Bouwen en verbouwen leidt tot stress. Hoe kan je dat combineren met een job? Hoe kan je de stress minimaliseren?

Sluiten

De Belg wordt geboren met een baksteen in de maag. Of men nu bouwt of verbouwt: stress komt er altijd bij kijken. Wanneer men enkel rekent op de architect en/of volledige coördinatie verwacht van de aannemer(s), komt men vaak bedrogen uit. Het oplopen van vertragingen, de veel hoger dan voorziene kosten en het niet nakomen van afspraken door aannemers zijn daarbij de meest heikele punten.

Ook wanneer men de verbouwing of bouw zelf in handen neemt, blijkt niet alles van een leien dakje te lopen. Maar wat kan je doen om deze stress te beperken? En vooral: hoe zorg je dat de stress waarmee je onvermijdelijk geconfronteerd wordt tijdens het (ver)bouwproject geen negatieve invloed heeft op je job?

Tips voor je (ver)bouwproject

Het is belangrijk je te bedenken dat je met je (ver)bouwproject een lange -termijnverbinding aangaat, die mogelijks heel wat energie zal gaan opslorpen. In het kader van de voorbereiding en uitvoering kun je met het volgende rekening houden:

Voorbereiding is essentieel

Het is nuttig om je te laten ‘inspireren’ en te leren uit de ervaringen van anderen. Ook als je niemand persoonlijk kent, bereid je dan toch goed voor door veel te lezen op bouwblogs en dergelijke.

De belangrijkste beslissingen in het kader van je project dienen in het begin genomen te worden: ga je de werken en de coördinatie zelf uitvoeren (1), ga je de werken laten uitvoeren, maar de coördinatie zelf beheren (2) of ga je zowel de werken als de coördinatie uit handen geven (3)? Keuze 1 zal waarschijnlijk een stuk goedkoper zijn dan keuze 2 en zeker dan optie 3, maar hiervoor dient men over de nodige kennis en vaardigheden te beschikken. Optie 3 zal uiteraard minder tijdsinvestering van jezelf vragen. Neem de nodige tijd voor deze voorbereiding, zodat je erna minder onder spanning staat.

Bouw een kostenmarge en tijdsmarge in

Informatie van anderen laat je toe al op voorhand een belangrijke tijdsmarge en kostenmarge in te bouwen. Een kostenmarge van 15% is daarbij een goed richtpunt. Ook qua tijd kan je beter op veel te veel rekenen, dan veel te weinig. Bouw ook hier dus de nodige marge in. Hoe meer tijd je in je hoofd voorziet, hoe minder stress je zal hebben.

Controleer

Of je je (ver)bouwproject nu zelf beheert, of alles volledig uit handen geeft, controle is en blijft een belangrijke bal die in jouw kamp ligt. Controleer alle uitgevoerde werken tijdig en zoek desnoods een specialist ter zake die bij twijfel een oordeel kan vellen over de uitgevoerde werken.

Ontspan

Plan af en toe een vrij weekendje in en zorg dat je nog voldoende tijd overhebt om te investeren in je gezin, familie en vriendenkring. Zorgen voor ontspanning zal ook een dankbaar effect hebben in je job.

Tips voor je job

Praat erover met je leidinggevende

Stel je leidinggevende op de hoogte van je (ver)bouwplannen en bekijk samen welke mogelijke invloed dit de komende tijd voor jou gaat hebben inzake je werkomgeving. Is het mogelijk om tijdens de kantooruren afwezig te zijn voor eventuele werfvergaderingen? Kan je je uurrooster aanpassen in functie van je project?

Geef je leidinggevende duidelijk aan dat je je taken op het werk niet wil ontlopen, maar dat je ze mogelijk even anders zult moeten aanpakken. Opgelet: Je werkgever of hiërarchische lijn heeft geen enkele wettelijke verplichting je bepaalde privileges toe te staan.

Goed timemanagement

Spendeer tijdens je werktijd zo weinig mogelijk tijd aan je bouwperikelen. Baken je tijd af en behoud je grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling om tijdens een vergadering aan je (ver)bouwproject te denken.

Hou je aan de regels

Gelden er in jouw organisatie regels m.b.t. het gebruik van internet voor privédoeleinden tijdens de werkuren? Hou je dan ook aan deze regels en breng jezelf niet in moeilijkheden. Bedenk dat het, ondanks jouw (ver)bouwperikelen, logisch is dat je baas van je verwacht dat je werkt.
Een kort telefonisch overleg met je architect of werffeider hoeft niet noodzakelijk een probleem te zijn, maar ook hier gelden dezelfde regels als voor privételefoongesprekken op het werk. Om je collega’s niet in hun werkzaamheden te storen, zonder je jezelf ook best even af voor dergelijk telefonisch onderhoud.

Spaar je verlof

Neem niet in vol enthousiasme al je verlof in één keer op. Zorg ervoor dat je nog een appeltje voor de dorst hebt voor de momenten waarop het mogelijk iets minder goed loopt.

Indien je van plan bent de werken en coördinatie zelf uit te voeren, kun je overwegen loopbaanonderbreking te nemen voor een bepaalde periode.

Tot slot

Probeer, ondanks de mogelijke problemen waarmee je geconfronteerd kunt worden tijdens de (ver)bouwproject, er toch een leuke tijd van te maken en zorg voor de nodige balans tussen je werk, (ver)bouwproject en de nodige ontspanning.

Sabrina Horlin
Preventieadviseur psychosociale aspecten AristA

 

Hoe kan je een collega met privé-problemen steunen?

Sluiten

In tal van bedrijven zijn er collega’s met privé-problemen.

Sommigen onder ons staan daar vrij onwennig tegenover en weten niet goed hoe ze een dergelijke situatie moeten aanpakken.

Een aangepast gedrag is van essentieel belang: luisteren, zonder te diep in te gaan op de zaken, en dus niet ‘pushen’ om bepaalde te intieme onderwerpen aan te kaarten. Misschien wenst de collega niet over zijn privé-problemen te praten. Het is belangrijk ieders keuze te respecteren.

Een luisterend oor kan voor die collega een grote steun zijn. Dat neemt niet weg dat je voorzichtig moet zijn. Zo wacht je het best een geschikt moment af om hem te zeggen dat hij bij jou terecht kan. Vertel hem dat op een ogenblik dat er weinig collega’s zijn. Kies een moment waarop je niet gehaast bent. Op die manier voorkom je dat, als je collega zijn verhaal doet, je het gesprek moet onderbreken.

In bepaalde gevallen kunnen privé-problemen een impact hebben op het werk. Door je collega te helpen bij zijn taken kun je die impact verkleinen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat jij al zijn werk overneemt maar je kunt hem bijvoorbeeld voorstellen bepaalde taken samen te doen om hem op die manier te motiveren.

Als je collega je bedankt voor het gesprek moet je er hem niet constant aan herinneren dat hij bij jou terecht kan. Een te grote opdringerigheid wordt meestal niet in dank afgenomen.

Als je collega zich tot jou wendt en je voelt dat de ontreddering groot is, kun je hem nog altijd aanraden contact op te nemen met een specialist, een psycholoog of een therapeut. Belangrijk daarbij is de nodige tact aan de dag te leggen.

We raden je ook af je teveel te bemoeien met het privé-leven van je collega. De ervaring heeft ons geleerd dat de vermenging van privé en werk een belangrijke psychosociale risicofactor is. Het gebeurt dat conflicten op het werk hun oorsprong vinden in zaken uit het privé-leven of dat vertrouwelijke informatie uit het privé-leven tijdens een conflict met een collega tegen die persoon gebruikt wordt.

De beste hulp die je een collega met privé-problemen kunt bieden, is tonen dat je hem steunt door je aanwezigheid, je aandacht, je luisterbereidheid en je hulp in verschillende taken. Respecteer daarbij de intimiteit van je collega en dring niet aan als hij niet over zijn problemen wenst te praten.

 

Je baas vindt dat je lastig bent? Hoe ervaar jij dat?

Sluiten

De mate waarin een werknemer zich op professioneel vlak goed in zijn vel voelt, hangt voor een groot deel af van de kwaliteit van de beroepsrelaties op het werk. Dat geldt in het bijzonder voor de relatie met zijn baas.

Een baas is belangrijk omdat hij grotendeels de professionele toekomst van zijn werknemers, het welzijn op het werk, de algemene sfeer binnen het team, …  beïnvloedt. Het is dan ook van essentieel belang een positieve en serene beroepsrelatie te proberen onderhouden.

Als je meent dat er een relationeel probleem met je baas is, moet je eerst nagaan of je indruk gegrond is. Dat doe je het best via een gesprek daarover met een naaste collega. Op die manier kan je te weten komen of het probleem veeleer gekoppeld is aan de manier waarop je baas communiceert met het team of met bepaalde medewerkers in het bijzonder. Het gesprek kan je ook leren of je collega dezelfde mening is toegedaan dan wel of je gevoel een gevolg is van een onaangepaste professionele houding. Als je indruk wordt bevestigd, zal het gesprek alleen al een opluchting zijn. De tweede stap bestaat erin het probleem aan te kaarten bij je baas.

De beste oplossing in dat soort van situaties is immers een rechtstreeks gesprek met je baas. Zo kan je hem de vraag stellen. Wel moet je erover waken dat het gesprek in een constructieve sfeer verloopt en op het gepaste moment plaatsvindt. Belangrijk is ook dat je op niet-eisende toon praat.

Een professionele relatie bouw je met zijn tweeën op. Wil je in de beste omstandigheden kunnen werken, dan is een goede relatie met je baas onontbeerlijk.

 

Je collega is homoseksueel maar hij durft het niet te zeggen. Hoe ga je daarmee om?

Sluiten

Homoseksualiteit op het werk

“Uit de kast komen” is niet vanzelfsprekend. Men ziet het bijvoorbeeld bij showbizzfiguren die pas na vele jaren de moed vinden om te spreken over hun geaardheid.

Daarbij, zich “outen” is niet een éénmalig gebeuren. Telkens men een nieuwe persoon leert kennen, wanneer men verhuist, wanneer men van werk verandert, moet men opnieuw beslissen om het wel of niet te vertellen.

Zich outen houdt bepaalde risico’s in, zowel op het werk als in de privésfeer. Hoe mensen gaan reageren is moeilijk te voorspellen en heb je niet in de hand. Hoewel de houding van heteroseksuele collega’s toleranter is geworden ten opzichte van homoseksuele collega’s betekent dit nog niet dat er op de werkplek geen problemen meer voorkomen.

Sommige werknemers die hun seksuele geaardheid op de werkplek onthuld hebben, krijgen te maken met vijandelijkheden, opmerkingen en grappen over homo’s of lesbiennes. Het gaat soms zelfs verder dan dat. Er is sprake van discriminatie o.a. bij promotie of het verkrijgen van extra-legale voordelen en van pesterijen zoals het verspreiden van geruchten over ongewenst seksueel gedrag, het in vraag stellen van de vakbekwaamheid van de betrokkenen, homofobe opmerkingen en zinspelingen, etc.

Gelukkig kan het ook anders. Er zijn holebi’s die geen enkel probleem met hun geaardheid ondervinden op hun werkplek. Ze hebben goede relaties met collega’s en directie. Uit onderzoek blijkt dat zij o.a. productiever en gemotiveerder zijn.
Of men een coming-out op het werk doet is een persoonlijke keuze maar het is belangrijk te kunnen inschatten hoe groot de openheid is in de organisatie.

Het verzwijgen heeft als nadeel dat men elke dag opnieuw zijn woorden en handelingen dient af te wegen opdat men niet “door de mand valt”. Dit brengt een voortdurende angst voor ontdekking met zich mee wat kan leiden tot een lager psychosociaal welzijn en alle gevolgen die daar aan gekoppeld zijn (bv. verlaagde productiviteit, slechtere gezondheid, etc.).

Wat kan je als collega doen?

Het is niet verplicht om te vertellen of je homoseksueel of lesbisch bent. Peuter geen bekentenis van je collega los. Laat hem of haar de ruimte en tijd om zelf te beslissen zich al dan niet te outen. Hoe kan je dit doen?

  • Blijf iedereen eerlijk en met respect behandelen.
  • Reflecteer over mogelijk vooroordelen bij jezelf.
  • Geef het goede voorbeeld door je te onthouden van stigmatiserend gedrag en opmerkingen.
  • Bied een luisterend oor indien je collega daar behoefte aan heeft. Neem hiervoor voldoende tijd en hou de informatie vertrouwelijk.
  • Geef zelf geen aanleiding tot roddels. Hou eventuele vermoedens voor jezelf.

Vergeet ook niet dat het kan zijn dat je collega helemaal niet homoseksueel is. Het is niet omdat iemand op een bepaalde manier praat of zich gedraagt dat hij of zij daarom een holebi is.

Wanneer je collega je in vertrouwen heeft genomen en je verteld heeft dat hij of zij homoseksueel is, ga hier dan discreet en vertrouwelijk mee om. De keuze om voor de rest van de organisatie “uit de kast te komen” is een persoonlijke keuze. Hoe kan je je collega hierbij ondersteunen?

  • Biedt ook in deze situatie een luisterend oor.
  • Help je collega bij het op een rijtje zetten van de voor- en nadelen van het outen op de werkvloer.
  • Vraag aan je collega zelf hoe je hem of haar het best kan ondersteunen.
  • Laat hem of haar de beslissing nemen. Dring niet aan. En respecteer de gemaakte keuze.

Wat kan de organisatie doen?

Aandacht voor diversiteit binnen de organisatie is de moeite waard! Je werknemers voelen zich veiliger en meer betrokken. Een open omgeving waar ieder zich beter thuis voelt, zorgt voor een positieve sfeer, en dat slaat uiteindelijk ook over op de houding van collega’s onderling en tegenover klanten, leveranciers etc. Werknemers zijn minder snel ziek, presteren beter en er is een grotere loyaliteit.

De grote uitdaging voor de onderneming hierin is het waarderen van het verschil en het aanvaarden van het andere in zijn eigenheid. Dit houdt o.a. in dat het niet alleen draait om informeren, regels, toezicht en klachtenregeling maar vooral om houding en gedrag.
Een rijke diversiteitcultuur komt ten goede van alle werknemers!

Doe de test!

Op de website van Çavaria (de vroegere Holebifederatie) vindt je de test: Hoe holebivriendelijk is jouw bedrijf ? Hier kan je o.a. als collega of werkgever jezelf testen.

Surf naar www.cavaria.be/werkvloer.

Ellen Claes
Prevention Adviser

 

Dingen die je denkt maar beter niet zegt tegen je baas

Sluiten

Een assertieve houding op het werk wordt de dag van vandaag meer en meer verwacht van de werknemers. Toch zijn er sommige gedachten die je er beter niet zomaar uitgooit, maar waarbij 10 maal je tong rondraaien geen slecht idee is. Zoals het spreekwoord zegt: spreken is zilver, zwijgen is goud.

Welke uitspraken kan je t.o.v. je baas maar beter vermijden?

Soms zijn we misnoegd over bepaalde opdrachten die onze baas in onze schoenen probeert te schuiven. We kunnen hierover klagen, hierop kritiek geven of onze baas de levieten lezen. Sommige dingen kan je echter beter enkel denken en niet hardop zeggen:

1.    Dat is niet mijn taak.

Misschien geeft uw baas u een opdracht waarvan u vindt dat deze niet in uw functieomschrijving past. Kan zijn, maar vergeet niet dat het nog steeds de leidinggevende is die jou opdrachten kan en mag geven.  Waarschijnlijk heeft uw baas een goede reden waarom hij/zij zich tot u richt. Bovendien verwacht de arbeidsmarkt flexibele werknemers. Wilt u toch de nodige argumenten aanhalen, geef uw baas dan zelf enkele alternatieven mee. Zo kan u bijvoorbeeld aangeven welke collega meer thuis is in dergelijke materie.

2.    Sorry, ik ga naar huis: mijn dag zit erop.

Je baas kan niet van je verwachten dat je elke dag overuren klopt. Net zoals in bovenstaand punt kan aangehaald worden dat de arbeidsmarkt heden flexibele arbeidskrachten verwacht. Het wordt, terecht, negatief aanzien als je telkens gaat lopen wanneer een vergadering langer duurt dan verwacht of een klant je langer bezighoudt dan initieel gedacht. Het kan gebeuren dat je echt wel moet vertrekken, maar geef dan de concrete reden waarom je wegmoet: bijvoorbeeld: ik moet mijn kinderen van school gaan ophalen. Let wel op: vermijd leugens! Je wilt niet meemaken dat je baas achteraf ontdekt dat je eigenlijk geen kinderen hebt…

3.    Het is mijn fout niet.

Bij analyse van deze uitspraak moet je toegeven dat deze niet erg constructief is. Vaak is je baas niet op zoek naar een schuldige, maar eerder naar een oplossing om eventuele schade te beperken. Je baas zal het zeker van je appreciëren als je mee zoekt naar een oplossing en je dus niet onmiddellijk in de verdediging gaat.

4.    Ik kan niet alles tegelijk.

Vanuit menselijk standpunt is deze uitspraak zeker terecht, ware het niet dat je baas deze uitspraak misschien anders interpreteert. Eigenlijk geef je aan dat je niet kan voldoen aan hetgeen je baas van je verwacht in je functie. Als je echt de indruk hebt te verzuipen in je werk, vraag dan hulp of bespreek dit op een constructieve manier met je baas. Je baas kan je bovendien ook helpen om prioriteiten te bepalen.

