Bestaan er normen voor geluidshinder op het werk?
"Het kantoor waar ik werk, ligt midden in de stad. Erg rustig zit je daar dus nooit met al dat drukke verkeer. Daarbij komt nog dat mijn collega's rondom mij de hele dag door in de weer zijn: klanten bellen, klanten bellen, klanten bellen... Al dat lawaai bemoeilijkt vaak mijn concentratie. Vandaar mijn vraag: Bestaan er eigenlijk geluidsnormen op de werkvloer?”
ANTWOORD
We spreken over lawaai van zodra het geluid dat we horen overkomt als hinderlijk. Afhankelijk van wat we doen, kan dit geluidsniveau variëren. Zo kan muziek ineens lawaai worden als je geconcentreerd probeert te werken. Rond lawaai op het werk bestaan zowel wetgeving als normen.
Wat zegt de wet?
De wetgeving handelt eerder over de schadelijke grenzen van lawaai en is begin dit jaar aangepast. Dit is het KB van 16 januari 2006 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico’s van lawaai op het werk. In de wetgeving zijn drie grenzen beschreven:
- onderste actiewaarde van 80dB
- bovenste actiewaarde van 85 dB
- grenswaarde van 87 dB
Afhankelijk van welke grens wordt overschreden, moet de werkgever verschillende maatregelen nemen die beschreven staan in de wetgeving
Geluidshinder op kantoor
Deze waarden kunnen echter niet worden gehanteerd in een kantooromgeving, hier zullen de schadegrenzen niet worden overschreden. Dit wil echter niet zeggen dat er nooit hinderlijk geluid is. De mate van hinder die wordt ondervonden van geluid is afhankelijk van diverse factoren, zoals:
- het geluidsniveau
- de aard van de werkzaamheden
- de mate van concentratie die nodig is voor het werk
- de individuele gevoeligheid
- de mate waarin je zelf het geluid kan beheersen: als je zelf kan bepalen of je het geluid toelaat of niet, vb. vensters open of gesloten, radio aan of uit, zal het geluid acceptabeler zijn dan wanneer je totaal geen invloed kan uitoefenen
- soort omgevingsgeluid: geluid met een “informatie-inhoud” werkt meer storend dan een constante ruis, zoals verkeerslawaai
- relatie van jezelf met het geluid: lawaai van andere afdelingen zal meer storend werken dan geluid van je eigen afdeling
Geluidshinder heeft in kantoren onder andere een negatieve invloed op het functioneren ten gevolge van concentratiestoornissen, belemmeringen van spraakcommunicatie, vermoeidheid, hoofdpijn, agressie, gespannenheid en slaapstoornissen.
Er bestaat kans op negatieve lichamelijke effecten, zoals toename van de bloeddruk, versnelling van hartslag en ademhaling, verhoogde hormoonproductie en toename van de spierspanning.
De norm NBN S01-401 “Akoestiek - Grenswaarden voor de geluidsniveaus om het gebrek aan komfort in gebouwen te vermijden” bepaalt de geluidsniveaus die moeten worden beschouwd als maximale niveaus voor het buitengeluid in zekere vertrekken, met gesloten vensters, als functie van hun bestemming.
De grenswaarden zijn opgenomen in de onderstaande tabel en zijn uitgedrukt in dB(A):
omgeving | landelijke of voorstedelijke residentiële wijken | stedelijke residentiële wijken | zone met lichte industrieën | stadscentra, zone met zware industrieën |
kantoor directie | 30 | 35 | 40 | 45 |
kantoor kaderleden | 35 | 40 | 45 | 50 |
kantoor bedienden | 40 | 45 | 50 | 55 |
kantoor dactylografie | 45 | 45 | 50 | 55 |
computerzaal | 55 | 55 | 60 | 65 |
collegezaal | 35 | 40 | 45 | 50 |
vergaderzaal | 40 | 45 | 50 | 55 |
restaurant | 45 | 50 | 55 | 60 |
laboratorium | 55 | 55 | 60 | 60 |
winkel | 40 | 45 | 50 | 50 |
fabriek of atelier | 50 tot 75 | |||
Dit zijn richtwaarden die niet verplichtend zijn.
Vragen over het koninklijk besluit van 16 maart 2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest
Waar kan ik asbest aantreffen?
