan. (1)

Bij het niet naleven van deze wettelijke bepaling, is er een tweevoudige sanctie voorzien, nl. de driemaandelijkse en de jaarlijkse verhogingen.

(1) art 42, alinea 1 van het KB van 19/12/1967
(2) art 15, § 2 van het KB nr 38 van 27/07/1967


De driemaandelijkse verhogingen :
De driemaandelijkse verhogingen bestaan hierin dat alle bijdragen die onbetaald blijven, bij het verstrijken van ieder kalenderkwartaal met 3% worden vermeerderd (3). Zo moet bijvoorbeeld de betaling van de bijdrage van het eerste kwartaal van 2003 uiterlijk op 31/03/2003 op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds zijn geboekt.

Indien de betaling van deze bijdrage slechts op 1 april 2003 op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds wordt geboekt, dan zal deze bijdrage met 3% worden vermeerderd bij het verstrijken van het eerste kwartaal.

De jaarlijkse vermeerdering :
De jaarlijkse vermeerdering is verschuldigd onafhankelijk van de driemaandelijkse verhoging en bedraagt 7% (4). In tegenstelling tot de driemaandelijkse verhogingen is de jaarlijkse vermeerdering echter niet repetitief. Dit wil zeggen dat een bepaalde bijdrage slechts één keer kan worden verhoogd met de jaarlijkse vermeerdering.

Deze jaarlijkse vermeerdering is verschuldigd bij het verstrijken van ieder kalenderjaar en wordt berekend op alle bijdragen die bij het verstrijken van dat kalenderjaar onbetaald bleven en die in de loop van dat kalenderkwartaal hadden betaald moeten zijn.

In het hierboven vermelde voorbeeld waarbij de betaling van de bijdrage van het eerste kwartaal van 2003 op 1 april 2003 op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds wordt geboekt, zal dus geen jaarlijkse vermeerdering verschuldigd zijn op de bijdrage van het eerste kwartaal van 2003, daar deze bijdrage bij het verstrijken van het jaar 2003 reeds betaald bleek. Indien de betaling pas gebeurt in de loop van 2004, zal voor de onbetaalde sociale bijdragen, die verschuldigd waren in de loop van 2003, een bijkomende verhoging van 7 % worden aangerekend. Zo zal bij het niet tijdig betalen van de bijdragen voor het vierde kwartaal van een jaar, steeds deze verhoging van 7% dienen te worden aangerekend!

Naast het toepassing van de trimestriële en de jaarlijkse verhogingen, kan de niet of de laattijdige betaling van de bijdragen en van de daardoor verschuldigde vermeerderingen eveneens de schorsing van de uitbetaling van de kinderbijslag tot gevolg hebben. In dat geval zal er evenmin een bijdragenbon kunnen worden afgeleverd, waardoor de onderworpene op de duur niet meer in regel zal zijn op het gebied van de ziekte- en invaliditeitsverzekering. (zie ook 'Kinderbijslag' en 'Ziekte- en invaliditeitsverzekering').

(3) art 44 van het KB van 19/12/1967
(4) art 44bis van het KB van 19/12/1967

 

Tijdens mijn vrije tijd help ik af en toe mijn echtgenote in haar handelszaak. Val ik door deze activiteit onder het sociaal statuut der zelfstandigen?

Sluiten

Onder 'help(st)er' wordt verstaan iedere fysische persoon die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, en die tegenover deze zelfstandige niet door een arbeidsovereenkomst is verbonden (1).

Ook hier zijn er enkele uitzonderingen van niet-onderwerping, nl :

  • de echtgeno(o)t(e)-help(st)er, ook al wordt hem of haar een gedeelte van het beroepsinkomen toegekend overeenkomstig de wetgeving op de belastingwetgeving (2)
  • de help(st)er die niet is gehuwd en die de leeftijd van 20 jaar nog niet heeft bereikt (3) ; een ongehuwde help(st)er is inderdaad slechts onderworpen vanaf 1 januari van het jaar waarin hij of zij de leeftijd van 20 jaar bereikt. Indien hij of zij vóór deze datum huwt, is hij of zij onderworpen vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin het huwelijk plaatsvindt;
  • een student(e) die recht geeft op kinderbijslag is evenmin onderworpen indien hij of zij een activiteit als help(st)er uitoefent (4). Een student(e) blijft recht geven op kinderbijslag zolang zijn of haar bruto-inkomen niet meer bedraagt dan 409,03 € per maand;
  • de help(st)er die deze activiteit niet gedurende meer dan 90 dagen per jaar uitoefent, is evenmin onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen (4).