5.    Dat gaat niet / dat is onmogelijk.

Wat je baas hier eigenlijk hoort: ‘ik ben onbekwaam en inefficiënt’. Het is belangrijk in alle omstandigheden je goede wil aan je baas te tonen. Blijkt de taak achteraf toch onuitvoerbaar te zijn, leg dan je gevonden argumenten voor aan je baas. Je hebt het tenminste toch geprobeerd…
Je kan ook meer uitleg vragen aan je baas: hoe ziet hij/zij de gegeven opdracht? Dat kan je al op weg helpen om er toch aan te beginnen.

6.    Dan moeten ze mij maar meer betalen.

Niet meteen de beste manier om een loonsopslag te vragen. Tenslotte heb je zelf ooit een contract getekend waarbij je loon welbekend was. Je kunt deze uitspraak tot slot nog erger maken door een verwijzing maken naar het loon van je baas (‘als ik uw loon had, dan …).

Feedback over het functioneren van je baas geven: kan het of kan het niet?

Deze vraag dien je voor jezelf te evalueren in functie van de bedrijfscultuur en de leidinggevende stijl van je baas. Hierbij dien je de balans te vinden tussen:
  • Zorgen dat je je eigen carrière niet in gevaar brengt door openlijk je mening te geven;
  • De openheid van je baas voor eerlijke feedback over zijn/haar gedrag en/of leidinggevende stijl.
Enkele regels die je in het achterhoofd kan houden:

1.    Evalueer de verstandhouding die je hebt met je baas.

Wanneer je sowieso al een slechte verstandhouding hebt met je baas, dan zal hij/zij je feedback waarschijnlijk niet appreciëren. Wanneer je wel een goede verstandhouding hebt met je baas, dienen je intenties positief te zijn en niet beschuldigend.

2.    Doe het niet onverwacht.

Ideaal is om het initiatief aan je baas te laten. Sommige leidinggevenden vragen op het jaarlijkse functioneringsgesprek eveneens verbeteringsmogelijkheden ten aanzien van hun functioneren aan te geven. Het kan hierbij geen kwaad om te vragen welk soort feedback hij/zij in dit kader van je verwacht.

3.    Zeg niet: ‘Als ik baas was, zou ik…’

Hij/zij is baas en jij niet. Dus je kan niet evalueren hoe jij zou reageren op bepaalde omstandigheden in je baas zijn/haar plaats. Bovendien kom je met dergelijke uitspraken arrogant over. Zoals steeds geldt de regel: wees opbouwend in je kritiek en geef concrete voorbeelden.

4.    Evalueer de reactie van je baas op openlijke kritiek.

Reageert je baas geprikkeld op je openlijke kritiek? Blijf dan zelf kalm en antwoord rustig op eventuele bemerkingen. Bij escalatie is het verstandig het gesprek respectvol stop te zetten en je achteraf te informeren of je baas in de toekomst nog verdere feedback van je wilt horen.

5.    Twijfels? Zwijg dan!

Wanneer je het vermoeden hebt dat je baas negatief zou kunnen reageren op je feedback of wanneer het onderwerp dat je wil aansnijden nogal delicaat is: zwijg dan! Er is geen enkele reden om je job op het spel te zetten.

Tot slot: geef enkel feedback in een face-to-face gesprek, niet in een vergadering of waar anderen (collega’s, andere LG’s of klanten) bij zijn.


 
 

Eén van je collega's wordt gepest: wat gedaan?

Sluiten

Merk je dat een collega op een ongepaste manier behandeld wordt door medewerkers of oversten, dan is het eerste dat je best doet naar deze collega toegaan en hem een luisterend oor aanbieden. Dit is belangrijk om het gevoel van afzondering die zo’n toestand kan voortbrengen te doorbreken.

Dat er iemand naar hem luistert, zal deze collega duidelijker doen inzien wat er in feite met hem gebeurt. Dit zal hem ook toestaan enige afstand te nemen tegenover de gebeurtenissen, waardoor hij opgeruimder kan nadenken over hoe hij met het probleem zal omgaan, hoe hij zich beter kan beschermen.

Zonder in onwenselijke situaties te moeten terechtkomen, kan je evenzeer proberen je afkeuring te uiten over ongepast gedrag waarvan je getuige bent.  Dat kan op het moment zelf, maar dat is natuurlijk niet altijd even evident. Het is mogelijk dit te doen nadat er enige tijd is verlopen, tijd om je te bezinnen over de beste manier om je ongenoegen te uiten.

Heb je het gevoel dat je zelf geviseerd zou kunnen worden wanneer je het opneemt voor je collega, stap naar je overste of de verantwoordelijke van de human resources en vraag hen om hulp, zij dragen immers een verantwoordelijkheid voor de preventie van pestgedrag op het werk.

Toch, men kan zich indenken dat sommigen niet gemakkelijk tot die stap overgaan, of zelfs dat zo’n vraag om hulp onvoldoende gehoor krijgt. We raden dan ook aan uw collega te herinneren aan het bestaan van vertrouwenspersonen binnen de onderneming, of hem aan te bevelen contact op te nemen met een preventieadviseur psychosociale aspecten, hetzij binnen de onderneming, hetzij van een externe dienst. De vertrouwenspersoon zowel als de preventieadviseur psychosociale aspecten zijn onderworpen aan het beroepsgeheim en kan geen stappen ondernemen zonder akkoord van degene die met een klacht zit. Dit gegeven vergemakkelijkt het bespreken van het probleem met een derde en het openstaan voor diens advies.

 

Ruzie met een collega? 5 manieren om het probleem op te lossen

Sluiten

Conflicten tussen collega’s kunnen het welzijn op het werk in het gedrang brengen. Bij een ruzie met een collega bestaat de eerste reactie er vaak in de collega in kwestie te mijden. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. Snel handelen is dus de boodschap. Hier volgen 5 regels die je kunnen helpen het geschil bij te leggen.
  • Bekijk de zaak objectief. Voor je iets onderneemt, is het belangrijk wat afstand te nemen van je eerste interpretaties, die vaak worden bepaald door je emoties. Op die manier kun je de situatie nuchterder bekijken en proberen te achterhalen wat de oorsprong van het conflict is.
  • Stel een gesprek voor. Als je na de objectivering van mening bent dat er iets moet worden ondernomen, stellen we voor erover te praten met je collega. Leg hem uit dat je iets met hem wenst uit te praten. Vraag hem wanneer een dergelijk gesprek voor hem past en leg hem uit dat het gesprek tot doel heeft tot een oplossing te komen die voor beiden positief is.
  • Let op je taalgebruik. Probeer, wanneer je je probleem uit de doeken doet, de eerste persoon enkelvoud te gebruiken. Zeg niet “Je bezorgt me nooit de nodige informatie op tijd.” maar wel “Als ik de informatie niet op tijd krijg, kan ik de dossiers niet afwerken.”. Probeer ook zo feitelijk mogelijk te zijn. Op die manier stel je niet de persoon ter discussie maar wel zijn houding op een bepaald moment in een bepaalde situatie. Vermijd tot slot woorden als altijd, nooit, telkens, ..., Dergelijke woorden kunnen bij je collega de indruk wekken dat zijn houding wordt veralgemeend, wat vaak elke mogelijkheid tot positieve communicatie de kop indrukt.
  • Luister naar het standpunt van je collega. Bedoeling van het gesprek is immers naar een oplossing te zoeken. Het gesprek moet zo constructief mogelijk zijn. Zoek daarom samen naar een concreet akkoord en vergewis je ervan dat de inhoud ervan voor beiden duidelijk is. Als je collega niet reageert, aarzel niet om zijn betrokkenheid te verhogen door bijvoorbeeld te vragen wat hij ervan vindt, of hij het eens is met jou, …
  • Doe een beroep op een derde. Schakel een derde in als je na diverse pogingen merkt dat een gesprek tot niets leidt. Die persoon kan je hiërarchische overste zijn. Leg hem/haar uit welke stappen je al hebt ondernomen ten opzichte van je collega en wat je verwachtingen zijn. Probeer samen tot een oplossing te komen. Je kunt je ook wenden tot de vertrouwenspersoon van het bedrijf of tot een preventieadviseur die gespecialiseerd is in psychosociale aspecten (je vindt hun gegevens in het arbeidsreglement).
 

Hoe behandel je een gehandicapte collega? Praat je er met hem over? Drie scenario’s

Sluiten

We hebben allemaal een idee van wat normaal is en wat niet. Voorts is iedereen anders en doorgaans is men het erover eens dat al die verschillen evenveel tekenen van rijkdom zijn. De maatschappij evolueert en steeds meer gehandicapte personen integreren zich in de beroepswereld.

Het verschil tussen mensen en rechtvaardigheid staan centraal in de manier waarop het onderwerp van de handicap wordt aangesneden. Zoals zo vaak het geval is, liggen vooral wijzelf, en niet zozeer de andere, aan de basis van de angst om iets aan te kaarten. Vaak zijn we immers bang om iemand te kwetsen, om te shockeren of gewoon om niet te weten welke woorden we moeten gebruiken.

Als één van je collega’s gehandicapt is, kunnen zich verschillende situaties voordoen. Wij overlopen drie ervan.
  1. Je durft het onderwerp niet aan te snijden uit angst de collega te kwetsen en je voelt je niet erg op je gemak. Per slot van rekening zit je op het werk en doet dat soort van beschouwingen niet ter zake. Je werkt gewoon voort maar ondanks alles blijf je met vragen zitten.
  2. Je praat er niet rechtstreeks met je collega over maar je richt je tot een gemeenschappelijke baas, aan wie je de samenwerkingsproblemen voorlegt. Soms praat je er ook over met andere collega’s.
  3. Je hebt er met hem over gesproken en sindsdien gebeurt het dat je er bij wijze van anekdote naar verwijst tijdens jullie gesprekken.

Informatie en basiskennis met betrekking tot de handicap kunnen een doeltreffende manier zijn om met die angst om te gaan. Bovendien kan je via correcte informatie eventuele - al dan niet professionele - moeilijkheden gemakkelijker plaatsen. Op die manier kunnen conflicten worden voorkomen. De integratie van gehandicapte personen moet ook een realiteit zijn op relationeel vlak.

Gehandicapte personen hebben recht op werk. De hulp en de andere diensten die hen worden aangeboden zijn een noodoplossing die hen in staat stelt hun werk uit te voeren in billijke omstandigheden ten opzichte van hun andere collega’s. Beschutte werkplaatsen zijn daar een mooi voorbeeld van.
We kunnen zelfs een vierde mogelijkheid overwegen: de gehandicapte persoon snijdt het onderwerp zelf aan, soms zelfs met een vleugje humor.
 

Hoe vang je een vriend op die ontslagen is?

Sluiten

Vorig jaar kwam een vriendin bij mij op bezoek en vertelde me dat ze in één week tijd heel wat te verduren kreeg: eerst verloor haar man zijn job gezien de bittere economische omstandigheden en enkele dagen later werd ook zij ontslagen. Zij zat diep in de put…

Ze twijfelde enorm aan haar competenties en had de indruk dat ze niet goed genoeg was om die creatieve job die ze uitoefende, goed uit te voeren.

In zo een situatie is het belangrijk om eerst eens goed naar je vriend te luisteren: laat hem even uitrazen en zijn boosheid of desillusie uiten.

Eens dat eruit is, kan je een “ander” gesprek hebben. Vaak is het zo dat een ontslag niet aan de competenties ligt van iemand. Bij herstructurering ben je het slachtoffer van een spijtige zaak, maar daarvoor dien je niet aan je competenties te twijfelen. Indien het wel gaat over verwachtingen die niet konden worden ingelost door jou, krijg je daar meestal vooraf signalen over: een waarschuwing, een ongunstige evaluatie,…. Peil bij je vriend indien dit het geval was. Als dit zo is, moet men daaruit vooral iets leren naar de toekomst toe – de verwachtingen naar jou toe lagen je niet, de job sloot niet bij jou aan – maar probeer niet in eindeloos gepieker terecht te komen!

In ons hele leven worden we voortdurend geconfronteerd met veranderingen: ook het verlies van een job lokt dit uit. De uitdaging ligt erin om deze gebeurtenis niet als een uitzichtloze situatie te zien, maar net als een kans om nieuwe doelen na te streven en nieuwe horizonten te ontdekken… Het is maar hoe je de situatie bekijkt! Laat je zelfvertrouwen geen deuk krijgen, maar probeer juist dit nieuwe elan aan te voelen…

Wat heb je geleerd uit je vorige werksituatie?
Wat motiveerde jou? Wat niet?
Hoe zie jij de toekomst voor u? In welke richting probeer jij te evolueren?

Dat zijn allemaal vragen die jou kunnen helpen om de toekomst zelf in handen te nemen en zelf te bepalen waar je heen wil!

Moedig je vriend ook aan om hem te laten begeleiden in de zoektocht naar nieuw werk: door zich in te schrijven bij VDAB, bij een selectiekantoor, door een bijkomende opleiding te volgen, door interessante vacatures die jij toevallig tegenkomt door te sturen naar je vriend…

Geef ook de raad om een sollicitatiegesprek goed voor te bereiden: surf op de website van het bedrijf, waarom wil je vriend die job, wat zijn de goede en minder goede persoonlijke eigenschappen in functie van de job, waarom is hij op zoek naar werk,…?

En blijf natuurlijk ook ondertussen niet bij de pakken zitten: sluit je niet op, wissel je zoektocht naar werk af met leuke bezigheden: trek je sportieve schoenen aan, verwen jezelf, spreek eens af met enkele mensen,… Zo blijf je vitaal!

Mijn vriendin heeft ondertussen haar droom waar gemaakt: ze zocht werk in het buitenland, vond een interessante job en trok er samen met haar partner op uit! Ze is weer een ervaring rijker!
 

Hoe omgaan met een verliefde collega?

Sluiten

Bij een enquête uitgevoerd door een grote zoekmotor voor werknemers en werkzoekenden1, waar meer dan 35000 Europeanen bij werden ondervraagd, gaf ongeveer één persoon op twee toe romantische betrekkingen te hebben gehad op het werk.

Een collega is verliefd op u, het gevoel is echter niet wederzijds… Wat gedaan?

In dat geval is het nodig duidelijk aan uw collega te zeggen dat het gevoel niet wederzijds is. Hoe?
  • Neem hem/haar apart, zorg dat er geen getuigen van het gesprek zijn zodat u uw collega niet in moeilijkheden brengt met andere collega’s
  • Neem een resolute, onambigue houding aan
  • “Nee zeggen” op een manier die niet te intimiderend, maar ook niet te timide overkomt: leg uit dat u de avances afwijst zonder de persoon te kwetsen maar eis ook respect van zijn/haar kant.

Wat als hij/zij aan blijft dringen?

  • Men moet goed weten dat in de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk voorziet dat werknemers beschermd moeten worden tegen geweld en ongewenst seksueel gedrag, dat omschreven wordt als “elke vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of lichamelijk gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast of een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.”
  • Uw onderneming dient u dus te beschermen, inadequaat gedrag aan te pakken en u te adviseren over de interne procedure die u moet volgen (vertrouwenspersonen binnen de onderneming, preventieadviseurs psychosociale aspecten van uw externe dienst voor preventie en bescherming op het werk).

En wat als u zelf verliefd bent op een collega?

Volgens Loïck Roche2 is “het merendeel van relaties op de werkplek van vluchtige aard. Vaak gaat het om vijf of zes maanden, en dan is het voorbij. Zelden houdt een intieme relatie tussen collega’s voor lange tijd stand.”
Volgens deze specialist is het belangrijk het hoofd koel te houden alvorens zich in een intieme of affectieve relatie met een collega te storten. Het betekent immers een risico voor zichzelf, maar ook voor de onderneming. Een relatie geheimhouden is een manier om zich te beschermen gezien romantisch gedrag op de werkvloer als storend worden ervaren, als iets dat de waarden van de onderneming ondermijnt. Een manier om een relatie op de werkvloer te openbaren en acceptabel te maken, is deze te officialiseren door middel van een huwelijk.


1 Het gaat om een onderzoek dat Monster.com in 2005 uitvoerde met deelname van 18365 mannen en 18585 vrouwen uit België, Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Spanje en Zweden.
2 Dokter in de filosofie en psychoanalyse en auteur van “Cupidon au travail”, verschenen bij Organisation in 2006.
 

Wat kan ik doen om me beter te kunnen concentreren in een luidruchtig kantoor?

Sluiten

"Ik werk in wat men een ‘landschapskantoor’ noemt. Daar is het heel gezellig, maar ook erg luidruchtig, zeker als iedereen aan de telefoon hangt. Wat kan ik doen om me beter te kunnen concentreren op mijn werk?"

Antwoord

Werken in een landschapskantoor heeft inderdaad zowel voor- als nadelen. Pluspunten zijn de aangename sfeer en het gemak waarmee je informatie kan uitwisselen met je collega’s. Een groot minpunt is het omringende lawaai...