ANTWOORD
Asbest is gedurende jaren in ontzettend veel toepassingen gebruikt. Het komt enorm veel voor in gebouwen, in o.a. tegels en vloerbekledingen, roofingproducten, branddeuren, rond leidingen, rondom verwarmingsketels, in bekleding van muren, plafonds en stutbalken, in golfplaten en in dakleien. Men treft het ook aan in allerhande machines en industriële installaties.
Meer vragen over de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest vindt u in dit document.
Wat verstaat men onder pesterijen op het werk?
Meer vragen over pesterijen en ongewenst seksueel gedrag vindt u in dit document.
Vragen over ernstige arbeidsongevallen
ANTWOORD
Definitie: een ongeval dat zich voordeed op de arbeidsplaats zelf en dat wegens zijn ernst een grondig specifiek onderzoek vereist met het oog op het treffen van preventiemaatregelen die herhaling moeten vermijden.
Wat is een ernstig arbeidsongeval:
- een dodelijk arbeidsongeval
OF
- een arbeidsongeval met een blijvend letsel of een tijdelijk letsel (volgens bijlage III*) waarvan het gebeuren direct in verband staat met een gebeurtenis die afwijkt van de normale uitvoering van het werk (volgens bijlage I* - lijst van afwijkende gebeurtenissen)
OF
- een arbeidsongeval met een blijvend letsel of een tijdelijk letsel (volgens bijlage III*) waarvan het gebeuren direct in verband staat met een voorwerp (volgens bijlage II* - lijst van betrokken voorwerp).
Indien u twijfelt of het een EAO betreft, kan u steeds uw ongevalaangifte naar AristA versturen. Wij zoeken dan uit of het gaat over een EAO of niet.
(*) zie KB 24/02/2005 ter bestrijding van de ernstige arbeidsongevallen en vereenvoudiging van de arbeidsongevallenaangiften (B.S. 14/03/2005)
7 andere veel gestelde vragen over ernstige arbeidsongevallen in dit document.
Wat hoort er zeker in een verbanddoos?
De samenstelling van het materiaal voor eerste hulp is opgenomen in de bijlage van artikel 178 van het ARAB. Het meest noodzakelijke materiaal is het volgende :
- Een schaar van roestvrij staal, een reanimatiecanule, instructies voor eerste hulp.
- Gaasbanden met breedte 5 cm en 7 cm
- Een driehoekig steriel verband
- Vochtopnemende watten
- Pleisters
- Steriele compressen
- Ontsmettingsmiddel (vb. : isobetadine, hexomedine, …)
- Eventueel wegwerphandschoenen, hoewel niet opgenomen in de bijlage
Het aantal aan te kopen artikelen is afhankelijk van de aard van het werk en van de personeelsbezetting.
Het reddingsmateriaal moet
- Altijd bereikbaar zijn.
- Zeer goed onderhouden en gestockeerd worden.
- Onmiddellijk gebruikt worden.
- Snel aangevuld kunnen worden uit een beschikbare voorraad. Net zoals het eigenlijke reddingsmateriaal moet ook de reservevoorraad bewaard worden in een kast of in een verbanddoos.
Wanneer en hoe kan ik een beroep doen op een expert inzake risicobeheer?
Voor opleidingen en/of interventies die niet door uw Interne Dienst voor Preventie en Bescherming kunnen worden uitgevoerd (bv. metingen, ergonomische werkpostanalyses, HACCP-audit, …), kan u steeds contact opnemen met het secretariaat van onze afdeling risicobeheer op het nummer 02.533.74.44. Op onze website vindt u onder opleidingen een overzicht van de opleidingen en interventies die wij momenteel aanbieden.
Wat is een risicoanalyse?
Voor alle risico's in de inventaris worden er preventiemaatregelen voorgesteld.
Wat is een jaarlijks actieplan?
Is er een opleiding die wettelijk verplicht is?
De opleiding industriële nijverheidshelper is een opleiding die wordt opgelegd door de wetgever. Artikels 167-177 van het ARAB stellen dat u, afhankelijk van de grootte van uw onderneming en de aanwezige risico’s, over één of meerdere personen dient te beschikken die in het bezit zijn van een certificaat van industriële nijverheidshelper. AristA kan voor uw werknemers zowel basisopleidingen als herscholingen EHBO organiseren. Deelnemers die slagen voor de eindtest ontvangen een officieel erkend certificaat.