    (1) art 6 van het KB nr 38 van 27/07/1967
    (2) art 7, 1° van het KB nr 38 van 27/07/1967
    (3) art 7, 2° van het KB nr 38 van 27/07/1967
    (4) art 7, 4° van het KB nr 38 van 27/07/1967 + art 5 van het KB van 19/12/1967

 

Wie valt er onder het sociaal statuut der zelfstandigen?

Sluiten

Het sociaal statuut der zelfstandigen wordt geregeld door het KB nr 38 van 27/07/1967, dat werd uitgevoerd door het KB van 19/12/1967.
  • journalisten, perscorrespondenten en personen die auteursrechten genieten, worden niet aan het sociaal statuut der zelfstandigen onderworpen indien ze, in welke hoedanigheid dan ook, reeds genieten van een sociaal statuut dat minstens gelijkwaardig is aan dat van zelfstandigen (2).
  • personen die met een mandaat in een openbare of in een private instelling zijn belast
    • hetzij uit hoofde van de functie die ze uitoefenen bij een administratie van het Rijk, van een provincie, van een gemeente of van een openbare instelling;
    • hetzij als vertegenwoordiger van een werkgevers-, een werknemers- of zelfstandigenorganisatie;
    • hetzij als vertegenwoordiger van het Rijk, van een provincie of van een gemeente, (3).
      Zij zijn uit hoofde van dit mandaat niet onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen

Het KB nr 38 betreft enerzijds 'zelfstandigen' en anderzijds de 'help(st)ers'.

1. De zelfstandigen

Onder 'zelfstandige' wordt verstaan ieder natuurlijk persoon, die in België, een activiteit uitoefent, uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is (1).

'Zelfstandigen' kunnen daarom in de volgende categorieën worden ingedeeld :

  • handelaar (bv. bakker, beenhouwer, loodgieter, ...)
  • beoefenaar van een vrij beroep (bv. architect, notaris, advocaat, ...)
  • mandataris in een vennootschap (bv. zaakvoerder, bestuurder, ...).

Hierop bestaan enkele uitzonderingen :

  • personen die de normale pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt of een vervroegd rustpensioen als zelfstandige of als werknemer genieten, en die een mandaat waarnemen in een vennootschap, zijn uit dien hoofde evenmin onderworpen op voorwaarde dat hun mandaat volledig kosteloos wordt uitgeoefend (4). 'Volledig kosteloos' betekent hier wel dat geen enkele vergoeding wordt toegekend, dus noch enige terugbetaling van gemaakte (verplaatsings-) kosten, noch enige toekenning van een voordeel in natura (bv. het ter beschikking stellen van een wagen, ...).

(1) art 3 van het KB nr 38 van 27/07/1967
(2) art 5 van het KB nr 38 van 27/07/1967
(3) art 5bis van het KB nr 38 van 27/07/1967
(4) art 37,§3 van het KB van 19/12/1967


1. De help(st)ers

Onder 'help(st)er' wordt verstaan iedere fysische persoon die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, en die tegenover deze zelfstandige niet door een arbeidsovereenkomst is verbonden (1).

Ook hier zijn er enkele uitzonderingen van niet-onderwerping, nl :

  • de echtgeno(o)t(e)-help(st)er, ook al wordt hem of haar een gedeelte van het beroepsinkomen toegekend overeenkomstig de wetgeving op de belastingwetgeving (2);
  • de help(st)er die niet is gehuwd en die de leeftijd van 20 jaar nog niet heeft bereikt (3) ; een ongehuwde help(st)er is inderdaad slechts onderworpen vanaf 1 januari van het jaar waarin hij of zij de leeftijd van 20 jaar bereikt. Indien hij of zij vóór deze datum huwt, is hij of zij onderworpen vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin het huwelijk plaatsvindt;
  • een student(e) die recht geeft op kinderbijslag is evenmin onderworpen indien hij of zij een activiteit als help(st)er uitoefent (4). Een student(e) blijft recht geven op kinderbijslag zolang zijn of haar bruto-inkomen niet meer bedraagt dan 409,03 € per maand;
  • de help(st)er die deze activiteit niet gedurende meer dan 90 dagen per jaar uitoefent, is evenmin onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen (4)

(1) art 6 van het KB nr 38 van 27/07/1967
(2) art 7, 1° van het KB nr 38 van 27/07/1967
(3) art 7, 2° van het KB nr 38 van 27/07/1967
(4) art 7, 4° van het KB nr 38 van 27/07/1967 + art 5 van het KB van 19/12/1967