Omdat de term ‘lawaai’ eerder doet denken aan het soort geluid dat het risico om doof te worden met zich meebrengt, spreken we in dit geval beter van ‘geluidshinder’. Deze hinder wordt veroorzaakt door geluiden die de concentratie verstoren en een gesprek bemoeilijken.

Wat kunnen we doen om deze geluidshinder te beperken? Eerst en vooral moeten we een onderscheid maken tussen geluid dat van dichtbij komt en rechtstreeks waargenomen wordt en geluid dat van veraf komt en ons bereikt via terugkaatsing op muren en plafonds.

Rechtstreeks geluid kan tegengehouden worden door het plaatsen van kleine, mobiele wanden, bedekt met niet-klevende stof. Geluid dat van ver komt, kan men verminderen door akoestische plafonds en muurwanden te gebruiken die het lawaai absorberen in plaats van het door te sturen.

Je kan ook ingrijpen op de plaats waar het geluid ontstaat.

Enkele concrete voorbeelden:
  • Niet elke werkpost dient te beschikken over een printer. Verdeel het gebruik van één printer via een informaticanetwerk over verschillende werkposten.
  • Zet het volume van je telefoon wat lager en laat elke werknemer een andere beltoon kiezen zodat ieder zijn eigen telefoongerinkel kan herkennen.
  • Zorg dat luidruchtige machines zoals de fax en het kopieeraparaat gemakkelijk bereikbaar zijn, maar probeer ze toch in een aangrenzend lokaal te zetten of installeer een wand tussen de plaats waar de machine staat en de burelen van de werknemers.
  • Voorzie kleine zaaltjes (voor ± 4 personen) waar collega’s korte vergaderingen kunnen houden, zodat ze die gesprekken niet in het kantoor moeten voeren.

Als je deze tips probeert door te voeren op kantoor, zal de geluidshinder al heel wat minder erg zijn.
 

Wat zijn de regels voor profylactisch verlof bij zwangerschap?

Sluiten

« Ik werk in een biotechnologische onderneming en ik ben zwanger. Heb ik recht op profylactisch verlof als de arbeidsgeneesheer van mening is dat mijn werk een risico inhoudt voor de zwangerschap, maar mijn werkgever me alternatief werk geeft? Ben ik verplicht om dit ongevaarlijke alternatieve werk te doen? »

Antwoord

De werkgever is verantwoordelijk voor het welzijn van zijn werknemers op het werk. Hij moet er dus over waken dat u uw werk kunt uitoefenen met zo weinig mogelijk risico's voor uw gezondheid en uw veiligheid.

Hij moet hier zeker ook op letten voor zwangere werkneemsters. Op basis van de risicoanalyse die wordt gemaakt in samenwerking met de arbeidsgeneesheer, bepalen ze voor welke functies in de onderneming er maatregelen moeten worden genomen in geval van zwangerschap van de werkneemster. Deze maatregelen kunnen gaan van de aanpassing van uw werkpost (ervoor zorgen dat het werk geen gevaar inhoudt voor uw zwangerschap) tot een profylactische verwijdering (indien geen enkele aangepaste werkpost kan worden geboden tijdens de duur van uw zwangerschap), via de overplaatsing naar een post waar de werkomstandigheden verenigbaar zijn met uw toestand.

Tussenkomst van de arbeidsgeneesheer

Zodra u weet dat u zwanger bent, en als de risicoanalyse heeft aangetoond dat deze post gevaarlijk is voor uw zwangerschap, moet uw werkgever u op consultatie sturen bij de arbeidsgeneesheer. In functie van de risicoanalyse en van uw werk beslist de arbeidsgeneesheer of u op uw post kunt blijven werken, met of zonder aanpassing, of op een andere post, of dat u van alle werk verwijderd moet worden. De beslissing van de arbeidsgeneesheer tijdens de zwangerschap moet verplicht worden toegepast door de werkgever. Als u niet akkoord gaat met de beslissing van de arbeidsgeneesheer, kunt u ook een overlegprocedure in gang zetten of beroep aantekenen tegen deze beslissing.

Als u van een risico wordt verwijderd, moet u aan uw ziekenfonds een attest van de arbeidsgeneesheer voorleggen van de verwijdering van bepaalde risico's, en een attest van uw werkgever dat hij u geen andere werkpost kan geven, om te kunnen worden uitbetaald door uw verzekeringsinstelling.
 

Wat is legionellose en hoe kan je het krijgen op het werk?

Sluiten

De legionellabacterie

De legionella-bacterie veroorzaakt legionellose (de zogenaamde veteranenziekte), een aandoening van de luchtwegen. Deze aandoening werd voor het eerst beschreven bij een groep veteranen van het Amerikaanse leger die in de jaren ’70 voor een congres samenkwamen in een hotel in Philadelphia. Sindsdien deden zich heel wat nieuwe uitbraken voor, ook in België. De legionella-bacterie bevindt zich in natuurlijk milieus zoals modder, warme bronnen, of stilstaande meren. Ze voelt zich ook thuis in warmwaterproductie-installaties, douchekoppen, bubbelbaden, fonteinen, koud- en warmwaterkranen.

De groei van de bacterie wordt rechtstreeks beïnvloed door de temperatuur van het water waar ze zich in bevindt.

Besmetting

De bacterie kan bij de mens infecties veroorzaken. De besmetting gebeurt via de luchtwegen door inademing van zeer kleine druppels, ook aërosols genaamd, van besmet water. Overdracht van mens op mens is nog nooit aangetoond.

Het risico op legionellose bestaat in elk systeem dat over een waterstroom beschikt waarvan de temperatuur tussen 25 en 55°C bedraagt en dat microdruppels kan produceren door verstuiving, opborreling of projectie aan hoge druk. Voorbeelden van zulke systemen zijn het warmwaternet van het sanitair (in het bijzonder douches), luchtgekoelde torens, het bevochtigingsysteem van airconditioning, jacuzzi’s, fonteinen,…

Ziekte

De ziekte kan voorkomen onder twee vormen: Pontiac-koorts (goedaardige soort) en de veteranenziekte (kwaadaardige soort). De Pontiac-koorts wordt gekenmerkt door griepachtige symptomen waardoor de diagnose vaak niet gemaakt wordt. Na twee tot de vijf dagen ben je normaal gezien genezen.

De legionairsziekte daarentegen kan dodelijk zijn, vooral bij mensen met een verzwakt afweersysteem. De symptomen zijn: infectie van de longen, onpasselijkheid, koorts, rillingen, spijsverteringsproblemen, diarree, griepachtig gevoel, hoofdpijn, spierpijn, droge hoest, ademnood, pijn in de borststreek. De evolutie van de ziekte wordt gekenmerkt door problemen met de nieren, ademnood, mentale verwardheid, opwinding,… In 13 tot 20% van de gevallen kent deze ziekte een dodelijke afloop.

Om het risico op besmetting door legionella te verminderen, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de toestellen (met inbegrip van de kranen) goed onderhouden worden (onderhoud, het verwijderen van kalkaanslag). Ook moet een goede circulatie verzekerd worden en moet stilstaand water vermeden worden.
 

Heb je recht op een spontaan medisch onderzoek?

Sluiten

Heb je als werknemer het recht om een spontaan bezoek te brengen aan de arbeidsgeneesheer?

Antwoord

Alle werknemers hebben het recht de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer spontaan te raadplegen. Deze mogelijkheid bestaat voor werknemers die een job uitoefenen waarvoor ze een medisch onderzoek moeten ondergaan (bijvoorbeeld chauffeurs, lassers, verpleegkundigen, beeldschermwerkers,…), maar ook voor werknemers die geen verplicht medisch onderzoek hebben.

Indien een werknemer gezondheidsklachten heeft waarvan hij meent dat ze te maken hebben met het werk of de werkomstandigheden, dan kan hij een aanvraag voor een medisch onderzoek doen via de werkgever. Hij moet de werkgever op de hoogte stellen van zijn aanvraag zodat deze het formulier “verzoek om gezondheidstoezicht” aan de werknemer kan bezorgen en de nodige formaliteiten kan vervullen opdat de werknemer zich tot de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer kan wenden.

De gezondheidsklachten (bijvoorbeeld irritatie van de ogen omwille van te droge lucht, hoofdpijn of ruglast door onaangepaste plaatsing van het beeldscherm,… ) kunnen betrekking hebben op de werkomstandigheden, een onaangepaste werkpost, onaangepaste individuele beschermingsmiddelen, psychosociale factoren zoals stress, etc.

Het gevolg van dit onderzoek zou een eventuele beslissing kunnen zijn dat de werknemer ongeschikt is voor het uitoefenen van zijn job. De keuze hiervoor wordt aan de arbeidsgeneesheer gelaten. Deze laatste deelt in dit geval zijn beslissing mee aan de werknemer en de werkgever aan de hand van een “formulier voor gezondheidsbeoordeling”. Op dit formulier kan de arbeidsgeneesheer eventueel ook aanbevelingen geven voor verbetering van de arbeidsomstandigheden.( bijvoorbeeld deeltijds werken, herinrichting van het bureel,…)
 

Wat is een bore-out en wat kan je eraan doen?

Sluiten

Je werk maakt je lusteloos en depressief. Niet door de te hoge werkdruk, maar omdat je je verveelt. Hoe behandel je deze vervelingsziekte?

Antwoord

Wat is bore-out?

Van te veel werkdruk en werkstress krijg je een burn-out, maar van het tegenovergestelde - een te gemakkelijke job met te weinig uitdaging - krijg je een zogenaamde bore-out. Weliswaar gaat het om dezelfde symptomen van lusteloosheid en depressie. Rothlin1 en Werder, twee Duitse auteurs die de term bore-out lanceerden, stellen dat 15% van de kantoorlui niet voldoende uitgedaagd wordt en zich verveelt op het werk. Niet minder dan 60% zou bovendien laten uitschijnen dat ze meer werken dan ze eigenlijk doen.

Net als een burn-out is het verloop van een bore-out vrij langzaam. Een werknemer zit in een weinig creatieve job - meestal een bureaujob - en zijn verantwoordelijke delegeert slecht. Gefrustreerd omdat hij te weinig werk krijgt en te hoog gekwalificeerd is, vraag hij om meer werk. De werknemer krijgt echter enkel nog meer niet-uitdagende en té gemakkelijke taken. Dus vraagt hij na een tijdje geen extra werk meer. Hij doet zijn werk zo traag mogelijk en doet desnoods alsof hij druk bezig is. De werknemer voelt zich nutteloos, leeg en krijgt een hekel aan zijn werk. Zijn overwerkte baas stevent af op een burn-out door te veel stress. De werknemer vaart recht af op een bore-out door verveling. Net als zijn baas ploft hij ’s avonds geïrriteerd en lusteloos neer in de zetel, hoewel hij niet echt moe is. Het resultaat is ziekteverzuim en efficiëntieverlies voor het bedrijf.

Volgens Rothlin is het gemakkelijker om alcoholisme aan de werkgever op te biechten dan toe te geven dat men zich verveelt op het werk. Een burn-out en stress zijn sociaal geaccepteerde problemen, terwijl een bore-out iets voor ‘luilakken’ lijkt te zijn.

Doen alsof je werkt

Bij het omgaan met de problematiek bore-out gebruiken werknemers verschillende tactieken. In het beginstadium, wanneer hij nog inventief is maar onderwerkt, probeert hij zijn baas ervan te overtuigen dat hij meer vertrouwen waard is. De werknemer blijft even lang als zijn baas in het bureau, zelfs al heeft hij niets meer te doen. Na een tijdje geeft de werknemer zich over aan het feit dat hij vrije tijd heeft, omdat hij ervan uitgaat dat zijn baas dit van hem verwacht. In feite komt men tot een patroon van valse arbeid. Een tactiek is om elke avond een aktetas mee naar huis te nemen om duidelijk te maken dat het werk verder gezet wordt. De aktetas wordt natuurlijk nooit geopend.

Strategische vertraging

Wanneer de toestand blijft bestaan of wanneer het gebrek aan werk overgaat in een aversie ten opzichte van het werk, wordt de werknemer sluwer. Hij onderhandelt voor kunstmatig lange deadlines zodat de uren van niets doen in het bureauritme worden ingebouwd. Of de werknemer kiest voor een 'strategische vertraging'. Wanneer bijvoorbeeld een teamproject behoefte heeft aan input van een collega van een andere afdeling, wacht de werknemer tot deze persoon afwezig is om hem op te bellen. Deze collega wordt dan verantwoordelijk voor het feit dat de werknemer gedurende een paar uur of een paar dagen niets te doen heeft.
Een andere tactiek is een reservejas opgehangen aan de bureaustoel en een halfvolle tas koffie naast de telefoon. Op die manier kan de werknemer voor een paar uur verdwijnen, terwijl zijn baas er van uit gaat dat de werknemer elders in het gebouw aanwezig is.
In sommige bedrijven zou er een systeem van valse rokers bestaan. Deze rokers doen alsof ze rookverslaafd zijn om eventjes naar buiten te kunnen gaan en zo een tijdje te ontsnappen aan hun bureau. Internet, E-mail en GSM hebben de waaier van alternatieve activiteiten voor 'onderwerkten' nog sterk uitgebreid.

Hoe kan het probleem van bore-out concreet opgelost worden?

Een mogelijkheid is dat de werknemer een poging onderneemt om het probleem met de werkgever te bespreken. Hierbij riskeert hij echter dat hij niet begrepen wordt. Het is immers niet gemakkelijk om te zeggen tegen de werkgever dat je te weinig uitdaging krijgt op het werk en je je dus verveelt zonder als luiaard bestempeld te worden. Een oplossing is vanzelfsprekend een job met een grotere uitdaging en verantwoordelijkheid. In de praktijk is het jammer genoeg meestal noodzakelijk om hiervoor van job te veranderen.
 

Wat is de rol van een controlearts? Wat is het onderscheid tussen een arbeidsdokter en een controlearts? Wat doet een controlearts?

Sluiten

De arbeidsdokter waakt over jouw gezondheid en welzijn op het werk. Hij stelt met een medisch onderzoek vast of je in staat bent om je taken goed uit te voeren. Zijn rol bestaat erin aandoeningen te voorkomen, niet om deze te genezen. Hij mag dus geen algemeen onzerzoek uitvoeren. Het meten van je cholesterol behoort bijvoorbeeld niet tot zijn taken

Je werkgever kan een beroep op een controlearts wanneer je afwezig blijft van het werk omdat je ziek bent. De controlearts moet daarbij controleren.
  • of je al dan niet in staat bent om je werk normaal uit te voeren
  • hoe lang je niet in staat bent om je werk uit te voeren en wanneer je je taken opnieuw zal kunnen opnemen. Die periode kan anders zijn dan degene die jouw behandelende arts je heeft voorgeschreven.
Je bent verplicht om de controlegeneesheer binnen te laten. Hij kan bij jou thuis komen of op de plaats waar je tijdens je ziekte verblijft. Uiteraard moet je je werkgever vooraf op de hoogte brengen van die tijdelijke verblijfplaats.

Een controlearts mag het eventuele moeilijke verloop van de controle bekendmaken (b.v. als je weigert om een controle te ondergaan) en de oorzaak van een specifieke arbeidsongeschiktheid (arbeids- of sportongeval, professionele ziekte, zwangerschapsverlof,...).

Alle andere vaststellingen van de controlearts, vallen onder het medisch beroepsgeheim. Zo mag hij je baas niet vertellen hoe je aandoening zal evolueren, of hem vertellen dat je dronken was, bijvoorbeeld. Hij onthoudt zich ook van elk oordeel over je behandelende arts en over de kwaliteit van diens zorgen.
 

Asbest in het gebouw waar je werkt, waarop moet je letten?

Sluiten

Asbest is een vezelachtige stof die in de natuur voorkomt. Oorspronkelijk bleek het vele pluspunten te hebben: het was goedkoop, eenvoudig te ontginnen, was stevig, slijtvast, hittebestendig, isolerend,… Pas later werden de vele negatieve gevolgen duidelijk en sinds 2001 is het gebruik en de verkoop van asbest ook volgens de wet verboden.

Doordat het vroeger vaak gebruikt werd in de (woning)bouw, kan je het nu nog tegenkomen, niet in zuivere vorm, maar verwerkt in asbesthoudende materialen (bijvoorbeeld in asbestcement golfplaten, bloembakken, isolatie rond verwarmingsbuizen, imitatiemarmer, afvoergoot,…).

Wat zijn de gevolgen van blootstelling aan asbest?

Asbestvezels kunnen splitsen in zeer kleine, niet met het oog waarneembare vezels. Een andere vezel zoals wol of katoen wordt door onze neusharen of door het slijmvlies waartegen hij botst, tegengehouden. De asbestvezel legt zich echter door zijn lengte volledig in het midden van de luchtstroom en volgt zo de bochten en wendingen tot in het diepst van onze luchtwegen. Het lichaam probeert wel de ingeademde asbestvezel terug uit de longen te verdrijven, maar dit lukt niet.

Inademing van asbestvezels kan leiden tot zeer ernstige aandoeningen, meerbepaald ‘asbestose’ (dit is niet dodelijk, maar men heeft ademhalingsproblemen en loopt veel kans op long- en hartziekten), longkanker, kanker van het long- of buikvlies, of kanker van het strottenhoofd.

