Alcohol- en drugspreventie

Hoe reageren werknemers best op een collega met een drankprobleem? En welke verplichtingen heeft de werkgever? Alcohol blijft immers een erg vervelende zaak. Het zorgt voor wrijving binnen het team en kan ook de productiviteit drastisch doen dalen.

Verplichtingen van de werkgever

Het preventiebeleid rond alcohol en drugs is één van de acht deeldomeinen van de Welzijnswet. Deze wet verplicht de wetgever op te treden wanneer hij weet heeft van dronkenschap op het werk:
  • Hij moet werk maken van een goed functionerend alcoholpreventiebeleid.
  • Hij moet actie ondernemen wanneer werknemers problemen hebben met overmatig drankgebruik.
De interventie van de werkgever dient erop gericht te zijn het functioneren van de werknemer op de werkvloer te optimaliseren.

Werkgever kan aansprakelijk worden gesteld bij dronkenschap

De werkgever moet zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Bij ongevallen door dronkenschap van werknemers, worden de werkgevers daarom vaak (gedeeltelijk) aansprakelijk gesteld, bijvoorbeeld wanneer:
  • een dronken heftruckchauffeur een ongeval veroorzaakt en een collega verwondt;
  • een medewerker die duidelijk een glaasje te veel op heeft, na een bedrijfsfeest de wagen neemt en een ongeval veroorzaakt op weg naar huis.

Waaruit bestaat het alcoholpreventiebeleid?

De werkgever moet maatregelen nemen om alcoholmisbruik te voorkomen en te behandelen. De aanpak voor andere verdovende of verslavende middelen verloopt zoals het alcoholpreventiebeleid.

1. Het opstellen van een alcoholpreventiebeleid en -richtlijn

Een alcoholpreventiebeleid bepaalt waar en wanneer er alcohol aangeboden mag worden: in het bedrijfsrestaurant, bij festiviteiten, tijdens pauzes of etentjes met klanten….

Sommige bedrijven kiezen resoluut voor nultolerantie voor alcoholgebruik op het werk, andere bedrijven zijn minder strikt. Ook de wet spreekt een woordje mee en verbiedt bijvoorbeeld alcoholische dranken van meer dan 6° op de werkvloer.

2. Het bepalen van procedures voor acuut of chronisch alcoholmisbruik

Er is sprake van acuut alcoholmisbruik wanneer een werknemer één keer te diep in het glas heeft gekeken en als gevolg daarvan niet meer correct functioneert.
  • Indien de persoon zijn werk niet langer naar behoren kan uitvoeren of andere collega’s stoort, moet hij naar huis gestuurd worden (niet met de wagen!).
  • Bij zijn terugkeer op kantoor moet de leidinggevende hem in een gesprek duidelijk maken dat hij het gedrag niet tolereert en dat het gedrag zich niet mag herhalen.

Er kan sprake zijn van chronisch alcoholmisbruik wanneer een werknemer bij herhaling niet meer correct functioneert door overmatig drankgebruik. Collega’s of klanten klagen, de werknemer maakt meer fouten, glipt geregeld weg, is vaak maandagmorgen of vrijdagmiddag afwezig,…
  • De leidinggevende kan de medewerker opvolgen en bijsturen door regelmatige gesprekken over zijn gebrekkig professioneel functioneren.
  • De leidinggevende kan het alcoholprobleem aankaarten. Hij moet echter niet de rol van de therapeut overnemen. Dikwijls zal de betrokkene het probleem trouwens ontkennen.
  • De leidinggevende moet de betrokkene doorverwijzen naar de arbeidsgeneesheer, de sociale dienst of centra die hulp kunnen bieden.

3. Communicatie, vorming en sensibilisatie

De werkgever moet het alcoholpreventiebeleid, de richtlijnen en de procedures bekend maken bij het personeel.
  • Eerst worden de leidinggevenden ingelicht. Zij moeten de regels toepassen wanneer ze te maken krijgen met een medewerker die een alcoholprobleem heeft. Meestal wordt er een korte training gegeven.
  • Daarna krijgen de medewerkers informatie over het nieuwe beleid. Dat kan gebeuren via een interne nota, de bedrijfskrant, het arbeidsreglement of via een korte sensibilisatiesessie.

4. Doorverwijzingsmogelijkheden naar hulpverlening

Wat als een medewerker zijn alcoholafhankelijkheid erkent en bereid is daaraan iets te doen? De werkgever moet zorgen voor een goed netwerk voor hulpverlening en de medewerker doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningscentra.

Hoe omgaan met dronken collega’s?

U kunt een poging ondernemen met uw collega een gesprek aan te knopen. Probeer dat alleen wanneer uw collega geen alcohol heeft gedronken.
  • Praat uitsluitend over gedrag van uw collega en situaties die u zelf ervaren hebt. Baseer u niet op geruchten.
  • Spreek steeds in de ik-vorm en focus op de invloed van het gedrag op uw werksituatie. Vraag de persoon hier in de toekomst rekening mee te houden.
  • Heeft dit gesprek niet het gewenste effect of spreekt u de collega liever niet aan, meld het probleem dan aan uw overste of een medewerker van de sociale dienst of de preventiedienst.

Wat bij onaangenaam gedrag van een dronken collega?

U kunt zich richten tot de overste. Hij staat mee in voor de veiligheid en de gezondheid van zijn medewerkers. De overste moet duidelijk maken dat dronken of ongewenst gedrag niet getolereerd wordt. Hij kan hierbij verwijzen naar het alcoholpreventiebeleid.

U kunt zich richten tot een vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten. Deze speelt een bemiddelende rol in conflicten tussen werknemers.

Opgelet: wordt in een nieuw venster geopend. Afdrukken