Hoe contacteer ik de preventieadviseur-psycholoog in het kader van pesten, geweld en ongewenst seksueel gedrag op het werk?
Wat is de rol van een vertrouwenspersoon binnen een onderneming?
"Mijn werkgever vroeg me eerder deze week om de nieuwe vertrouwenspersoon binnen de onderneming te worden. Wat houdt de taak van een vertrouwenspersoon eigenlijk in? Welke moeilijkheden zijn er aan die functie verbonden?"
De rol van een vertrouwenspersoon binnen een onderneming is drieledig. Ten eerste wordt er van de vertrouwenspersoon verwacht dat deze een actieve bijdrage levert tot het opstellen van de procedures voor de behandeling van klachten rond pesten, geweld en ongewenst seksueel gedrag op het werk. Deze procedure laat toe dat iedere medewerker die meent het slachtoffer te zijn van pesten, geweld of ongewenst seksueel gedrag op het werk op de hoogte is van de stappen die hij of zij kan ondernemen.
Een tweede belangrijke taak van de vertrouwenspersoon is dat hij zorgt voor de nodige opvang, hulp, advies en steun aan werknemers die menen het slachtoffer te zijn van pesten, geweld of ongewenst seksueel gedrag op het werk. Op verzoek van de aanklager kan hij tevens proberen te bemiddelen tussen aanklager en aangeklaagde. De gouden regel is dat de vertrouwenspersoon enkel acties onderneemt indien de werknemer, die zich tot hem richt, hiermee akkoord gaat. De vertrouwenspersoon heeft niet de taak te rapporteren aan de werkgever en kan hiertoe in principe ook niet verplicht worden. De werkgever kan wel op een collectieve en anonieme basis feedback vragen.
Tot slot kan de vertrouwenspersoon op uitdrukkelijk verzoek van de aanklager de met redenen omklede klacht in ontvangst nemen waarna hij deze klacht onmiddellijk aan de bevoegde preventieadviseur-psychosociale aspecten van de Interne of Externe Dienst voor Preventie en Bescherming dient te bezorgen.
De wet van 11 juni 2002 betreffende de bescherming van werknemers tegen pesten, geweld en ongewenst seksueel gedrag op het werk, verplicht de aanstelling van een vertrouwenspersoon binnen de onderneming niet, maar moedigt ze wel sterk aan.
De aanstelling van een vertrouwenspersoon is vaak een moeilijke, maar belangrijke keuze. De vertrouwenspersoon zorgt immers voor een eerstelijnsopvang. Hij is meestal vertrouwd met het reilen en zeilen binnen de organisatie en kan dus vaak op een preventieve manier te werk gaan. Op die manier kan de escalatie van problemen, conflicten, en ontevredenheid van werknemers voorkomen worden.
Aangezien de taak van de vertrouwenspersoon niet steeds even eenvoudig is, dient er een weloverwogen keuze gemaakt te worden door de werkgever aangaande wie deze rol zal opnemen.
Het is wenselijk dat noch de arbeidsgeneesheer, noch een vakbondsafgevaardigde of vertegenwoordiger van de werknemers in de ondernemingsraad of het comité PBM worden aangesteld als vertrouwenspersoon en dit om de neutraliteit te bewaren en rolconflicten te vermijden.
Bij voorkeur neemt de vertrouwenspersoon deze rol op vrijwillige basis op zich, krijgt hij voldoende mogelijkheden van de werkgever om zijn taak uit te voeren en beschikt hij over een goede basiskennis. Ervaring met gesprekstechnieken is alvast een pluspunt. De werkgever kan ook overwegen om een opleiding te voorzien.
Investeren in een goede vertrouwenspersoon, is investeren in een gezond bedrijf!
Wat is een globaal preventieplan?
De leidraad van het welzijnsbeleid in de onderneming is het globaal preventieplan. Het wordt opgemaakt door de Interne Dienst, in samenspraak met de werkgever en het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW). Het globaal preventieplan baseert zich op de gegevens verzameld in de risicoanalyse en beschrijft de te ondernemen preventiemaatregelen voor de komende vijf jaren.