In theorie houdt elke blootstelling aan vrijgekomen asbestvezels een risico in, doch hoe groter de hoeveelheid en hoe langer de blootstellingsduur, hoe hoger het risico op deze aandoeningen. Gemiddeld gezien ontstaan de gezondheidsproblemen een twintig tot dertigtal jaar na blootstelling.

Wanneer kunnen asbestvezels vrijkomen?

Algemeen gezien kunnen we de verschillende asbestproducten indelen in twee groepen.

In de ene groep is het asbest hechtgebonden aan andere stoffen. De vezels zijn dan vermengd met een verbindingsmiddel en zitten stevig verankerd in het dragermateriaal. Dat is bijvoorbeeld het geval bij asbestcement (golfplaten, leien, buizen). Zolang dit in goede staat is en niet wordt bewerkt (zagen, slijpen, schuren, boren, afspuiten onder hoge druk, slopen,…) komen er nauwelijks vezels vrij.

De andere groep bestaat uit producten waarin het asbest min of meer los zit, het “ongebonden” asbest. De vezels zitten minder hecht vast op het dragermateriaal en komen bij verwering of verwerking dus makkelijker vrij. De ongebonden asbestvezels werden vaak gebruikt als isolatiespuitlaag in constructies.

Algemeen geldt dat asbesthoudend materiaal in goede toestand meestal mag blijven zitten waar het zit. Vooral toepassingen in hechtgebonden asbestcement leveren weinig risico op. Asbest verwijderen zonder kennis van zaken is veel gevaarlijker dan alles laten zitten. Toch moet u waakzaam blijven, op termijn kan er door beschadiging of verwering toch gevaar ontstaan.

Hoe worden werknemers beschermd?

Eerst en vooral maakt elke werkgever een inventaris op van alles wat asbest bevat in een bedrijf. Dit vormt het uitgangspunt om te beslissen wat er met het asbesthoudend materiaal gaat gebeuren en hoe men de kans op blootstelling van de werknemers zo laag mogelijk houdt. Wanneer werkzaamheden uitgevoerd worden, moet er steeds rekening gehouden worden met deze inventaris.

Enkel werknemers met een speciale vorming mogen asbestwerkzaamheden uitvoeren. Dit geldt ook voor herstel- en onderhoudswerken door elektriciens, loodgieters, airconditionings- en verwarmingstechnici, schrijnwerkers, etc… tijdens het bewerken (zagen, boren, perforeren,…) van asbesthoudend materiaal. Belangrijke sloop- en verwijderingswerken zoals het wegnemen van spuitasbest mogen enkel door gespecialiseerde firma’s worden uitgevoerd.

Heel wat maatregelen zoals het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, rustpauzes, meldingsplicht, het werkplan, opleiding van de werknemers, en toe te passen technieken bij sloop en verwijdering, zijn nu strikter gereglementeerd.

De vezelconcentraties waaraan werknemers volgens de wetgeving mogen worden blootgesteld zijn nu zo laag dat het risico op asbestose verdwijnt en het risico op kanker bijna geheel wordt uitgeschakeld.

Indien u als werknemer effectief aan asbest wordt of werd blootgesteld, wordt u tenminste éénmaal per jaar medisch onderzocht en kan u ook ná de blootstelling, op voorstel van de arbeidsgeneesheer, verder medisch opgevolgd worden.

Er is geen risico wanneer men in gebouwen werkt waar er asbest aanwezig is wanneer deze gebonden is en de asbesthoudende materialen in goede staat zijn en zolang men niet gaat boren, zagen of breken. Wanneer er geen contact mogelijk is omdat het materiaal zich op moeilijk bereikbare plaatsen bevindt waartoe men geen toegang heeft, is het risico ook uiterst gering.

De aanwezigheid van asbestproducten zijn toegelaten totdat ze verwijderd dienen te worden of aan vervanging toe zijn.
 

"Mijn werkgever organiseert een medische check-up, moet ik hieraan deelnemen?"

Sluiten

Jouw werkgever organiseert een check-up campagne en hecht dus belang aan jouw gezondheid en welzijn op het werk. Je bent niet verplicht om deel te nemen aan zo’n campagne. Het is een voordeel dat je werkgever je aanbiedt.

Wat zijn de voordelen voor jou?

Je krijgt een gratis medische check-up en krijgt informatie over je gezondheidstoestand. Een gezondheidsspecialist geeft je uitleg over de preventie van cardio-vasculaire aandoeningen en kanker of je krijgt dieetadvies.

Van de dokter krijg je op de dag van het onderzoek een individueel rapport met de resultaten van het onderzoek en zijn diagnose. Mocht daarbij een aandoening zijn vastgesteld, dan zal de dokter je vragen contact op te nemen met je huisarts en je een brief meegeven. De vroegtijdige vaststelling van ziektes laat toe om op tijd in te grijpen zodat de gevolgen minder ernstig zijn.

De resultaten van een check-up zijn vertrouwelijk. In geen enkel geval heeft je werkgever toegang tot deze informatie.

Welke zijn de voordelen voor je werkgever ?

Door te waken over de gezondheid van zijn werknemers, optimaliseert je werkgever het rendement van zijn bedrijf. Het vroegtijdige opsporen van ziektes beperkt het aantal gevallen van afwezigheid door ziekte. De algemene resultaten van het onderzoek laten de werkgever toe een gezondheidspolitiek uit te werken voor zijn bedrijf. Zo kan hij:
  • het menu in het bedrijfsrestaurant aanpassen
  • het lidmaatschap bij sportclubs financieel ondersteunen
  • programma’s aanbieden om te stoppen met roken
  • initiatieven nemen om rugproblemen te voorkomen
  • enz..
 

Laserprinters: een gevaar voor je gezondheid?

Sluiten

Kopieerapparaten, laserprinters en faxmachines kunnen tonerstof, ozon, oplosmiddelen en andere chemische stoffen in de lucht afgeven.
Droge toners bestaan uit fijne poeders die zijn samengesteld uit thermoplastische kunststoffen (polymeren), kleurstoffen en kleine hoeveelheden functionele additieven. Vormen ze een gevaar voor jouw gezondheid?

ANTWOORD

In normale omstandigheden vindt geen ontleding plaats en komen de tonerbestanddelen niet of nauwelijks vrij. Door goed onderhoud, tijdige vervanging van de filters en adequate ventilatie is het risico in reguliere kantoorsituaties verwaarloosbaar. Wanneer stoffen echter wel vrijkomen, worden ze makkelijk verspreid en ingeademd. Door de kleine afmetingen dringen ze diep in de longen.

De gezondheidsrisico’s zijn het grootst voor personen die maanden achter elkaar dag in dag uit op kantoor zitten waar laserprinters slecht onderhouden zijn. De mogelijke gevolgen variëren van allergische reacties tegen bestanddelen van tonerstof bij hoge blootstelling, irritatie van de luchtwegen tot hart- en vaatziekten en kanker. Onderzoekers van de Australische Queensland University of Technology hebben de uitstoot van fijn stof van 62 laserprinters gemeten, waaronder laserprinters van Canon, HP en Ricoh. De studie toont aan dat het proces van het vrijkomen van fijn stof bij laserprinters complex en nog onduidelijk is. Veel factoren, zoals het laserprintermodel, de ouderdom van de laserprinter, het cartridgemodel, de ouderdom van de cartridge, het onderhoud en het volume van afdrukken kunnen de metingen beïnvloeden en dienen verder onderzocht te worden.

Enkele tips
  • Verzamel informatie voordat u de apparatuur koopt (over filters, onderhoud, verbruik,...)
  • Gebruik bij zeer lage aantallen afdrukken (minder dan 25 pagina’s per dag) een inkjetprinter.
  • Plaats een apparaat uitsluitend in een kantoorruimte wanneer u deze goed ventileert, weinig afdrukken maakt,...
  • Zet middenvolumeapparatuur bij voorkeur. in een ruimte van minstens 25 m2.
  • Zet hoogvolumeapparatuur in een aparte ruimte.
  • Zorg voor goed onderhoud en tijdige vervanging van interne filters.
  • Controleer regelmatig de plaatselijke ventilatie en de ruimteventilatie.
  • Zorg voor zo min mogelijk geluidsoverlast.
  • Zet het apparaat in een goed verlichte en goed onderhouden omgeving.

In normale omstandigheden en bij goed onderhoud van de moderne laserprinters komen er geen of nauwelijks stoffen vrij en zijn er over het algemeen geen gezondheidsrisico’s. (Zeldzame gevallen van allergische reacties tegen tonerstof zijn mogelijk).

 

Mijn werkgever organiseert een medische check-up, moet ik hieraan deelnemen?

Sluiten

Jouw werkgever organiseert een check-up campagne en hecht dus belang aan jouw gezondheid en welzijn op het werk. Je bent niet verplicht om deel te nemen aan zo’n campagne. Het is een voordeel dat je werkgever je aanbiedt.

Wat zijn de voordelen voor jou?

Je krijgt een gratis medische check-up en krijgt informatie over je gezondheidstoestand. Een gezondheidsspecialist geeft je uitleg over de preventie van cardio-vasculaire aandoeningen en kanker of je krijgt dieetadvies.

Van de dokter krijg je op de dag van het onderzoek een individueel rapport met de resultaten van het onderzoek en zijn diagnose. Mocht daarbij een aandoening zijn vastgesteld, dan zal de dokter je vragen contact op te nemen met je huisarts en je een brief meegeven. De vroegtijdige vaststelling van ziektes laat toe om op tijd in te grijpen zodat de gevolgen minder ernstig zijn.

De resultaten van een check-up zijn vertrouwelijk. In geen enkel geval heeft je werkgever toegang tot deze informatie.

Welke zijn de voordelen voor je werkgever ?

Door te waken over de gezondheid van zijn werknemers, optimaliseert je werkgever het rendement van zijn bedrijf. Het vroegtijdige opsporen van ziektes beperkt het aantal gevallen van afwezigheid door ziekte. De algemene resultaten van het onderzoek laten de werkgever toe een gezondheidspolitiek uit te werken voor zijn bedrijf. Zo kan hij:
  • het menu in het bedrijfsrestaurant aanpassen
  • het lidmaatschap bij sportclubs financieel ondersteunen
  • programma’s aanbieden om te stoppen met roken
  • initiatieven nemen om rugproblemen te voorkomen
  • enz..
 

Nood aan frisse lucht, maar kouwelijke collega's... Wat kan je doen?

Sluiten

“Op kantoor hebben wij slechts 1 raam, en omdat mijn collega's het sneller koud hebben dan ik, staat dat niet al te vaak open. Toch heb ik nood aan frisse lucht. Wat kan ik doen?"

ANTWOORD

Een goed binnenklimaat in de werkplek draagt bij tot een aangenamere werkplek. Vaak is de lucht in de werkruimte echter te droog en is het CO2- gehalte (1) te hoog. Veel gehoorde klachten zijn droge keel, hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, concentratieverlies en irritaties van de ogen, luchtwegen en de huid. Een goede verluchting kan een groot deel van deze klachten vermijden.

Eén van de mogelijkheden om meer verluchting te voorzien is door inderdaad de ramen regelmatig open te zetten. Hiermee dient er rekening te worden gehouden met collega’s die eventueel een tochtprobleem kunnen ondervinden. De luchtsnelheid kan best onder 0.15 m/s worden gehouden om klachten te vermijden. Indien de ramen niet constant kunnen open gezet worden, kan er voor een compromis worden gezorgd. De ramen kunnen dan bijvoorbeeld enkel geopend worden tijdens de pauzes.

Er kan ook worden nagegaan of er verluchtingsroosters aanwezig zijn aan de ramen. Deze vormen doorgaans geen tochtprobleem en voorzien het kantoor toch van een beperkte hoeveelheid verse lucht. Daarnaast kan de luchtkwaliteit van de werkruimte verbeterd worden door het plaatsen van luchtzuiverende planten. De planten voorzien de lucht immers van waterdamp en zuurstof, kunnen schadelijke stoffen zoals CO2  afbreken en absorberen warmte en geluid. Prettig neveneffect bij het plaatsen van planten is dat de werknemers de werkplek als aangenamer gaan ervaren waardoor stress en klachten vermeden worden. Goede plantensoorten voor op kantoor zijn (kamer)palmen, rubberplanten, klimop, krulvarens, … Er dient wel te worden opgemerkt dat dorre bladeren en het stof op de planten regelmatig moet worden verwijderd. Ook de rest van de werkplek dient geregeld te worden schoongemaakt. Het is heel belangrijk de werkruimte proper en stofvrij te houden.


(1) Het CO2-gehalte geeft een indicatie van de luchtverversing. Vanaf situaties waarbij het CO2-gehalte van de lucht  meer bedraagt dan 800ppm, kunnen er zich klachten voordoen.

 

Het zonlicht weerkaatst in mijn beeldscherm. Wat gedaan?

Sluiten

"Mijn bureau staat vlakbij het raam. Het zonlicht weerkaatst daarom voortdurend in mijn beeldscherm. Hoe kan ik dit het beste aanpakken?"

ANTWOORD

Daglicht is onze belangrijkste lichtbron, maar kan in bepaalde situaties ook verblinding veroorzaken. Wanneer het licht zo sterk is of de zon rechtstreeks binnenschijnt, is zonwering noodzakelijk. Niet alleen om de warmte buiten te houden, maar ook om het licht te temperen.

Om verblinding en reflecties te vermijden is een doordachte plaatsing van de werktafels tegenover de ramen en de verlichtingselementen nodig. Voorzie een afstand van minimum 1 meter tussen het raam en de werktafels.

Plaatsing tegenover het raam:

  • Medewerkers met de rug naar het raam: reflectie van het natuurlijk licht op het scherm: af te raden aangezien de leesbaarheid van de gegevens op het scherm vermindert.
  • Medewerkers met het gezicht naar het raam: zeer groot contrast tussen het heldere venster en het scherm: af te raden.
  • Medewerkers loodrecht geplaatst op het raam: de beste situatie om reflectie en verblinding te vermijden.

Zelfs wanneer de medewerkers loodrecht op de ramen worden geplaatst, blijft een zonwering aangewezen, in alle andere gevallen is ze onontbeerlijk.

Er zijn 2 types van zonwering

  • intern: demping van licht en/of zonnestraling door systemen aan de binnenzijde van de ramen, b.v. gordijnen, horizontale of verticale jaloezieën;
  • extern: demping van licht en/of zonnestraling door systemen aan de buitenzijde van de ramen, b.v. zonneschermen, buitenjaloezieën.

Overmatige warmte door zonnestraling wordt echter niet of weinig verholpen door interne zonwering: de warmte hoopt zich op achter de jaloezieën of gordijnen, en verspreidt zich door diffusie in de lokalen. Externe zonwering geeft een daling van de temperatuur van 3 à 4° C, wat bij warm weer een verschil betekent.

Verder kan nog getint glas of het aanbrengen van folies worden gebruikt. Die kan afhankelijk van de kwaliteit goede resultaten geven wat betreft warmtewering: op het gebied van lichtwering voldoen ze niet. Getint glas geeft als extra nadeel de buitenwereld dikwijls een «sombere» gloed of een vervorming van de kleuren van de buitenwereld. Bij het toepassen daarvan moet men de technische eigenschappen ervan goed bekijken.

Voor ruimtes met grote glaspartijen is een kwalitatief hoogstaande zonwering heel belangrijk, zowel voor de warmtewerende als voor de lichtwerende eigenschappen.

 

Mijn collega wordt vaak uitgekafferd door mijn baas. Wat kan ik doen?

Sluiten

"Mijn collega wordt vaak uitgekafferd door mijn baas. Vaak wordt hij onterecht publiekelijk vernederd. Ik vind dat het echt te ver gaat. Wat kan ik doen?"

ANTWOORD

Dagelijks worden we geconfronteerd met conflicten. Thuis, op café, in de sportclub, en ook op het werk. Ieder van ons zegt al wel eens iets wat hij of zij beter niet had gezegd. Dit kan leiden tot hevige discussies of conflicten. Conflicten met je partner of collega zijn natuurlijk van een andere aard dan conflicten met je leidinggevende.

Je leidinggevende heeft bepaalde bevoegdheden. Eén ervan is dat hij zijn medewerkers erop moet wijzen wanneer er zaken fout lopen. Je baas moet dit echter op een correcte manier doen. Je zegt dat je baas je collega vaak uitkaffert, en dat hij hem onterecht publiekelijk vernedert. Ongeacht of dit gedrag van je baas gebaseerd is op een terechte reden, toont hij weinig respect voor je collega als mens, als persoon en als een volwaardige medewerker van de dienst. Iemand op een dergelijke manier benaderen is ongepast in iedere situatie. Maar wat kan jij in een dergelijke situatie doen voor jouw collega?

Allereerst is het van belang dat je er bent voor je collega. Een luisterend oor bieden zal bij je collega het gevoel van alleen te staan in deze situatie verkleinen. Laat je collega toe zijn of haar emoties te uiten en toon hiervoor begrip. Probeer de situatie niet te minimaliseren met goedbedoelde maar ‘onhandige’ uitspraken als ‘Het is allemaal niet zo erg’.

Actief luisteren lost het probleem natuurlijk niet op, maar op deze manier weet je collega zich op zijn minst gesteund door jou. Je kan je collega proberen aan te moedigen om een gesprek aan te gaan met jullie baas over de bestaande problemen. Door een gesprek te voeren met jullie baas, bestaat immers de mogelijkheid dat je baas inzicht krijgt in de manier waarop hij je collega kwetst en kan hij zijn gedrag trachten te veranderen.

Indien je collega zich niet in staat voelt of niet bereid is om jullie baas hierover aan te spreken, kan je overwegen om zelf een gesprek aan te gaan met jullie overste. Denk echter goed na voordat je beslist om met je leidinggevende te spreken over zijn oncorrect gedrag.

Eerst en vooral vraag je best van tevoren aan je collega of hij hiermee akkoord gaat. Misschien wil hij helemaal niet dat je hierin tussenkomt en zouden jouw goedbedoelde acties wel eens kunnen leiden tot conflicten tussen jou en je collega.

Verder kan je bedenken of jij wel de juiste persoon bent om hierin tussenbeide te komen. Iemand aanspreken over onrespectvol gedrag is niet eenvoudig. In dit geval is de persoon die je wil aanspreken je eigen leidinggevende. Dit vormt uiteraard een extra drempel om je collega, die in een moeilijke situatie zit, te helpen. Het is normaal dat je deze drempel ervaart en het zal moed vergen om uiteindelijk tot de actie over te gaan. Voer dit gesprek enkel wanneer je je er goed bij voelt en er volledig achter staat. Enkele tips:

  • Je spreekt je leidinggevende best niet aan op het moment zelf dat hij dit oncorrect gedrag stelt. Wacht tot de situatie bekoeld is. Wacht ook niet te lang, zodat je het voorval kan gebruiken als voorbeeld van wat je bedoelt.
  • Je doet er beter aan om je baas hierover aan te spreken onder 4 ogen. Indien je hem zou aanspreken in publiek, zou hij kunnen denken dat je zijn gezag wil ondermijnen ten opzichte van de andere medewerkers.
  • Spreek op een respectvolle manier. Vertel hem dat je collega erg van streek was na afloop van het voorval. Je kan vragen hoe je baas de situatie ziet. Je kan vragen hoe hij een mogelijke oplossing ziet. Reageer rustig en laat je niet verleiden om hem op dezelfde manier te behandelen als hij jouw collega behandeld heeft. Beëindig het gesprek wanneer het dreigt te escaleren.

Indien een direct gesprek met jullie leidinggevende geen optie is, en zijn gedrag blijft zich herhaaldelijk voordoen, dan kan je je collega doorverwijzen naar de vertrouwenspersoon binnen jullie bedrijf. De vertrouwenspersoon kan jouw collega hulp, advies en opvang bieden. Indien je collega dit wenst, kan de vertrouwenspersoon een bemiddeling organiseren tussen hem en de baas om zo tot een oplossing te komen.

Indien er geen vertrouwenspersoon werd aangesteld in jullie onderneming, is het ook mogelijk dat je je collega adviseert om contact op te nemen met de preventieadviseur-psychosociale aspecten van de interne of externe dienst voor Preventie en Bescherming. Samen met hem kan je collega zoeken naar de beste oplossing voor zijn specifieke situatie.

 

Ik werk vlak naast een kopieerapparaat. Kan dat schadelijk zijn voor mijn gezondheid?

Sluiten

Een kopieerapparaat kan inderdaad een aantal risico's met zich meebrengen. Die risico's verschillen al naargelang het reële gebruik van de machine en de plaats ervan.

Warmte en geluid: eerder een last dan een risico

Het geluid van het apparaat overschrijdt gewoonlijk de 45 decibels niet. Dat geluidsniveau zal je vanzelfsprekend niet doof maken, maar het kan wel een zekere geluidsoverlast betekenen (concentratieverlies, hoofdpijn, moeilijke communicatie). De warmte die een kopieerapparaat afgeeft zorgt ook voor een groot aantal klachten, vooral in de zomer. Zowel het geluid als de warmte die wordt afgegeven zijn echter eerder een last dan een echt risico.

Er bestaan twee mogelijke chemische risico's

Het eerste van die twee is ozon. Dat is een stof die ontstaat uit zuurstof ten gevolge van UV-stralen en de elektrische spanning die onstaat terwijl de kopieermachine aan het afdrukken is. Ozon kan zorgen voor irritaties aan de ogen, de huid en de luchtwegen. Mocht je met een aanzienlijke uitstoot van ozon te kampen hebben, dan kan je steeds jouw toevlucht nemen tot die modellen van kopieerapparaten die uitgerust zijn met een filter. Die filters kunnen tot 90 procent van de uitgestote ozon opvangen. Om efficiënt te blijven moeten ze echter na elke 4.000 gebruikte uren (of elke zes maanden) vervangen worden.

Het andere risico wordt gevormd door de toner die in kopieermachines gebruikt wordt. Die kan voor irritaties van de luchtwegen en voor huidallergie zorgen. Tegenwoordig is dat eerder een theoretisch risico geworden, want moderne kopieerapparaten werken gewoonlijk met tonerpatronen die het contact met de huid of met de lucht verhinderen.

Wat kan je doen om de risico's te voorkomen?

Om die risico's te voorkomen kan je toch maar best twee dingen doen:

  • Plaats de kopieermachines zo ver mogelijk van de werkposten.
  • Zorg ervoor dat ze op een goed verluchte plaats staan.

Besluit

In een ideale situatie zou het kopieerapparaat natuurlijk in een aparte, goed verluchte ruimte staan. Wanneer het apparaat minder dan 5.000 kopies per maand maakt, kan je het echter gemakkelijk op het bureau laten staan. Maakt het tussen 5.000 en 50.000 kopies, dan plaats je het het best in de gang. Maakt het meer dan 50.000 kopies, dan is het echt wel aangewezen om er een aparte ruimte voor te maken.

 

Wat kan je doen als je getuige bent van discriminatie op het werk?

Sluiten

In eerste instantie wordt er natuurlijk van jou verwacht dat je je onthoudt van gelijkaardige gedragingen en niet meedoet met diegene die het discriminerende gedrag stelt. Wanneer je je hiertoe geroepen voelt en je je hiervoor sterk genoeg voelt, kan je hierover ook een opmerking maken. Je kan zeggen dat zulk gedrag niet toegelaten is en zelfs strafbaar is.

Wanneer je merkt dat je collega het moeilijk heeft met deze situatie, kan je hem hierin ondersteunen. Je kan naar hem luisteren en zo een hart onder de riem steken. Daarnaast kan je je collega ook informeren over de mogelijke stappen die hij kan ondernemen om een einde te maken aan deze situatie.

Je kan de persoon die gediscrimineerd wordt zeggen dat hij zich kan richten tot zijn overste om de situatie te bespreken. De leidinggevende staat in voor het welzijn van zijn medewerkers en kan bijgevolg ook tussenbeidekomen in zulke situaties.

Daarnaast bestaat er ook de mogelijkheid om de persoon die gediscrimineerd wordt te verwijzen naar het Centrum Voor Gelijke Kansen en Discriminatiebestrijding. Dat is een instelling waartoe mensen die het slachtoffer zijn van discriminatie zich kunnen wenden voor advies. Enkele juridische adviseurs staan ter beschikking om hulp en raad te bieden. Het contactadres van die organisatie is het volgende:

Centrum Voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding
Koningstraat 138
1000 Bruxelles
e-mail: centrum@cntr.be
tel: 0800 17364

 

De lucht is heel droog in mijn kantoor, hoe kan ik dit verhelpen?

Sluiten

Ik heb vaak de indruk dat het bij ons op kantoor erg warm is en dat de lucht heel droog is. Op het einde van de dag heb ik dan ook vaak het gevoel dat ik zo'n droge ogen en een droge keel heb. Hoe kan ik dit verhelpen?


ANTWOORD
Uit verscheidene onderzoeken blijkt dat lichamelijke klachten over te droge lucht in kantoorsituaties vaak weinig of niets te maken hebben met de heersende relatieve vochtigheid, maar vaak het gevolg zijn van onvoldoende luchtkwaliteit, veelal in combinatie met te hoge luchttemperaturen. 
 
Luchtverontreiniging
 
Het vermoeden bestaat dat droge luchtklachten eerder te maken hebben met de aanwezigheid van gas- en dampvormige verontreinigingen en stof in de lucht. Deze verontreinigingen - vaak het gevolg van bvb. printers en kopieermachines – en het aanwezige stof in de lucht kunnen in een minder vochtige omgeving makkelijker vrijkomen en zo gaan “zweven” in de lucht. Op deze manier kunnen ze dan klachten, zoals irritatie van de slijmvliezen (van neus en ogen) veroorzaken.

Vandaar is het niet direct zo verstandig om enkel de oplossing te zoeken in het bevochtigen van de lucht.
 
 
Oplossingen
 
In eerste instantie moet men vermijden om verontreinigingsbronnen in de ruimte te hebben: kopieermachines en veel gebruikte laserprinters kunnen best in een aparte, voldoende verluchte ruimte geplaatst worden.

Men kan ook best planten aanbrengen: sommige soorten (zoals vb. een palm, krulvarens) brengen grote hoeveelheden vocht in de lucht en kunnen ook giftige stoffen uit de atmosfeer verwijderen. Het is wel uiterst belangrijk deze planten goed te onderhouden: regelmatig stofvrij maken en verdorde delen onmiddellijk verwijderen. 

Het spreekt ook voor zich dat het schoonmaakonderhoud van de ruimten in orde dient te zijn, en dat afsluitbare kasten de voorkeur genieten boven open kasten.

Tot slot vermelden we nog dat de ruimtetemperatuur best niet té hoog is (+/- 21°C) en dat de ruimte zoveel mogelijk geventileerd wordt, liefst met ramen die geopend kunnen worden. 
 

 

Wat moet je als werkgever doen met gehandicapte werknemers?

Sluiten

"Ik ben fysiek gehandicapt en zit in een rolstoel. Op mijn werk zijn er bepaald plaatsen waar ik met mijn rolstoel niet kan geraken. Moet mijn werkgever eigenlijk niet de nodige voorzorgen nemen voor gehandicapte werknemers als ik?"

ANTWOORD

De richtlijn 2000/78/EG heeft het principe van de gelijke behandeling voor beroep en arbeid ingevoerd, onder meer ook voor gehandicapte werknemers. Deze richtlijn vereist van de werkgever dat men de nodige en redelijke aanpassingen zal doorvoeren, indien men een gehandicapte werknemer tewerkstelt.
 
 
Je kan op verschillende manieren reageren
 
Uit studies blijkt dat de tewerkstelling van personen met een handicap ondermaats is, 42.5% tegen 64.3% voor de rest van de bevolking. Eén van de oorzaken is het niet aangepast zijn van de werkplaats voor de gehandicapte persoon. De bedoeling van het aanpassen van de werkplaats is dat de gehandicapte werknemer op een evenwaardige manier zijn functie kan uitoefenen en deelnemen aan de activiteiten binnen de arbeidssfeer.
Een aanpassing beoogt drie doelstellingen:

  • Een aanpassing moet doeltreffend zijn, d.w.z. ze moeten de gehandicapte persoon in staat stellen zijn beroep uit te oefenen.
  • De aanpassing moet toelaten dat de gehandicapte persoon op een evenwaardige manier kan gebruik maken van de faciliteiten en dienstverleningen binnen het bedrijf.
  • Ten slotte moet de aanpassing ertoe bijdragen dat de gehandicapte werknemer in staat wordt gesteld om zo zelfstandig mogelijk, dit wil zeggen zonder hulp van derden, te functioneren. 

Over welke aanpassingen spreken we?
 
Bijvoorbeeld aangepaste teksten in braille voor blinden en slechtziende werknemers, aangepast materiaal voor werknemers die motorisch gehandicapt zijn, werktijd en werkbelasting aangepast aan de mogelijkheden van de gehandicapte werknemer (meer tijd voorzien voor het uitvoeren van bepaalde taken), deels thuis werken, …

Deze aanpassingen zijn zowel voor nieuwe medewerkers van toepassing, als voor werknemers die reeds in dienst zijn. De werkgever kan voor deze aanpassingen beroep doen op diverse diensten en kan hiervoor ook financiële tegemoetkomingen aanvragen bij de bevoegde instanties.
 

 

Wat moet ik doen als mijn baas te persoonlijk wordt?

Sluiten

Mijn baas stelt vaak privé-vragen of belt me op mijn gsm. Hij raakt mij ook vaker aan op plaatsen die ik niet zo graag heb. Wat kan ik daarop zeggen?
 
ANTWOORD

Iedereen heeft zijn eigen grenzen. Wat voor één collega ongewenst is, hoeft niet noodzakelijk ongewenst te zijn voor een andere. Het is dus individueel verschillend wat kan en wat niet kan. Waar de grens ligt tussen gewenst en ongewenst, tussen 'gewoon gezellig' en 'te ver gaan', kan iemand enkel en alleen zélf bepalen. 
 
Je kan op verschillende manieren reageren
 
Wanneer je baas voor het eerst een lastige vraag stelt, zou je eventueel een wedervraag kunnen stellen (bijvoorbeeld: Deze vraag overvalt me een beetje. Waarom is dit van belang voor deze functie?) of een ontspannen grapje kunnen afvuren (bijvoorbeeld: Trouwen? Dat kan je beter eens aan mijn vriend vragen!). Als het hierbij ophoudt, heeft uw baas de boodschap waarschijnlijk begrepen.

Maar het is goed mogelijk dat de andere persoon niet beseft hoe dit gedrag op jou overkomt of dat hij/zij zich dat helemaal niet aantrekt. Bij weerkerend ongewenst gedrag kan je het beste onomwonden tegen de persoon zeggen dat je er niet mee opgezet bent. Enkele tips kunnen hierbij van pas komen:

  • Gebruik hiervoor korte zinnen waarin je duidelijk en concreet het ongewenste gedrag benoemt en vraagt het te stoppen
  • Het is belangrijk dat je steeds het waargenomen gedrag van de ander ter sprake brengt en niet de persoon zelf
  • Geef kort aan welk effect zijn/ haar gedrag op je heeft, welke emoties en gevoelens dit bij jou naar boven brengt
  • Dreigen en vijandig gedrag zijn uit den boze. Het is de bedoeling een constructief gesprek te voeren waarbij de ander ook de gelegenheid krijgt om te reageren
  • Geef niet alleen aan wat je niet wilt, maar maak ook duidelijk wat je wél zou willen. Streef naar verandering
  • Wees zowel verbaal als non-verbaal duidelijk en consequent. Zorg ook dat wat je zegt in overeenstemming is met wat je doet
  • Laat de situatie niet aanslepen, wees zo snel mogelijk duidelijk
  • Neem je gevoel “au serieux” en kom voor jezelf op

Als het ongewenste gedrag hierna niet ophoudt, kan je bij de vertrouwenspersoon van het bedrijf of een externe preventieadviseur-psycholoog voor raad, opvang, hulp of bemiddeling terecht. De contactgegevens van deze personen vind je ongetwijfeld terug in het arbeidsreglement.

Blijf dus zeker niet bij de pakken zitten en laat deze situatie niet verder escaleren tot een kluwen, maar vertrouw op je gevoel en reageer vlug genoeg op ongewenste gedragingen.

 

Kunnen de kleuren van mijn kantoor een invloed hebben op mijn humeur?

Sluiten

Tijdens de zomermaanden heeft het kantoor waarin ik werk een nieuw verflaagje gekregen. De muren zijn niet langer crèmekleurig, maar hebben de donkerdere grijzige kleur van het bedrijfslogo gekregen. Kan dat bijvoorbeeld een invloed hebben op mijn humeur? Sindsdien heb ik precies het gevoel dat het me allemaal wat zwaarder valt. 
 
ANTWOORD

Kleuren hebben inderdaad niet alleen een effect op de weerkaatsing van het licht, maar ze hebben ook een psychologisch effect.

Het psychologisch effect van kleuren
 
Algemeen mag men aanvaarden dat donkere kleuren een depressief makend effect hebben en niet aanzetten tot properheid, terwijl lichte kleuren meer stimulerend of rustgevend zijn, ze maken de lokalen lichter, vrolijker en zetten aan tot properheid.
In een werkplaats waar de taak eenzijdig en monotoon is kan men best een paar stimulerende kleuraccenten in het gezichtsveld brengen. Wanneer de taak een grote aandacht vergt zijn de muren best in een lichte kleur geverfd.
In doorgangen zoals gangen, kantines en vestiaires kan men wat meer kleuren gebruiken om afwisseling te brengen met de werklokalen.
Toepassen van lichte kleuren op de wanden geeft een groter ruimte-effect dan bij toepassing van donkere kleuren. 
 
De drie primaire kleuren
 
De drie primaire kleuren zijn rood, blauw en geel, elk met hun specifieke eigenschappen:
Rood
De kleur rood heeft een prikkelende invloed: ze stimuleert de bloedsomloop en stimuleert de hartslag. Een volledig rode kamer geeft de indruk dat de temperatuur twee tot drie graden hoger ligt dan in een witte ruimte. Het nadeel is dat de kleur vermoeiend is voor de ogen en het gestel in het algemeen. Je kan ze dus het beste enkel gebruiken als referentiepunt of als accentkleur.
Geel
De kleur geel stimuleert activiteit en creativiteit en ze bevordert de communicatie. Het is de ideale kleur voor kantoren, klaslokalen en alle andere lokalen waar aandacht nodig is.
Blauw
De kleur blauw heeft een rustgevende en vredige invloed. In zachte tinten kan ze hoofdpijn verlichten, maar in donkere nuances kan ze slaapverwekkend en deprimerend werken.

 

Hoe kom je aan beweging toe op je werk?

Sluiten

Ik ga volledig op in mijn job en maak lange dagen. Ook in het weekend zit ik vaak achter mijn computer voor het werk. Zo kom ik niet aan sporten toe. Heb jij tips zodat ik toch aan wat beweging toekom op het werk?

ANTWOORD

Zoek evenwicht

Je bent heel ambitieus en gaat enorm in je job op…mooi…maar liefst wil je toch dat je carrière lang meegaat. Zoek daarom een evenwicht tussen werk en ontspanning en zorg voor je conditie.

Zet je leven in beweging
Maar als ik je verhaal lees heb ik de indruk dat je iemand bent die niet snel tijd zal vrij maken om wat te gaan sporten. Schakel daarom wat extra lichaamsbeweging in in je algemeen dagelijks leven:

  • zo kan je jezelf verplichten om trappen te lopen in plaats van de lift te nemen
  • probeer ook wat meer afstanden te voet af te leggen in plaats van de auto te nemen (parkeer bijvoorbeeld je auto een paar straten verder van je werk)
  • gebruik je middagpauze om buiten een frisse neus te halen

Pauzeer regelmatig
Je doet een ganse dag beeldschermwerk dus weet je best dat je regelmatig een kleine pauze moet nemen. Gebruik deze tijd om een paar rekkingsoefeningen te doen, een paar keer per dag de rug uitstrekken is geen overbodige luxe.

Ook in je vrije tijd...
Als je regelmatig beweegt zal je zien dat je er gaandeweg meer plezier zal aan beleven…en je misschien de stimulans vindt om in je vrije tijd te gaan sporten en zo je conditie te verbeteren…

Je zal dan merken dat je je niet alleen lichamelijk fitter voelt maar dat ook je werklust er op vooruitgaat.

Misschien zal je evenveel werk verzetten als vroeger maar toch nog tijd hebben voor een gezonde ontspanning.

 

Is een plat beeldscherm beter dan een klassiek beeldscherm?

Sluiten

"Wat zijn de voor- en nadelen van een plat beeldscherm? Kies ik op het werk beter een klassiek of een plat beeldscherm?"

ANTWOORD

De vraag of een plat beeldscherm beter is dan een klassiek beeldscherm wordt vaak gesteld. We vatten de resultaten van een vergelijkende studie hieronder samen.

Met klassiek beeldscherm bedoelen we een beeldscherm dat functioneert met een kathodestraalbuis (CRT of Cathode Ray Tube). Het flatscreen of het plat beeldscherm staat voor een scherm dat gebruik maakt van vloeibare kristallen (LCD voor Liquid Cristal Display) en voor het plasmascherm.

In vergelijking met de conventionele beeldschermen hebben platte beeldschermen heel wat voordelen. Ze zijn ruimtebesparend, minder gevoelig voor spiegelingen, ze hebben een betere beeldkwaliteit (rustiger voor de ogen), een langere levensduur, ze verbruiken minder energie en geven minder warmte af.

Hun grootste nadeel blijft, voorlopig althans, de aankoopprijs. Maar vermits de prijs van platte beeldschermen blijft dalen en de kwaliteit steeds verbetert, zullen ze in de toekomst voor ieders budget beschikbaar zijn.

Het is niet echt noodzakelijk om meteen alle klassieke beeldschermen te vervangen door platte beeldschermen, maar indien de oudere schermen toch aan vervanging toe zijn, loont het de moeite om een vergelijkende analyse te bekijken en een aankoop te overwegen.

 

Is mijn werkgever verplicht dranken (water, koffie, thee) gratis ter beschikking te stellen voor de werknemers ?

Sluiten

De werkgever is altijd verplicht om water ter beschikking te stellen. Gewoon drinkbaar leidingwater kan volstaan.

In volgende gevallen moeten er extra dranken worden voorzien:
  • wanneer de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer het advies geeft om dranken ter beschikking te stellen. Ze moeten aangepast zijn in hoeveelheid, kwaliteit, temperatuur en aan het soort werk dat uitgevoerd wordt. De werkgever is in dit geval verplicht het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer op te volgen.
  • wanneer de klimatologische omstandigheden het vereisen.

Wat verstaan we onder klimatologische omstandigheden?

We spreken van koude omstandigheden wanneer werk moet worden verricht bij temperaturen lager of gelijk aan 5 °C. In dit geval is het verplicht om gratis warme dranken aan te bieden, zoals koffie, thee, soep, e.d.

Twee factoren bepalen dat maatregelen moeten genomen worden bij warme omstandigheden. Enerzijds de aard van het werk. Anderzijds de wettelijk vastgelegde maximumtemperaturen gemeten volgens de WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature):
  • zeer licht werk, ca. 90 kcl/h, maximum 30°C; (vb. secretariaatswerk)
  • licht werk, ca. 150 kcl/h, maximum 30°C; (vb. handenarbeid aan een tafel)
  • halfzwaar werk, ca. 250 kcl/h, maximum 26,7°C; (vb. staande arbeid)
  • zwaar werk, ca. 350 kcl/h, maximum 25°C; (vb. werken in de bouw).

In dergelijke warme omstandigheden moeten frisse dranken worden aangeboden:
  • zoals frisdranken, koude thee, water. Liefst koel maar niet echt ijsgekoeld. Mineraalwater of licht gekoeld leidingwater is het meest efficiënt (10-15°C);
  • het is aan te raden om regelmatig (om de 20 minuten) maar met kleine hoeveelheden te drinken (max. 150 ml).

Wat mag niet op de werkvloer?

  • Alcoholische dranken met meer dan 6% alcohol
  • Alcoholische dranken met minder dan 6% alcohol (vb. gewone pils) zijn wettelijk niet verboden, maar zijn ten zeerste af te raden omwille van de negatieve impact op de veiligheid en de productiviteit.
 

In hoeverre is een radio storend voor de bediende op het werk ? Kan de werkgever een spelende radio verbieden?

Sluiten

Het gaat hier over de radio als mogelijke bron van hinderlijk geluid en niet van schadelijk geluid. Het volume van de radio zal niet dusdanig zijn dat gehoorschade kan opgelopen worden, maar kan wel best storend gaan werken voor de collega’s.

Geluidshinder wil zeggen dat men zich er niet goed bij voelt en/of dat het de mate van functioneren beïnvloedt. Het zou best kunnen zijn dat de radio van je collega’s jou stoort in het concentreren of dat het je verhindert om goed te kunnen communiceren met anderen (collega’s, klanten aan telefoon, e.d.). De mate waarin geluid storend wordt, hangt van vele factoren af. We zetten er enkele op een rij:
  • Hoogte van het geluidsniveau?
  • Kan men het geluid zelf beheersen?
  • Draagt het geluid informatie in zich?
  • De relatie geluidsbron – werknemer
  • Is de radio onmisbaar?
  • Persoonlijke (in)gesteldheid
  • Werkmotivatie

Zo zal luide muziek eerder storend ervaren worden dan zachte achtergrondmuziek. Hoe meer concentratie je werk vraagt, hoe meer je het graag stil wil hebben rondom jou. Geluid met een vaste geluidssterkte wordt beter ervaren dan fluctuerend geluid; denk maar aan een radiopost waar om de paar minuten een luide reclameboodschap wordt doorgegeven. Is het een muziekgenre dat je zelf graag hoort, dan stoort je dat beduidend minder dan wat je misschien ‘ketellawaai’ pleegt te noemen. Het zal je ook minder hinderen wanneer je zelf het volume kan bepalen dan wanneer de muziek je wordt opgelegd.

Muziek kan best ook wel een positieve bijdrage leveren. Zo kan in een kantoor waar veel mensen bij elkaar zitten het hinderlijk geluid afkomstig zijn van de vele interne gesprekken (onderling, telefoon, ...). Achtergrondmuziek kan op dat moment de ‘storende’ informatie-inhoud van de gesprekken maskeren zodat het lawaai van deze gesprekken plots als minder hinderlijk wordt ervaren.

De keuze van een radio op een werkpost moet gebeuren in onderling overleg tussen de betrokken collega’s en berust op het ‘gezond verstand’. De werkgever (baas) zal hier vooral optreden als teamleader en zorgen voor een consensusoplossing die het midden houdt tussen de gevoeligheden van eenieder en de noden van het werk.

En ja, een werkgever kan dit verbieden, zoals hij ook het gebruik van radio via de pc of de consultatie van bepaalde websites kan verbieden of beperken.

De SABAM heeft onlangs zijn reglement aangepast en de werkgevers moeten vanaf 1 juli 2009 auteursrechten betalen voor muziek op de werkvloer, op kantoor, in de refter of op een bedrijfsfeestje. Voor deze datum moesten de bedrijven enkel auteursrechten betalen indien een radio speelde op plaatsen waar klanten komen.

Je mag verwachten dat vanaf heden de meeste werkgevers een verbod zullen instellen om nog naar de radio te luisteren op de werkvloer. 
 

Wat is de ideale temperatuur om in te werken?

Sluiten

"Tussen mijn collega's en mij is het vaak een strijd voor de airco. Zij vinden het altijd te koud, ik altijd te warm. Wat is de ideale temperatuur om in te werken?"

ANTWOORD 

Eerst en vooral dit: er bestaat geen ideale temperatuur. Iedereen ervaart temperatuur immers anders. Wel zijn er een aantal richtlijnen.

Meestal wordt er gewerkt met een index voor thermisch comfort, waarvan de meest bekende de PMV-PPD index is. Dit staat voor Predicted Mean Vote - Predicted Percentage of dissatisfied.
Op kantoor moet je rekening houden met het volgende:

  • De luchtsnelheid mag niet hoger liggen dan 0,15 m/sec in de winter en 0,20 m/sec in de zomer.
  • De relatieve luchtvochtigheid moet bij voorkeur tussen de 45 en 55% liggen. De situatie buiten speelt hierbij een belangrijke rol.

Als deze twee parameters in orde zijn en de temperatuur ligt tussen de 22 en 24°C, stellen we vast dat er veel minder klachten zijn over te warm of te koud.
We herinneren er echter aan dat:

  • Bij het berekenen van de thermische index er ook rekening wordt gehouden met de fysieke activiteit en de gedragen kleding.
  • Een installatie voor airconditioning regelmatig en grondig onderhouden moet worden. 
De inhoud van deze tekst heeft een louter informatief karakter. De lezer kan geen rechten ontlenen aan deze tekst.
 

Is het beter op een zitbal te zitten dan op een gewone bureaustoel?

Sluiten

“Ik heb mij laten vertellen dat je beter een hele dag op een zitbal zit in plaats van een stoel als je last hebt van je rug. Klopt dit? En kan ik dan aan mijn baas vragen dat hij zo’n zitbal voor mij koopt?”

ANTWOORD

 

Het gebruik van een zitbal wordt aangeprezen als het ideale zitmeubel voor de rug. Het zou de gebruiker verplichten om een correcte houding aan te nemen. Het blijft echter controversieel. We moeten een aantal kritische bemerkingen maken.


Een zitbal leidt tot een correcte zithouding?
Je kunt inderdaad een juiste zithouding aannemen op een zitbal, maar je kunt evengoed in een verkeerde 'doorgezakte' houding gaan zitten. Eigenlijk kan je maar op één manier correct op een zitbal zitten. Afwisseling van houding wordt bijna onmogelijk.

Wil je in een juiste houding op een zitbal zitten, dan zal je een actieve inspanning moeten leveren om die houding te handhaven. Daar is op zich niets mis mee maar de doorsnee gebruiker zal dit geen hele dag uithouden.


Wij hebben immers nood aan de mogelijkheid om onze rug passief te laten ondersteunen en daarvoor is een rugzitting onontbeerlijk. Vergeet ook niet dat een zitbal een vaste hoogte heeft en dus niet in de hoogte verstelbaar is, tenzij je er eentje op jouw maat laat maken.


Zal een zitbal meer uitnodigen tot beweging?
Misschien wel, dat zal vooral afhangen van je werktaak en van de mate van concentratie die je nodig hebt.  


Een zitbal laat toe om gymnastiekoefeningen te doen aan je bureau, maar is dat ideaal?
Wij denken dat het beter is om een goede bureaustoel te hebben die je rug goed ondersteunt en die een dynamische zithouding toelaat en dit in combinatie met de raad om regelmatig te bewegen, lees: opstaan en rondstappen.

Even weg van je beeldschermwerkpost (koffie halen, met een collega spreken, naar de printer lopen) doet andere spieren werken en zorgt even voor een mentale ontspanning.

 



Conclusie
Kortom, een zitbal is een leuk supplement maar kan geenszins een klassieke bureaustoel vervangen. Een zitbal is geschikt om te gebruiken gedurende een beperkte tijd maar niet gedurende een hele werkdag.


Je kunt altijd vragen aan je baas om er één te kopen, maar je kunt het niet eisen. Hou er rekening mee dat een zitbal niet voldoet aan de minimumeisen van een bureaustoel zoals die door de wetgever worden opgelegd.

 

De inhoud van deze tekst heeft een louter informatief karakter. De lezer kan geen rechten ontlenen aan deze tekst. 

 

Hoe maak ik mijn collega op een niet-kwestende manier duidelijk dat hij onaangenaam ruikt?

Sluiten

"Een collega, waar ik heel goed en nauw mee samenwerk, heeft een probleempje waar ik me een beetje aan stoor. Hij ruikt namelijk niet aangenaam. Ook andere collega's hebben er al over geklaagd en bij sommigen heeft hij al een bijnaam. Hoe maak ik hem dit duidelijk zonder hem te kwetsen, want zoals gezegd is het een fijne collega."

ANTWOORD 

Het is niet eenvoudig om op een goede manier een delicate boodschap over te brengen. Er zijn enkele tips die je kunnen helpen opdat de boodschap op een eerlijke manier wordt overgedragen.

Eerst en vooral kan je proberen om een goede relatie op te bouwen met deze persoon. Zorg dat er een goed contact is tussen jullie beiden, zodat de impact van de boodschap beter aankomt.

Kies zelf het moment uit wanneer je erover wilt praten, wacht niet tot het juiste moment komt want dat zal er nooit komen.

Bereid je gesprek zeker voor aan de hand van de hieronder gegeven tips. Je kunt best even nadenken en alles op een duidelijke manier formuleren.

Tips:

  • Praat enkel over de situaties die je zelf hebt ervaren: begin de situatie of het gedrag te omschrijven in je eigen woorden en spreek altijd in de ik-vorm.
  • Probeer zo specifiek mogelijk te zijn: richt je op duidelijke gedragingen en situaties en vermijd algemeenheden en vage bewoordingen. Hou het in het hier en nu en ga niet in de voorwaardelijke wijs spreken (als dan).
  • Het is zeker niet de bedoeling om de persoon in kwestie te bekritiseren, daarom houden we ons enkel bij het concreet gedrag of de ervaren situatie en niet de persoon.
  • Vertel vervolgens wat het effect hiervan is op jezelf of jouw situaties : de persoon is zich meestal niet bewust dat jij er last van zult hebben. Vertel hem hoe jij je er bij voelt, niet hoe je erover denkt of wat je oordeel erover is.
  • Kijk samen hoe je deze situatie in de toekomst kan veranderen: probeer samen een oplossing te vinden.

De inhoud van deze tekst heeft een louter informatief karakter. De lezer kan geen rechten ontlenen aan deze tekst.

 

Wat kan je doen tegen hoofdpijn omwille van beeldschermwerk?

Sluiten

"Ik zit 8 uur per dag achter mijn pc en ik heb daardoor elke dag last van hoofdpijn. Wat kan ik doen en moet mijn baas een speciaal scherm voorzien?"

ANTWOORD

Spanningshoofdpijn
Hoofdpijn is een ruim begrip en behelst verschillende vormen. Als wij jouw vraag bekijken dan zal het voornamelijk gaan om spanningshoofdpijn.

De redenen waarom iemand spanningshoofdpijn kan krijgen zijn zeer uiteenlopend maar hebben te maken met een overdreven spierspanning in de nek en schouderregio. Zowel overbelasting van het bewegingsapparaat als van het visuele systeem kunnen aan de bron liggen, maar evenzeer een mentale overbelasting ten gevolge van de werkdruk kan hiervan de oorzaak zijn.

Inrichting van de werkplek
De inrichting van de werkplek speelt een belangrijke rol. Volgende raadgevingen kunnen helpen bij het beheersen van de belasting:

  • Recht voor het scherm en toetsenbord zitten
  • Correct zitten en ontspannen werkhouding aannemen
  • Beeldscherm op de goede hoogte plaatsen
  • Minimale afstand tussen ogen en scherm respecteren (min 50 cm voor 14 inch scherm)
  • Zorgen voor een stabiel beeld op het scherm (nakijken of de verversingsfrequentie wel ingesteld staat op minimum 70 Hz)
  • Vermijden van lichtweerkaatsingen op het scherm
  • Gebruik van bril indien nodig (vraag doktersadvies)

Materiaal
Zelden zal het scherm de oorzaak zijn van de klachten, het probleem ligt eerder bij het verkeerd gebruik en opstellen van het materiaal. Het gebruik van een beeldschermfilter is slechts gerechtvaardigd indien weerkaatsingen op het scherm niet kunnen verholpen worden door een zonnewering of verandering van stand ten opzichte van de kunstmatige verlichting. Indien dit niet het geval is kan het gebruik van een beeldschermfilter de belasting op het visueel systeem verhogen doordat de kwaliteit van helderheid en contrast daalt.

Conclusie
Tracht in ieder geval je werk zo te organiseren dat je niet 8 uur achter elkaar pc-werk doet. Gebruik de middagpauze om even buiten een wandeling te maken, dit zal je gezondheid te goede komen.

De inhoud van deze tekst heeft een louter informatief karakter. De lezer kan geen rechten ontlenen aan deze tekst.

 

Is mijn werkgever verplicht om een laptopverhoger te voorzien?

Sluiten

"Vroeger werkte ik aan een desktopcomputer, maar een tijdje geleden maakte ik promotie en nu werk ik op een laptop. Na een week of drie had ik al last van mijn rug. In een poging om mijn zithouding te verbeteren heb ik nu een stapel telefoonboeken onder mijn computer gelegd, zodat ik tenminste recht kan zitten. Maar een permanente oplossing kan je dat bezwaarlijk noemen. Vandaar mijn vraag: Is mijn werkgever verplicht om een laptopverhoger te voorzien?"

ANTWOORD

De werkgever is er wettelijk toe gehouden om de ergonomische belasting, die kan ontstaan bij beeldschermwerk, te voorkomen. Een draagbare computer is bedoeld om op verplaatsing mee te nemen en tijdelijk te gebruiken. Het is een bekend fenomeen dat werknemers een laptop ter beschikking krijgen en die eigenlijk als desktop gebruiken. Meer dan 2 uur per dag werken aan een laptop verhoogt in belangrijke mate de kans op het ontstaan van overbelastingsletsels aan nek, schouders, polsen, …

Om zo comfortabel mogelijk voor een computerscherm te werken moeten er enkele basisregels in acht worden genomen.

  1. Zet je recht voor het scherm en het toetsenbord (probeer te vermijden dat je je nek of wervelkolom moet draaien).
  2. Stel het zitvlak van de stoel in op de juiste hoogte, zodat de ellebogen zich ter hoogte van het werkvlak bevinden en de onderarmen op datzelfde werkvlak rusten.
  3. Ga in die positie (“juiste hoogte”) na of je voeten op de grond staan (indien niet, gebruik dan een voetsteun).
  4. Plaats het toetsenbord op een afstand van 10 tot 15 cm van de rand van het werkvlak, om ervoor te zorgen dat je onderarmen optimaal worden ondersteund.
  5. Hou je ogen (voor een scherm van maximaal 14 inch) op de ideale afstand van 50 tot 70 cm van het scherm, zodat je de weergegeven karakters vlot kan lezen.
  6. Plaats het scherm op de juiste hoogte in verhouding tot je ogen (de schermregel moet zich ter hoogte van je ogen bevinden), om voorwaartse (te laag geplaatst scherm) of achterwaartse (te hoog geplaatst scherm) buigingen die nekpijn kunnen veroorzaken, te voorkomen.

Wanneer je met een draagbare computer (laptop) werkt, bestaat het probleem erin dat het onmogelijk is om tegelijkertijd regels 4, 5 en 6 na te leven. Het toetsenbord en het scherm zitten immers aan elkaar vast.

Je kan het toetsenbord op de juiste afstand plaatsen, maar dan zal het scherm te dichtbij en altijd te laag staan!

Of je kan het scherm op de juiste afstand en hoogte plaatsen (door de draagbare computer op een verhoging te plaatsen), maar in dat geval staat het toetsenbord te ver en te hoog!

Voor dit probleem is er maar één ergonomische oplossing:

  • sluit een extern toetsenbord aan op je draagbare computer,
  • sluit een extra pc muis aan. (De belasting van de armspieren is dan veel lager dan bij het gebruik van de touchpad of pointing stick van de laptop)
  • plaats je computer op een in de hoogte verstelbare houder, waarmee je het vlakke scherm op de juiste afstand en hoogte kan plaatsen.

Het gebruik van een toetsenbord, pc muis en een steun (verhoger) voor draagbare computers is aanbevolen wanneer je niet over een andere computer beschikt, en deze laptop regelmatig meer dan twee uur per dag gebruikt.

 

Kan te droge lucht op kantoor schadelijk zijn voor mijn gezondheid?

Sluiten

"De lucht op het kantoor waar ik werk is aan de droge kant, om niet te zeggen droog. Kan te droge lucht op kantoor eigenlijk schadelijk zijn voor mijn gezondheid?"

ANTWOORD

De lichamelijke klachten die vaak gerelateerd worden aan droge lucht, zijn irritaties van de slijmvliezen in de neus, keel en ogen. Vaak zijn het contactlensdragers die als eerste reageren wanneer de luchtvochtigheid op kantoor te laag is. Deze klachten verdwijnen ook wanneer de luchtkwaliteit in de omgeving verbetert of wanneer de persoon de werkomgeving met te droge lucht verlaat; de slijmvliezen herstellen zich dan geleidelijk aan. Onderzoeken in Nederland (2005) hebben wel aangetoond dat de luchtvochtigheid zeer laag mag gaan alvorens er lichamelijke klachten optreden. Men spreekt hier zelfs over 15% relatieve luchtvochtigheid (de Belgische wetgeving schrijft tussen 40% en 70% relatieve luchtvochtigheid voor) op voorwaarde dat er voldoende verse luchttoevoer is (>35 m3 per uur per persoon) én dat er geen vervuilingsbronnen aanwezig zijn.

Dit brengt ons bij het feit dat klachten over droge lucht niet volledig gerelateerd zijn aan de relatieve luchtvochtigheid in het kantoor, maar ook het gevolg zijn van de aanwezigheid van verontreinigingen en stof in de lucht.

Het is dus uiterst belangrijk de binnenluchtkwaliteit optimaal te houden. In eerste instantie moet men vermijden om verontreinigingbronnen in de ruimte te hebben: kopieermachines en veel gebruikte laserprinters kunnen best in een aparte, voldoende verluchte ruimte geplaatst worden.

Het spreekt ook voor zich dat het schoonmaakonderhoud van de ruimten in orde dient te zijn, dat vloer- en werkoppervlakken zoveel mogelijk leeg moeten gehouden worden en dat afsluitbare kasten de voorkeur genieten boven open kasten.

Tot slot vermelden we nog dat de ruimtetemperatuur best niet té hoog is (+/- 21°C) en dat de ruimte zoveel mogelijk geventileerd moet worden (minimaal 30 m3 verse lucht per uur en per persoon). Kies bij voorkeur natuurlijke ventilatie, zoals het openen van ramen.

 

Mijn zwangerschap maakt me moe. Mag ik in de namiddag een extra rustpauze nemen?

Sluiten

"Ik ben drie maanden zwanger en heb redelijk wat last van de typische zwangerschapssymptomen. Dat betekent dat ik in de namiddag vaak erg moe ben en mij even terugtrek om te rusten. Nu hoor ik dat men daar moeilijk over doet. Kan mijn baas mij dit verbieden of er mij voor sanctioneren?"

ANTWOORD

Zodra je weet dat je zwanger bent en je je werkgever officieel op de hoogte heb gebracht, kan hij je naar de arbeidsgeneesheer sturen. In functie van het werk dat je uitoefent, zal deze laatste je adviezen geven. Deze adviezen hebben als doel te verhinderen dat je als zwangere blootgesteld zou worden aan schadelijke invloeden ten gevolge van je werk. Jouw baas is ervoor verantwoordelijk dat deze adviezen correct worden opgevolgd.

Daarnaast zijn er de ongemakken gelinkt aan de zwangerschap. Hierover zal je gynaecoloog of behandelende arts oordelen of je al dan niet kan blijven verder werken. Indien hij oordeelt dat dit niet kan, zal hij je ziek schrijven. Zo niet, kan je werkgever ervan uitgaan dat je het werk aankan.

Wanneer je dus een pauze neemt die niet door de arbeidsgeneesheer werd aanbevolen, kan de werkgever je hiervoor terechtwijzen.

 

Hoe moet ik omgaan met het opvliegende karakter van mijn collega?

Sluiten

"Mijn collega heeft een opvliegend karakter. Wanneer er iets foutloopt, begint hij meteen te vloeken, en wanneer ik iets doe dat niet geheel naar zijn zin is, dan begint hij tegen me te roepen en scheldt hij me de huid vol. Toch denk ik dat hij dat zelf niet altijd helemaal doorheeft. Wat kan ik daartegen doen? Hoe ga ik daarmee om?"

ANTWOORD

Dat je collega vaak geprikkeld reageert ten opzichte van jou of anderen is natuurlijk niet fijn. Het kan jou een onaangenaam gevoel geven en dat kan uiteraard de bedoeling niet zijn.

Je kan je afvragen of je collega zich steeds zo gedragen heeft ten opzichte van jou, of dat je pas recent veranderingen hebt opgemerkt. Misschien is zijn opvliegend gedrag slechts tijdelijk en heeft het bijgevolg in se niets te maken met de aard van zijn karakter. Zijn opvliegend gedrag en zijn prikkelbaarheid kunnen ook tijdelijk zijn als een gevolg van bijvoorbeeld problemen thuis, stress op het werk,…

Probeer erover te praten!

In beide gevallen, of het om een tijdelijk gedrag gaat of indien jouw collega steeds opvliegend is, kan een eerste aanpak zijn dat je zelf een gesprek aanknoopt. Enkele vuistregels die je best in acht neemt voordat je je collega uitnodigt voor een gesprek :

  1. Je knoopt best een gesprek aan met je collega op een rustig moment. Je kiest een moment uit waarop geen van beiden gehaast is, zodat het gesprek niet nodeloos onderbroken moet worden.
  2. Praat niet over het probleem met je collega wanneer je zelf in een slechte bui bent.

Tijdens het gesprek is het belangrijk dat je concreet tracht te zijn. Je kan aan de hand van enkele feiten (vb wanneer je collega geprikkeld gereageerd heeft) aangeven wat je precies bedoelt. Probeer dat te doen op een constructieve manier. Dat houdt onder meer in dat je spreekt in termen van gedrag in plaats van in termen van karakter (vb “ik voel me niet goed wanneer je roept tegen mij zoals toen die dag dat je…” in plaats van “ik ben je opvliegendheid beu”). Je kan daarbij aangeven welk gevoel dat bij je opwekte op dat concrete moment.

Tracht steeds rustig te blijven en geef aan dat het niet je collega zelf is met wie je een probleem hebt, maar wel met zijn gedrag waardoor je soms een onaangenaam gevoel krijgt. Wanneer je collega geagiteerd raakt tijdens jullie gesprek, kan het beter zijn dat je voorstelt aan hem om het nu even laten te laten rusten, maar dat jullie later het gesprek terug kunnen opnemen. Geef je collega in elk geval voldoende ruimte en tijd. Jouw opmerkingen kunnen voor hem immers heel onverwacht komen en wellicht weet hij niet goed hoe hij hierop moet reageren.
Probeer af te sluiten met concrete afspraken. Een voorbeeld kan zijn dat indien zich nog eens een situatie voordoet waarbij hij je een onaangenaam gevoel geeft, dat je hem dan een klein seintje geeft.

Als het je niet aangewezen lijkt om zelf een gesprek te voeren met je collega, dan kan je naar je leidinggevende gaan om het probleem te bespreken en om zijn interventie te vragen. Hij zou bijvoorbeeld een bemiddelend gesprek kunnen voeren tussen jullie beiden.

Je kan je ook tot een vertrouwenspersoon richten

Een andere mogelijkheid kan zijn dat je je richt tot een vertrouwenspersoon (indien er een aangewezen is binnen jouw onderneming). In eerste instantie komt deze persoon tussen in kader van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag. De persoon kan je echter ook helpen met betrekking tot jouw problematische situatie op het werk. De persoon kan voorstellen om te bemiddelen tussen jou en je collega of de vertrouwenspersoon kan je ook louter advies geven of naar je luisteren. De regel hier is dat de vertrouwenspersoon niets onderneemt totdat je hem/haar hiervoor uitdrukkelijk de toelating geeft.

 

Ik krijg steeds de saaie werkjes toegestopt. Wat moet ik doen?

Sluiten

"Ik verveel me op het werk. Mijn baas geeft me nooit interessante opdrachten, enkel de saaie dingen. Wat kan ik doen?"

ANTWOORD

Je verveelt je op het werk. Je zegt dat je geen interessante opdrachten krijgt van je baas. Vooreerst is het belangrijk om voor jezelf uit te maken of je niet verveeld zit in je job. Wanneer je een geruime tijd binnen éénzelfde bedrijf of dienst werkt, kan de sleur toeslaan. Je kan dan het gevoel krijgen dat je onbeduidende en saaie prestaties levert. De job van een collega zal dan wellicht een stuk aantrekkelijker lijken dan ze in werkelijkheid is. Wees daarom in ieder geval zeker dat je niet gewoon nood hebt aan een nieuwe uitdaging binnen je job.

Met je baas op zoek naar een gevarieerder takenpakket

Wanneer blijkt dat je inderdaad op zoek bent naar een nieuwe uitdaging, naar interessantere opdrachten en taken, kan je dit aankaarten bij je baas. Een onderling gesprek met je baas waarin je vraagt naar een uitdagender takenpakket, kan een eerste stap zijn naar een oplossing.

Het is immers mogelijk dat je baas de taken in zijn afdeling routinematig verdeelt, zonder rekening te houden met de individuele voorkeuren van zijn medewerkers. Indien je baas niet op de hoogte is dat je jouw taken saai vindt, zal hij ervan uit gaan dat je tevreden bent over de huidige taakverdeling. Een eerste stap in de goede richting kan hierbij zijn dat je aangeeft aan je baas dat jouw taken geen uitdaging meer voor je zijn. Je kan vertellen welke taken voor jou persoonlijk wel interessant zijn en een ware uitdaging zouden kunnen vormen. Misschien komen jullie op die manier samen tot een compromis over een gevarieerder takenpakket.

Het zou natuurlijk ook kunnen dat er momenteel geen mogelijkheden zijn om jouw andere taken toe te wijzen. Misschien ben jij wel de enige persoon op de dienst met de juiste vaardigheden om de saaiere, meer ingewikkelde dossiers op een correcte manier af te handelen. Mogelijkerwijze heb je ook nog niet voldoende vaardigheden of scholing om bepaalde andere taken op jou te nemen. Het zou ook kunnen dat in jouw functieomschrijving slechts enkel die « saaiere » taken beschreven staan, waardoor jij enkel bevoegd bent voor het uitvoeren van die welbepaalde taken. Indien dit het geval is, weet je dan toch op zijn minst al waarom je baas de opdrachten op deze manier verdeelt en weet je waar je aan toe bent. Indien je merkt dat je weinig perspectieven hebt op een interessantere job in de toekomst, kan je bijvoorbeeld overwegen een opleiding te volgen waardoor je kansen op het verkrijgen van een ander takenpakket of een andere job vergroten.

Wat als je baas je bewust de saaiste taken geeft?

In zijn functie als leidinggevende heeft je baas natuurlijk de mogelijkheid te beslissen over de taakverdeling in zijn dienst. Hij kan acties en beslissingen nemen in het belang van de dienst zonder dat er sprake is van grensoverschrijdende gedragingen. In uitzonderlijke gevallen kan het ook zijn dat je baas jou bewust de vervelendste taken geeft om jou te benadelen. Wellicht zal hij in dat geval ook andere gedragingen stellen die jou schaden en dan passen zijn onrechtmatige gedragingen binnen een groter kader. Je kan je baas hierover aanspreken. Als je een gesprek plant met je baas om hierover te spreken, tracht dit dan op een rustig moment te doen. Probeer ook in ik-boodschappen te spreken in plaats van jij-boodschappen. Je kan bijvoorbeeld zeggen ‘Ik heb het gevoel dat ik steeds dezelfde taken krijg en dat andere collega’s interessantere taken mogen uitvoeren” in plaats van “Jij geeft mij altijd de saaiste, meest vervelende opdrachten”.

Indien dit gesprek met je baas niet tot een oplossing leidt, of indien je toch geen gesprek wenst aan te gaan met je baas, kan je in dit kader ook beroep doen op de vertrouwenspersoon binnen je bedrijf (indien er één werd aangesteld). De vertrouwenspersoon kan je hulp, advies en opvang bieden. Indien je dit wenst, kan de vertrouwenspersoon ook een bemiddeling organiseren tussen jou en je baas om zo tot een oplossing te komen.

Tot slot is het mogelijk dat je ten rade gaat bij de preventieadviseur-psychosociale aspecten van de interne of externe dienst voor Preventie en Bescherming. Samen met hem kan je zoeken naar de beste oplossing voor jouw specifieke situatie.

 

Mijn collega babbelt te veel. Wat kan ik doen?

Sluiten

"Mijn directe collega is een grote babbelaar. Hij doet niets liever dan zijn leven tot in de details te vertellen. Hij maakt het mij soms moeilijk om door te werken. Anderzijds is hij heel vriendelijk en ik krijg het niet over mijn hart om hem te zeggen dat hij te veel babbelt. Wat moet ik doen? "

ANTWOORD

Hoewel informele contacten met collega’s doorgaans een goede sfeer en werkmotivatie bewerkstelligen, kan een babbelzieke collega de goede gang van zaken op het werk ook in de weg staan. Enerzijds worden je concentratie en aandacht telkens verstoord, anderzijds kunnen onschuldige praatjes makkelijk uitmonden in minder onschuldige roddels en gangmakerij, die meestal een nefaste invloed hebben op de onderlinge solidariteit en teamgeest. Hoe kan je hier best mee omgaan?

Subtiele hints

In de eerste plaats kan je je collega met subtiele hints tot stilzwijgen proberen te verleiden, door bv. weinig of niet te reageren op wat hij/zij vertelt, na verloop van tijd zal de onvermoeibare maar opmerkzame retor wel begrijpen dat je het gesprek wenst te beëindigen. Een andere tactiek bestaat erin het gesprek zelf actief af te ronden, bv. met een kort besluit of afspraak zoals “houd mij op de hoogte”, “we zullen zien hoe de zaken evolueren” of met een nietszeggende boutade.

Duidelijkere signalen

Indien dergelijke subtiele signalen niet werken, moet je je boodschap duidelijker verwoorden. Probeer op een vriendelijke en respectvolle manier duidelijk te maken dat je het gesprek moet afronden want moet doorwerken. Indien je merkt dat je reactie niet in goede aarde valt, kan je eventueel de pil wat vergulden door te melden dat je gesprek graag zou verderzetten maar dat je planning het eenvoudigweg niet toelaat aangezien je nog heel wat werk voor de boeg hebt. Indien je dat wenst, kan je ook voorstellen het gesprek tijdens de middagpauze verder te zetten.

Confrontatie

Wanneer je onvermoeibare retor van het hardnekkige type is en je boodschap echt niet lijkt door te dringen, kan je de persoon in kwestie best even apart nemen en op correcte maar kordate wijze aangeven dat je het soms moeilijk hebt om door te werken als een gevolg van zijn/haar spraakzaamheid. Formuleer je zin zodanig dat je hem zelf ook niet als aanstootgevend zou ervaren mocht iemand jou zo aanspreken en gebruik "ik"-boodschappen. Zeg niet "het is onmogelijk om je te concentreren als jij steeds babbelt", maar zeg eerder "ik heb het moeilijk om me te concentreren als er gepraat wordt in het lokaal". Blijf deze boodschap ook consequent herhalen telkens je dit probleem ervaart en vergeet niet de daad bij het woord te voeren wanneer je zegt dat je nu geen tijd hebt en moet doorwerken.

Gesteld dat je onvermoeibare retor een onvervalste roddelaar is en je het vooral moeilijk hebt met de inhoud van zijn/haar vertelsels, kan je het probleem eventueel ook aankaarten bij de vertrouwenspersoon of preventieadviseur psychosociale aspecten die beiden een adviserende en bemiddelende rol kunnen spelen bij conflicten tussen collega’s of bij incidenten van pesten, geweld en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

 

Op hoeveel beweegruimte heb ik recht op kantoor?

Sluiten

“Ik werk in een kantoor van ongeveer 100 vierkante meter, net zoals mijn 19 collega's. Zoveel mensen op zo'n kleine oppervlakte, dat kan toch niet gezond zijn, nietwaar?”

ANTWOORD

De Belgische wetgeving stelt dat iedere werknemer over een werkelijke ruimte van 10 m³ en over een vrije oppervlakte van 2 m² (zonder meubilair) moet kunnen beschikken. De afmetingen van het vrije,ongemeubileerde oppervlak moeten zodanig worden berekend dat het personeel over voldoende bewegingsruimte beschikt.

Alles hangt af van de interpretatie van de oppervlakte die je opgeeft: Indien het 100m² vrije oppervlakte betreft dan voldoet men zeker aan de wettelijke vereisten, u beschikt dan immers over 5 m² vrije oppervlakte per persoon. Of je op een comfortabele manier kan werken hangt af van de inrichting van de werkplaats. De Belgische wetgeving geeft geen minimumafmetingen op voor een werktafel. Ter illustratie vind je hier enkele richtlijnen zoals die gehanteerd worden in de Nederlandse norm NEN 1824:

  • Minimumoppervlakte voor medewerkers: 4 m² voor iedere werkplek die gewoonlijk langer dan 2 uur per dag wordt gebruikt, inclusief kantoorwerkstoel en circulatieruimte op de werkplek.
  • Minimumoppervlakte voor de kantoorwerktafel: 1 m² voor een werkplek met een plat beeldscherm, 2 m² voor een werkplek met CRT-beeldscherm, 1 m² voor een lees/schrijfvlak, 2 m² voor een vlak voor tekeningen.
  • Minimumoppervlakte voor de kasten: 1 m² voor elke kast.
  • Minimumoppervlakte voor de vergadermogelijkheden: 2 m² per persoon.

Indien het echter om een werkelijke oppervlakte gaat van 100m² dan zit je met een probleem. Want dan zou dit willen zeggen dat je slechts over 1 m² oppervlakte beschikt om zowel bureaustoel als werktafel te plaatsen. Dit is uiteraard onmogelijk. Werken in zo een klein kantoor kan niet!

 

Hoe ga ik om met het geroddel van collega's?

Sluiten

"Mijn collega's zitten niet om een roddel verlegen. Meestal gaat het om een onschuldig grapje, maar steeds vaker vind ik wat ze zeggen over andere collega's ronduit grof. Hoe ga ik om met hun geroddel?"
 
 
ANTWOORD
Het is heel normaal dat er tussendoor op het werk wel eens gepraat wordt en dat die gesprekken niet altijd over het werk gaan. De boog kan niet altijd gespannen staan en een praatje met collega’s tijdens de middag of koffiepauze werkt een ontspannen en gemoedelijke sfeer op het werk in de hand.

Maar wanneer onschuldige praatjes en grappen plaats ruimen voor roddels en kwetsende opmerkingen kan dit soms verregaande gevolgen hebben voor de betrokkenen en voor de sfeer binnen de groep. Roddels gaan dikwijls een eigen leven leiden en kunnen na verloop van tijd de positie en betrekking van het slachtoffer in gevaar brengen. Bovendien kunnen roddels ook een eerste aanzet zijn tot pesten of grensoverschrijdend gedrag op het werk. Roddels zijn dus niet zonder gevaar en zelden vrijblijvend.

Hoe vermijd je dat er geroddeld wordt?

Soms kan het vroegtijdig in de kiem smoren van roddels het uit de hand lopen van de situatie vermijden. Hier kunnen de leidinggevenden een belangrijke rol vervullen: het is van belang dat zij een duidelijk standpunt innemen en kenbaar maken dat roddelen over collega’s op de werkvloer niet door de beugel kan. Daarnaast dient elke werknemer hier een steentje bij te dragen en is het aangewezen zich te onthouden van roddelen op de werkvloer.

Anderzijds is enig relativeringsvermogen en gezond verstand hier aangewezen: een onschuldige grap moet kunnen. En soms beseft een grappenmaker niet dat een ander aanstoot neemt aan een grap of opmerking.
Daarom is het belangrijk steeds zelf je grenzen aan te geven wanneer iemand deze overschrijdt. Dikwijls zal dit volstaan om het ongewenste gedrag een halt toe te roepen.

Wat als je met roddels te maken krijgt?

Als je toch met roddels geconfronteerd wordt, doe je er best aan hieraan niet deel te nemen en rustig aan te geven dat je liever niet over andere collega's praat wanneer ze er zelf niet bij zijn. Wees ook op je hoede voor verhalen die je “via-via” verneemt, vertel deze zeker niet door aan anderen en benader deze met een gezonde dosis scepsis. Indien het verhaal verband houdt met het werk of met jou persoonlijk, ga dan eventueel bij de betrokkene zelf na of het verhaal steek houdt, voordat je je conclusies trekt.

Indien je merkt dat een collega mikpunt wordt van roddels en zwaar gebukt gaat onder de situatie, kan je de persoon steeds doorverwijzen naar de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur ‘psychosociale aspecten op het werk’. Hier kan men steeds terecht om zijn verhaal te doen, voor raad en advies en eventueel ook voor een bemiddeling tussen de betrokken partijen.
 

 

Is veel bellen met mijn gsm slecht voor mijn gezondheid?

Sluiten

Op mijn werk moet ik altijd bereikbaar zijn. Iedereen contacteert mij dus via mijn gsm en dat neemt dagelijks een hele periode in beslag. Vroeger werd er gezegd dat het ongezond zou zijn om veel te bellen met een gsm door de golven die het uitstraalt. Is dit nog steeds zo of is de technologie op dat gebied de laatste jaren verbeterd?

ANTWOORD

Gsm’s gebruiken elektromagnetische golven om met de mobiele telefoonnetwerken in contact te treden. Die netwerken zijn toegankelijk voor het publiek en functioneren dankzij bijzondere elektromagnetische golven: microgolven. Die golven zijn dezelfde als de golven die gebruikt worden in microgolfovens. De krachten van de golven zijn echter totaal verschillend. De microgolfoven werkt met een kracht tussen 750 en 1000 Watt, terwijl een gsm slechts een kracht heeft van maximaal 1 à 2 Watt.

Microgolven zijn bekend voor hun thermische effect: ze verwarmen de stof rondom via hetzelfde principe als bij microgolfovens. Gsm’s zenden ook microgolven uit, zelfs vlak langs het gezicht en het hoofd. Daarom wordt er dikwijls de vraag gesteld of hun gebruik gevaarlijk is. Bovendien werd die vraag enkele jaren geleden nog pertinenter door de publicatie van artikels die het gebruik van de gsm aansprakelijk stelden voor de mogelijke uitbreken van hersentumors.

Wat is er nu van waar?

De maximale kracht van een gsm ligt tussen 1 à 2 Watt. Bij normaal gebruik in een stad wordt die kracht gewoonlijk niet bereikt. Daar is de gemiddelde afstand tussen de gsm en de antennes namelijk minder lang. De kracht is daarom dikwijls beperkt tot 0,2 tot 0,5 Watt. Bovendien sturen gsm’s heel weinig stralen uit wanneer men niet telefoneert en wanneer de gsm’s in stand-by staan. Specialisten gaan er daarom van uit dat de gemiddelde kracht maximum tussen 0,125 en 0,25 Watt ligt.

Volgens studies wordt het elektromagnetisch veld dat de gsm uitstraalt, slechts voor 30 tot 50% geabsorbeerd door het hoofd. Studies tonen dus aan dat een zekere verwarming van het oor, het gezicht en het hoofd theoretisch mogelijk is. Maar dat effect wordt gedeeltelijk begrensd door 2 elementen: de bloedsomloop verspreidt de temperatuurstijging en de schedelbeenderen beperken de actie van de hersenen. Overigens staat het verband tussen de opwarming die de golven veroorzaken en het voorkomen van kanker, op wetenschappelijk niveau, helemaal nog niet vast.

De recentste studies zijn uitgevoerd op een groot aantal personen. Zij bevestigen niet dat er risico’s verbonden zijn aan het gsm-gebruik. Toch geven de betreffende specialisten doorgaans de raad om niet voortdurend een mobiele telefoon te gebruiken en om het dagelijks gebruik te beperken tot een redelijke termijn. Volgens hen is dat ongeveer 2 uur per dag. Die raadgevingen worden gegeven omdat er een theoretische mogelijkheid bestaat dat de temperatuur bij het hoofd en de hersenen verhoogt. Maar hersenen hebben een lange periode van blootstelling nodig.

 

Mag er nog gerookt worden op de werkvloer?

Sluiten

Hier op het werk wordt er in de gangen en op de trappen veel gerookt. Dat blijkt ook de bedoeling want daar staan assenbakken. Kan hier in deze tijd van rookvrije publieke ruimten geen verbetering in komen? Mag roken op het werk eigenlijk nog wel?"

Deze vraag kadert in de materie opgenomen in het Koninklijk besluit van 19 januari 2005 dat de bescherming van de werknemers tegen tabaksrook regelt.

Dankzij dit besluit hebben werknemers, vanaf 1 januari 2006, het recht om over rookvrije lucht te beschikken in alle ruimten waar ze tewerkgesteld worden. Vroeger was het de werkgever die maatregelen trof om het roken op de werkvloer te beperken.

Onder die ruimten verstaan we het geheel aan lokalen waar de werknemer toegang toe heeft in het kader van zijn werk: de inkomhal, de traphal, de lift, de communicatielokalen, de gang, en de gesloten parkings.

Rookgedrag zal dus op die plaatsen niet meer getolereerd worden.

De werkgever mag nog wel een rooklokaal inrichten, hij is echter niet verplicht dit te doen. Indien hij een dergelijke ruimte voorziet, moet een voorafgaande raadpleging met het preventiecomité plaatsvinden.

De werkgever kan bovendien ook hulpprogramma's opstellen om de rokers van hun slechte gewoonte af te helpen.

Het doel blijft echter: de werknemers een gezonde werklucht garanderen.

 

Hebben planten een zuiverende werking op de werkomgeving?

Sluiten

"Ik heb onlangs gelezen dat de luchtkwaliteit in kantoren heel veel te wensen overlaat. Hoe kunnen wij daar iets aan doen? Bieden planten op het werk een oplossing? Klopt het dat ze de lucht zuiveren?"

Is de werkomgeving ongezond? 

Nu het rookverbod op de werkplek binnenkort van kracht wordt, zou de lucht op heel wat plaatsen gezonder moeten worden. Toch laat de luchtkwaliteit in kantoorgebouwen nog vaak te wensen over.

Vloerbekleding, behang en gordijnen zijn vaak synthetisch en kunnen schadelijke stoffen afgeven. Ook kantoormaterialen zoals computers, printers, fax- en kopieerapparaten, toners, papier en schoonmaakmiddelen dragen niet bij tot een gezonde atmosfeer.

Ook mensen ademen CO2 en tal van andere ‘vervuilende’ stoffen uit. Indien de werkruimte onvoldoende geventileerd wordt, kunnen er al snel gezondheidsproblemen optreden zoals hoofdpijn, geïrriteerde ogen, droge keel, verkoudheden. Airco en verwarming zorgen voor een lage relatieve vochtigheid, tocht en hoge kamertemperaturen, die kunnen leiden tot gezondheidsklachten en ongemakken. 

Planten zijn gezond 

Verscheidene studies tonen aan dat planten een zuiverende werking hebben doordat ze de schadelijke stoffen opnemen en in ruil daarvoor zuurstof afgeven. Ze zorgen letterlijk voor een gezondere luchtkwaliteit. Maar planten blijken nog veel meer positieve eigenschappen te bezitten. 

1.
Rustgevend effect
Het is bewezen dat het zicht op groen rustgevend werkt en de stress vermindert. Een ruimte met planten wordt niet alleen gezonder maar ook aangenamer om in te werken. Het algemeen welzijn neemt toe, waardoor de inzet vergroot en het afwezigheidspercentage kan verkleinen.

2. Natuurlijke luchtvochtigheid
Planten die regelmatig water krijgen, verdampen en zorgen zo voor een natuurlijke luchtvochtigheid die heel wat ongemakken kan voorkomen. Het is aan te raden om verschillende soorten planten te zetten en geen vetplanten of cactussen te nemen, want die houden hun vocht bij.

3. Akoestisch voordeel
Er is ook een akoestisch voordeel: het geluid wordt gedempt. De nagalm in grotere of kale ruimten zal verminderen met enkele grote planten.

4. Positieve uitstraling
Ten slotte hebben planten ook een positief effect op de uitstraling van een bedrijf. De werknemers zullen zich beter voelen en mensen die het bedrijf bezoeken zullen ook van het aangename klimaat genieten. In het kader van het welzijn van de werknemers op het werk, vormen planten een niet te missen onderdeel!

Let op! 
Planten zullen deze positieve eigenschappen hebben en blijven behouden wanneer ze ook goed onderhouden worden. Vergeelde of uitgedroogde planten zullen eerder een tegengesteld effect hebben. Daarom is het belangrijk dat dit initiatief binnen de onderneming besproken wordt en er afspraken hieromtrent worden gemaakt. 

 

Ik werk heel de dag staand. Heb ik recht op pauzes om te rusten en te zitten ?

Sluiten

Ja, als je kan aantonen dat je continu staand werk verricht. In dat geval is je werkgever verplicht stoelen ter beschikking te stellen om te kunnen rusten.

Indien de aard van het uit te voeren werk de werknemer niet toelaat rustpauzes te nemen, moet de werkgever de werknemer de mogelijkheid bieden het werk ook geregeld zittend te kunnen volbrengen.

Het tijdstip en de duur van de rustpauzes moeten aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • ze moeten 's morgens en in de namiddag genomen worden,
  • ten vroegste na anderhalf uur en ten laatste na twee en een half uur werktijd,
  • minstens een kwartier duren.
Voel je je vermoeid of heb je nood aan een pauze, dan kan je dit best met je werkgever bespreken om zo tot mogelijke oplossingen te komen.